Wegen van risico's:

Weeg de risico's, toets de risicofactoren aan de 5 vragen hieronder en bel zo nodig het AMK voor advies!

Bedenk dat je altijd advies kunt vragen aan het Veilig Thuis!Zij kunnen meedenken over de risicofactoren die je zelf in kaart hebt gebracht. Om advies te vragen hoef je de naam van cliënt of kind niet bekend te maken. Dat kan anoniem. Maak gebruik van hun ervaring.

Je kunt dat zelf doen of in overleg met het ZAT of CJG.

  • Van risico is sprake als de draaglast van ouders hun draagkracht overschrijdt of als er een verhoogd risico is dat dit in de toekomst gebeurt. 
  • De mogelijke gevolgen voor de kinderen zijn dat ze opgroeien in een onveilige omgeving met onvoldoende zorg en aandacht. Hierdoor is er een sterk verhoogd risico op verwaarlozing, mishandeling en daardoor een verstoring van hun ontwikkeling.
  • Iedereen die bij de zorg en opvoeding van kinderen betrokken is, heeft een taak in het signaleren van risico’s. Wie vermoedt of signaleert dat kinderen in een risicovolle situatie opgroeien, moet daar iets mee. 
  • Dit is onder meer vastgelegd in het Internationale Verdrag van de Rechten van het kind, de protocollen voor gastouder- en kinderopvang en in de wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kinderopvang.

 

Als  gastouder signaleer en rapporteer je ontwikkelingen die het welbevinden van kinderen bedreigen Je bent een belangrijke schakel in de keten. Je leert het kind en gezin een aantal dagen per week kennen  en kunt je zo een goed beeld vormen van het reilen en zeilen en de draagkracht en draaglast van het gezin. Het eerste signaal dat er iets mis is, is vaak een niet-pluis gevoel. Om daar goed mee om te gaan, is kennis van de risicofactoren en de serieuze signalen nodig.

Als leidster in de kinderopvang en BSO , Peuterspeelzaal, zie je kinderen en hun ouders regelmatig en kun je signalen opvangen van risicovolle situaties.

 

 

Je stelt jezelf 5 vragen: 

1. Wat gebeurt er of is er gebeurd?

2. Wat zou er kunnen gebeuren?

3. Hoe waarschijnlijk is het dat dit gebeurt?

4. Hoe ongewenst is dit?

5. Overall beoordeling van de risico’s, bestaand uit een combinatie van de waarschijnlijkheid en de ernst.

 

De risicofactoren

Risicofactoren zijn vaak een combinatie van:

1. De achtergronden van de ouders

2. Kenmerken van het kind

3. Omgevingskenmerken.

 

 

 

Achtergronden van de ouders

 

  • Traumatische jeugdervaringen

Ouders die als kind zelf mishandeld, verwaarloosd of misbruikt zijn, kunnen moeite hebben om liefde en warmte aan hun kinderen te geven. Ze zijn niet in staat om hun kind anders op te voeden dan op de manier die zij zelf ervaren hebben.

  • Alcohol- of druggebruik

Verslaafde ouders zijn zo met zichzelf bezig dat de zorg voor hun kinderen erbij inschiet. Bovendien veroorzaakt het alcohol- en druggebruik nogal eens agressieve uitbarstingen.

  • Overspannen verwachtingen

Veel (aanstaande) ouders hebben een geïdealiseerd beeld van wat het inhoudt om kinderen te hebben. Ze realiseren zich onvoldoende dat een kind een voortdurend appel op zijn ouders doet en dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is. Als de zorg tegenvalt, kan het kind daarvan de dupe worden.

  • Onwetendheid

Vaak weten ouders niet wat ze van een kind op een bepaalde leeftijd kunnen verwachten. Ze stellen dan niet-realistische eisen en zijn teleurgesteld als het kind daar niet aan voldoet. Onterecht wordt het kind dan voor ongehoorzaam, onwillig of stout uitgemaakt en gestraft.

