Niets doen is geen optie!

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

 

Vraag informatie

Gespreksvoering - speciaal onderwijs

Ouders van kinderen in het SBO en SO

Bij een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld zal (vrijwel altijd) een gesprek met de ouders van het betreffende kind gevoerd worden.

 

Voor professionals in het SBO en SO zal deze stap soms extra lastig zijn omdat (vanwege erfelijkheidsfactoren en/of generationele overdracht van bepaalde problematiek) de ouders van kinderen in het SO soms zelf óók last hebben van een beperking, een gedragsstoornis of van psychiatrische problematiek. Bijvoorbeeld in het geval van ouders met een licht verstandelijke handicap of ouders met een laag intelligentieniveau kan het moeilijk zijn om op de juiste manier met hen het gesprek aan te gaan en om voor iedereen duidelijke afspraken te maken.

 

Met name op de cluster 4 scholen hebben professionals relatief vaker te maken met ouders die zelf óók een (ernstige) gedragsstoornis of psychiatrische stoornis hebben. Ook hier geldt weer: deze ouders waren zelf in hun jeugd óók extra kwetsbaar en liepen dus een groter risico om mishandeld, misbruikt of verwaarloosd te worden.

 

Het komt relatief vaak voor dat ouders die hun kinderen mishandelen of verwaarlozen, in hun eigen jeugd ook slachtoffer zijn geweest van een vorm van kindermishandeling. Het verdient aanbeveling om dit soort patronen van generationele overdracht en de verhoogde risico’s voor kinderen van ouders met (ernstige) gedragsproblemen, psychiatrische problematiek of verslavingsproblematiek  mee te nemen in de overwegingen bij de stappen van dit handelingsprotocol.

In gesprek met ouders

 

In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden. 

Het is belangrijk om betrokkenheid uit te stralen en eerlijkheid. Direct na het vertellen wat de aanleiding is van het gesprek vraagt de medewerker aan de ouders wat zij hiervan vinden. Door middel van open vragen krijgen de ouders de gelegenheid om hun eigen verhaal te vertellen. Hierbij luistert de  medewerker actief en stimuleert door houding, knikken, hummen etc. De medewerker neemt de tijd en raakt niet geïrriteerd of ongeduldig. Het gesprek moet geen verhoor worden maar heeft als doel om de achterliggende problematiek op te sporen. De medewerker probeert de positieve aspecten van het kind en/of het handelen van de ouders te benoemen. Door het benoemen van zichtbare feiten en zichtbaar gedrag zonder eigen waardeoordeel of beschuldigende houding of (stem)toon zal de ouder zich minder in de verdediging gedrukt voelen. Reageren in de eerste persoon ('ik') op emoties of uitlatingen van de ouder, herhalen (in andere woorden) en samenvatten verheldert wat er door de medewerker en de ouders bedoeld wordt.

Bij de bevindingen hoort het verhaal van de ouders en/of het kind. De medewerker analyseert de situatie op grond van de eigen observatie, het verhaal van ouders en/of kind en de aanwezigheid van risicofactoren en beschermende factoren. De medewerker observeert de interactie tussen het kind en de ouders tijdens het gesprek en bespreekt wat opvalt.

Verloop van het gesprek

Het gesprek verloopt in vijf fasen:

1. Begin van het gesprek
De medewerker stelt de ouder(s) op hun gemak.

2. Aanleiding van het gesprek
De medewerker vertelt de aanleiding voor de afspraak aan de ouder(s): dit kan bijvoorbeeld zijn de zorg om het kind op grond van eigen waarnemingen in de klas of op school, door signalen van anderen (leerkracht, therapeut/behandelaar), door de ouder zelf aangegeven problemen, of omdat de medewerker zich over de ouder zorgen maakt.

3. Reactie ouders
De ouder krijgt de gelegenheid hierop te reageren door een open vraag van de medewerker en door de luisterende houding. Als de ouder(s) de zorg niet delen verduidelijkt de medewerker de eigen beleving en stimuleert de ouders om vragen te stellen en om hun problemen te uiten. In samenspraak met de ouder(s) wordt een/het probleem vastgesteld.

4. Aanpak van het probleem 
Hierbij tracht men samen met de ouders oplossingen te bedenken. De medewerker geeft de mogelijkheden voor hulp aan die de school of andere instanties kunnen bieden. De ouders worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de zorg van hun kind, maar het moet voor de ouders ook duidelijk zijn dat de school een eigen verantwoordelijkheid draagt in deze zorg.

5. Samenvatting
De medewerker vat het besprokene en de gemaakte afspraken samen. Er wordt aan de ouder(s) gevraagd of zij het met deze samenvatting eens zijn. De medewerker deelt mee dat de afspraken in het leerlingdossier worden genoteerd.

Als de ouder(s) na dit gesprek geen probleem zien en geen verdere stappen willen ondernemen overlegt de medewerker met het interne zorgteam, en maakt eventueel een vervolgafspraak met de ouders.

Vervolggesprek

In het vervolg gesprek wordt opnieuw de zorg over het kind aangegeven en verteld waarom gedacht wordt aan kindermishandeling. De inhoud en de afspraken van het eerdere gesprek worden kort genoemd. 
De medewerker geeft aan dat de zorgen om het kind en de verantwoordelijkheid van de school maken dat hulpverlening moet worden ingeschakeld via Veilig Thuis. De ouders krijgen informatie dat Veilig Thuis de instelling is waar iedereen met zorgen over mogelijke kindermishandeling terecht kan en welke hulp daar geboden kan worden. (zie ook: Ouders op de hoogte stellen van melding bij Veilig Thuis)

Als ouders niet verschijnen voor het tweede gesprek over de problematiek van hun kind, dan kan in overleg met het adviesteam een melding bij Veilig Thuis gedaan worden.

Gespreksvoering met gezinnen met migranten achtergrond

Bovenstaande adviezen gelden voor alle gezinnen. Bij gezinnen met migranten achtergrond is extra aandacht nodig voor een aantal specifieke onderdelen (Ben Rensen):

  • Vraag aan mensen wat hun gewoonten zijn. Niet alle gezinnen zijn hetzelfde.
  • Zoek naar gemeenschappelijkheid .
  • Neem kleine stappen.
  • Biedt ruimte voor het eigen verhaal van de ouders.
  • Gebruik ook cultuureigen oplossingen, toon respect.
  • Kom tegemoet aan wensen van de ouders.
  • Werk samen met JGZ, eventueel met de Voorlichters Eigen Taal en Cultuur. (VETCer)
  • Maak gebruik van de mogelijkheid samen met de VETCer op huisbezoek te gaan.
  • Geef uitleg over het Nederlandse hulpverlening systeem.
  • Het verwoorden van de feiten in beelden en voorbeelden werkt vaak beter dan concreet zeggen waar het op staat.
  • Stel je op als autoriteit, maak gebruik van je status.
  • Maak gebruik van een tolk indien nodig.
  • Neem de tijd.

Gespreksvoering met gescheiden ouders

Het voeren van gesprekken met gescheiden ouders afzonderlijk kan ingewikkeld zijn. Zeker als het gaat om het bespreken van vermoedens van kindermishandeling of huiselijk geweld. Denk aan de ene ouder die de andere lastig valt of ouders die de bezoekregeling niet nakomen, ruzies en lichamelijk geweld.