  • Heel jonge ouders

Deze ouders kunnen vaak de verantwoordelijkheid niet aan die het hebben van een kind met zich  meebrengt. Jonge meisjes willen soms een kind om hun eigen tekort aan liefde aan te vullen. De baby is dan een vervanging.

  • Ouders met een verstandelijke beperking of ouders met een psychiatrisch ziektebeeld.

 

 

 

 Kenmerken van het kind

 

Voorbeelden hiervan zijn:

  • Te vroeg geboren kind

Doordat de baby in de couveuse moet liggen, komt de band tussen ouders en kind moeizamer tot stand. Bovendien hebben deze baby’s vaak voedingsstoornissen en huilen ze veel. Deze problemen kunnen ouders het gevoel geven dat ze het niet goed doen en dat het kind hen afwijst.

  • Een baby die veel huilt

Een constant huilende baby kan ouders tot het uiterste drijven, zeker bij oververmoeidheid of het ontbreken van steun uit de omgeving. Dit wordt nog versterkt als ouders elkaar gaan verwijten dat zij het kind niet stil kunnen houden.

  • Een niet gewenst en/of geaccepteerd kind

Sommige kinderen zijn niet gewenst door kun ouders. Zij worden niet geaccepteerd. Redenen kunnen zijn: het kind is een meisje terwijl de ouders liever een jongen hadden gewild of andersom, het kind lijkt op een gehaat familielid.

  • Zeer beweeglijke, zeer drukke kinderen

Dit soort kinderen stelt het geduld van de ouders zeer op de proef.

  • Geestelijk of lichamelijk gehandicapte kinderen

Soms hebben gehandicapte kinderen gedragsstoornissen. De ouders kunnen zich schuldig voelen of het kind afwijzen. Het is voor ouders moeilijk te accepteren dat hun kind zo is.

  • Stiefkinderen

Acceptatieproblemen in stiefgezinnen kunnen een grote rol spelen.

 

 

 

 Omgevingskenmerken

 

  • Sociaal-economische factoren

Factoren als geldgebrek, werkloosheid en een slechte behuizing oefenen extra druk uit op een gezin. Vaak is er sprake van een opeenstapeling van factoren, die gevolgen hebben voor de opvoeding van de kinderen. Migrantengezinnen en vluchtelingen komen in Nederland in voor hen soms sterk afwijkende omstandigheden terecht. Dit kan tot extra spanningen in gezinnen leiden. Dit geldt ook voor ongastvrije reacties uit de autochtone hoek.

  • Spanningen in het gezin

Ouders die veel stress hebben door ziekte, overbelasting, huwelijksproblemen of problemen op het werk reageren hun spanningen soms op hun kinderen af. Dit gevaar is vooral aanwezig als de draaglast van de ouders hun draagkracht te boven gaat.

  • Sociaal isolement

Het gezin kan extra onder druk komen te staan als er weinig contact met buurt, familie en kennissen is. Ook gezinnen die veel verhuizen en nergens ‘wortelen’, kunnen in zo’n isolement terecht komen. De ouders staan er dan alleen voor. Ze hebben geen ondersteunings mogelijkheden en er is weinig sociale controle op hun doen en laten. Bij alleenstaande ouders weegt dit isolement extra zwaar. Sommige ouders kiezen zelf voor isolement, bijvoorbeeld om mishandeling  verborgen te houden.

 

 

 

 

Beschikt de instelling of de beroepsgroep over een risicotaxatie - instrument, dan wordt  dit instrument  bij de weging meegenomen.

Risicotaxatie- instrumenten zijn bijvoorbeeld: DMO,Lirik,Care

Het Balansmodel laat zien wat de belastende en wat de beschermende factoren zijn. Bij de weging van de ernst van de situatie kan dit als hulpmiddel worden gebruikt.