  • Kinderen van gescheiden ouders lopen meer risico op kindermishandeling en getuige zijn van huiselijk geweld.
  • Tijdens en direct na de scheiding kunnen de ex-partners zodanig ruzie met elkaar hebben dat over de hoofden van de kinderen heen er veel uitgevochten wordt. Van belang is om de ouders voor te houden dat zij geen partners meer zijn, maar wel ouders blijven van hun kinderen. Dat betekent dat ze in het belang van het kind moeten handelen.
  • Na echtscheiding blijft als hoofdregel het gezag bij beide ouders, tenzij door de rechter anders wordt bepaald. De ouder die niet met het gezag belast is, vervult niet de rol van vertegenwoordiger.
  • Deze ouder heeft desgevraagd wel recht op globale informatie over de gezondheidstoestand van zijn of haar minderjarige kind (artikel 1:377c BW). De informatie kan geweigerd worden als dit in het belang van het kind is of als de andere ouder ook geen informatie zou ontvangen.(artikel 1:337 b lid BW)
  • Ouders die beiden het gezag over hun kind hebben, hebben recht op informatie over hun kind. Zij hebben geen recht op inzage in gegevens die hun ex-partner betreffen. Voor het overige gelden dezelfde gespreksregels als voor gehuwde partners.
  • Er zijn ingewikkelde situaties waarin de ene ouder de andere ouder beschuldigt van verwaarlozing of mishandeling. Eén ouder wil bijvoorbeeld de gegevens van de school over het kind gebruiken ter ondersteuning van een melding aan Veilig Thuis. Raadt de ouder dan aan de melding bij Veilig Thuis te doen en Veilig Thuis te verzoeken aan de school informatie op te vragen.
  • Als de ouder er toch op staat die gegevens te gebruiken dan geldt het volgende: ouders hebben recht op inzage in het dossier en wat zij met die kennis doen is hun eigen verantwoordelijkheid. Veilig Thuis zal in een dergelijke situatie zeker contact opnemen met de school.
  • Vermoedt de medewerker dat er sprake is van huiselijk geweld waar het kind getuige van is, dan wordt dit besproken met de ouders en uitgelegd welke schade hun kind kan ondervinden. Blijven je zorgen, dan handel je conform dit protocol kindermishandeling.

 

Als de medewerker een melding doet worden de ouders op de hoogte gesteld. Tenzij dat de veiligheid van kind of medewerker in gevaar brengt.

Hoe om te gaan met berichtgeving aan gescheiden ouders:

  1. De school heeft contact met beide ouders. Dan beide ouders inlichten.
  2. De school heeft contact met 1 van de ouders. Dan deze ouder persoonlijk inlichten en de andere ouder schriftelijk van de melding op de hoogte stellen.
  3. De school heeft geen contact met de ouders, dan beide ouders schriftelijk informeren

Niet met ouders praten

Het gaat om situaties waarin, door het voeren van het gesprek, de veiligheid van een van de betrokkenen in het geding zou kunnen komen. Zo is het denkbaar dat de medewerker

besluit om haar vermoeden van seksueel misbruik of eergerelateerd geweld nog niet met de vader te bespreken omdat zij de kans groot acht dat de vader zich na dit gesprek, op zijn dochter af zal reageren.
Het is aan te bevelen om in zo'n situatie Veilig Thuis om advies te vragen.

 

Aandachtspunten voor een gesprek met het kind

Een gesprek met het kind kan mogelijk extra informatie bieden over de situatie waarin het kind zich bevindt en kan ondersteuning voor het betreffende kind bieden. 
Onderzoek wijst uit dat het voor mishandelde kinderen een groot verschil uitmaakt als er ooit een volwassene met hem of haar gesproken heeft over de situatie thuis en daarbij heeft laten merken te zien wat er gebeurt en uit te spreken dat het niet de schuld van het kind is. Met die kinderen gaat het later beter dan met kinderen waar nooit iemand zo’n opmerking gemaakt heeft. Dat geldt ook voor kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld. (link filmpje youtube Stuk, Zoë)
Je kunt tegen een kind zeggen: “Ik zie dat je het moeilijk hebt en ik weet dat het niet jouw schuld is .”of : “Ik ga proberen iets te doen aan de problemen bij jou thuis. Het is niet goed dat kinderen geslagen/verwaarloosd/vernederd/misbruikt worden. Kinderen kunnen daar niets aan doen.”

Houd tijdens dit gesprek rekening met de leeftijd en de ontwikkelingsfase van het kind.
Ook met jonge kinderen kan gepraat worden. Het is niet de bedoeling dat het kind ondervraagd wordt. Een gesprek met het kind heeft aanvullende informatie dan wel steunend contact tot doel. Naast het contact met het kind is het zeer belangrijk om met een open houding het contact met de ouders aan te gaan.

Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik terughoudend in het gesprek met het kind i.v.m. mogelijke toekomstige bewijslast. En wees bij een vermoeden van seksueel misbruik voorzichtig met het stellen van gesloten vragen. Dat houdt in dat het kind geen woorden in de mond gelegd moeten worden. Het gesprek heeft niet tot doel het bewijs van seksueel misbruik te leveren. Laat dat over aan een gespecialiseerde deskundige op dit gebied en vraag advies bij Veilig Thuis.

Tips voor het gesprek met het kind:

• Bepaal van tevoren het doel van het gesprek
• Voer het gesprek met een open houding.
• Sluit aan bij waar het kind op dat moment mee bezig is, bijvoorbeeld spel, een tekening of knutselen.
• Ga op dezelfde ooghoogte zitten als het kind en kies een rustig moment uit.
• Steun het kind en stel het op zijn gemak.
• Gebruik korte zinnen.
• Vraag belangstellend en betrokken, maar vul het verhaal niet in voor het kind.
• Begin met open vragen (Wat is er iets gebeurd? Wanneer is dat gebeurd? Hoe komt dat?) en wissel deze af met gesloten vragen (Ben je gevallen?, Heb je pijn?, Ging je huilen?, Vond je dat leuk of niet leuk?)
• Vraag niet verder wanneer het kind niets wil of kan vertellen.
• Houd het tempo van het kind aan, niet alles hoeft in één gesprek.
• Laat het kind niet merken dat je van het verhaal schrikt.
• Val de ouders (of andere belangrijke personen voor het kind) niet af, in verband met loyaliteitsgevoelens.
• Geef aan dat je niet geheim kunt houden wat het kind vertelt. Leg uit dat je met anderen gaat kijken hoe je het kind het beste kan helpen. Leg het kind uit dat je het op de hoogte houdt van elke stap die je neemt. Het kind moet nooit zelf de verantwoordelijkheid krijgen in de keuze van de te nemen stappen.
• Vertel het kind dat het heel knap is dat hij/zij het allemaal zo goed kan vertellen.
• Let tijdens het gesprek goed op de non-verbale signalen van het kind.
• Stel geen waarom-vragen.
• Stop het gesprek wanneer de aandacht bij het kind weg is.
• Vertel wat de volgende stap is die je gaat zetten

 

Extra tips voor gesprek met jongeren

  • Zorg voor een rustige plaats en voldoende tijd
  • Benoem concreet wat je bij de jongere waarneemt/hebt waargenomen en vraag daarover te vertellen
  • Geef aan dat je niet geheim kan houden wat de jongere vertelt, wanneer dit niet veilig is voor de jongere zelf of voor anderen. Leg uit dat als dit het geval is, je dit direct benoemt en dat je de jongere zoveel mogelijk betrekt bij de te nemen vervolgstappen
  • Vraag de jongere wat hij/zij zelf wil
  • Spreek waardering uit dat de jongere over zijn situatie heeft verteld en benoem dat je je kunt voorstellen dat dat niet makkelijk is
  • Sluit het gesprek af met een luchtig onderwerp, bijvoorbeeld interesses, plannen voor het weekend etc.


Als de  medewerker een initiatief neemt om met het kind in gesprek te gaan, zoals bijvoorbeeld de IB-er die een leerling uit groep 4 bij zich roept omdat de leerkracht meent dat er signalen zijn die zouden kunnen wijzen op kindermishandeling, behoren de ouders hierover in principe vooraf te worden geïnformeerd. Zeker als het kind nog geen 12 jaar oud is. Maar in verband met de veiligheid van het kind, van de medewerker, of die van anderen, kan worden besloten om een eerste gesprek te voeren zonder dat de ouders hierover van te voren worden geïnformeerd, De medewerker overlegt hierover altijd vooraf met een deskundige college en/of met Veilig Thuis.

 

Ondersteund door: