Afdrukken

In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden.

 

 

Verloop van het gesprek

Het gesprek verloopt in vijf fasen:

1. Begin van het gesprek
Je stelt de ouders op hun gemak.

2. Aanleiding van het gesprek
Je vertelt de aanleiding voor de afspraak aan de ouder(s): dit kan bijvoorbeeld zijn de zorg om het kind op grond van eigen waarnemingen , door signalen van anderen (kraamverzorger, buren, school, kinderopvang, andere ouders,), door de ouder of het kind zelf aangegeven problemen, of omdat de hulpverlener zich over de ouder zorgen maakt.

3. Reactie ouders
De ouder krijgt de gelegenheid hierop te reageren door een open vraag en door de luisterende houding. Als de ouder(s) de zorg niet delen verduidelijk je de eigen beleving en stimuleert de ouders om vragen te stellen en om hun problemen te uiten. In samenspraak met de ouder(s) wordt een/het probleem vastgesteld.

4. Aanpak van het probleem 
Hierbij tracht je samen met de ouders oplossingen te bedenken. Je geeft de mogelijkheden voor hulp aan die het CJG, het Wijkteam, AMW, of andere instanties kunnen bieden. De ouders worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de zorg van hun kind, maar het moet voor de ouders ook duidelijk zijn dat jij als kraamzorgmedewerker een eigen verantwoordelijkheid draagt in deze zorg.

5. Samenvatting
Je vat het besprokene en de gemaakte afspraken samen. Je vraagt aan de ouder(s) of zij het met deze samenvatting eens zijn. Je deelt mee dat de afspraken in het dossier worden genoteerd.

Als de ouder(s) na dit gesprek geen probleem zien en geen verdere stappen willen ondernemen maakt je bij blijvend vermoeden van kindermishandeling een vervolgafspraak met de ouders.

In dit gesprek wordt opnieuw de zorg over het kind aangegeven en verteld waarom gedacht wordt aan kindermishandeling. De inhoud en de afspraken van het eerdere gesprek worden kort genoemd. 
Je geeft aan dat de zorgen om het kind en de verantwoordelijkheid van jou maken dat hulpverlening moet worden ingeschakeld via Veilig Thuis. De ouders krijgen informatie dat Veilig Thuis de instelling is waar iedereen met zorgen over mogelijke kindermishandeling terecht kan en welke hulp daar geboden kan worden. (ouders op de hoogte stellen van melding bij Veilig Thuis)

Ouders verschijnen niet of willen er niet meer over praten
Als ouders niet verschijnen voor het tweede gesprek over de problematiek van hun kind,of er niet over willen praten thuis, bel dan met Veilig Thuis om advies te vragen en overweeg een melding.

Veiligheid van medewerkers

Bij het voeren van gesprekken over vermoedens van kindermishandeling/huiselijk geweld is het belangrijk dat de organisatie heeft nagedacht over de veiligheid van de medewerkers.

 

Bovenstaande adviezen gelden voor autochtone en migranten gezinnen. Bij migranten gezinnen is extra aandacht nodig voor een aantal specifieke onderdelen (Ben Rensen):

 


Het voeren van gesprekken met gescheiden ouders afzonderlijk kan ingewikkeld zijn. Zeker als het gaat om het bespreken van vermoedens van kindermishandeling of huiselijk geweld. Denk aan de ene ouder die de andere lastig valt of ouders die de bezoekregeling niet nakomen, ruzies en lichamelijk geweld.

 

 

Als je een melding doet worden de ouders op de hoogte gesteld. Tenzij dat de veiligheid van kind of medewerker in gevaar brengt. Hoe om te gaan met berichtgeving aan gescheiden ouders:

1.        Je hebt contact met beide ouders. Dan beide ouders inlichten

2.        Je hebt contact met 1 van de ouders. Dan deze ouder persoonlijk inlichten en de                    andere ouder schriftelijk van de melding op de hoogte stellen

3.        Je hebt geen contact met de ouders, dan beide ouders schriftelijk informeren

 

Niet met ouders praten

Het gaat om situaties waarin, door het voeren van het gesprek, de veiligheid van een van de betrokkenen in het geding zou kunnen komen. Zo is het denkbaar dat je besluit om je vermoeden van seksueel misbruik of eergerelateerd geweld nog niet met de vader te bespreken omdat je de kans groot acht dat de vader zich na dit gesprek, op zijn dochter af zal reageren.
Het is aan te bevelen om in zo'n situatie altijd Veilig Thuis om advies te vragen.

 


Aandachtspunten voor een gesprek met het kind

Een gesprek met het kind kan mogelijk extra informatie bieden over de situatie waarin het kind zich bevindt en kan ondersteuning voor het betreffende kind bieden. 
Onderzoek wijst uit dat het voor mishandelde kinderen een groot verschil uitmaakt als er ooit een volwassene met hem of haar gesproken heeft over de situatie thuis en daarbij heeft laten merken te zien wat er gebeurt en uit te spreken dat het niet de schuld van het kind is.(link naar youtubefilmpje van Stukonline, Zoë) Met die kinderen gaat het later beter dan met kinderen waar nooit iemand zo’n opmerking gemaakt heeft.Dat geldt ook voor kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld.
Je kunt tegen een kind zeggen: “Ik zie dat je het moeilijk hebt en ik weet dat het niet jouw schuld is .”of : “Ik ga proberen iets te doen aan de problemen bij jou thuis. Het is niet goed dat kinderen geslagen/verwaarloosd/vernederd/misbruikt worden. Kinderen kunnen daar niets aan doen.”
Houd tijdens dit gesprek rekening met de leeftijd en de ontwikkelingsfase van het kind.
Ook met jonge kinderen kan gepraat worden. Het is niet de bedoeling dat het kind ondervraagd wordt. Een gesprek met het kind heeft aanvullende informatie dan wel steunend contact tot doel.
Naast het contact met het kind is het zeer belangrijk om met een open houding het contact met de ouders aan te gaan.
Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik terughoudend in het gesprek met het kind i.v.m. mogelijke toekomstige bewijslast.
Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik voorzichtig met het stellen van gesloten vragen. Dat houdt in dat het kind geen woorden in de mond gelegd moeten worden. Het gesprek heeft niet tot doel het bewijs van seksueel misbruik te leveren. Laat dat over aan een gespecialiseerde deskundige op dit gebied en vraag advies bij het AMK.

Tips voor het gesprek:

• Bepaal van tevoren het doel van het gesprek
• Voer het gesprek met een open houding.
• Sluit aan bij waar het kind op dat moment mee bezig is, bijvoorbeeld spel, een          tekening of knutselen.
• Ga op dezelfde ooghoogte zitten als het kind en kies een rustig moment uit.
• Steun het kind en stel het op zijn gemak.
• Gebruik korte zinnen.
• Vraag belangstellend en betrokken, maar vul het verhaal niet in voor het kind.
• Begin met open vragen (Wat is er iets gebeurd? Wanneer is dat gebeurd? Hoe komt dat?) en wissel deze af met gesloten vragen (Ben je gevallen?, Heb je pijn?, Ging je huilen?, Vond je dat leuk of niet leuk?)
• Vraag niet verder wanneer het kind niets wil of kan vertellen.
• Houd het tempo van het kind aan, niet alles hoeft in één gesprek.
• Laat het kind niet merken dat je van het verhaal schrikt.
• Val de ouders (of andere belangrijke personen voor het kind) niet af, in verband met loyaliteitsgevoelens.
• Geef aan dat je niet geheim kunt houden wat het kind vertelt. Leg uit dat je met anderen gaat kijken hoe je het kind het beste kan helpen. Leg het kind uit dat je het op de hoogte houdt van elke stap die je neemt. Het kind moet nooit zelf de verantwoordelijkheid krijgen in de keuze van de te nemen stappen.
• Vertel het kind dat het heel knap is dat hij/zij het allemaal zo goed kan vertellen.
• Let tijdens het gesprek goed op de non-verbale signalen van het kind.
• Stel geen waarom-vragen.
• Stop het gesprek wanneer de aandacht bij het kind weg is.
• Vertel wat de volgende stap is die je gaat zetten

Extra tips voor gesprek met jongeren


Als je een initiatief neemt om met het kind in gesprek te gaan, behoren de ouders hierover in principe vooraf te worden geïnformeerd. Zeker als het kind nog geen 12 jaar oud is. Maar in verband met de veiligheid van het kind, van de medewerker, of die van anderen, kan worden besloten om een eerste gesprek te voeren zonder dat de ouders hierover van te voren worden geïnformeerd, De medewerker overlegt hierover altijd vooraf met een deskundige collega en/of met Veilig Thuis. 0800 2000


 

 

Gespreksvoering Eergerelateerd geweld

Het praten binnen gezinssystemen over familie eer en geweld wordt door veel hulpverleners als lastig ervaren. Tevens zijn er een aantal culturele factoren die van invloed zijn op de communicatie.

 


 

 

Veel mensen vanuit een eercultuur behoren ook tot de zogenaamde zwijg en roddelculturen.

Dit betekent dat als men leeft binnen een roddelcultuur men zich er voortdurend van bewust is, dat een roddel grote schade aan kan richten aan een familie. Een “goede”roddel kan de positie van degene die hem weet versterken. Er is dus grote angst dat anderen iets van je te weten komen waarmee men schade aan kan richten aan de familie. Dit fenomeen versterkt de eveneens aanwezige zwijgcultuur waarbij men er vanuit gaat dat iedere derde die zich binnen het familiesysteem gaat bewegen in eerste instantie als “bedreigend”wordt ervaren. Men spreekt met die personen niet over problemen of toont geen kwetsbaarheid. Dit zou immers overal terecht kunnen komen. Een zeer terughoudende en bagatelliserende houding is vanuit deze twee culturele componenten dus zeer gepast.

 

Wanneer iemand aangeeft mogelijk slachtoffer van eergerelateerd geweld te zijn of te worden, gebruik dan de alertlijst als hulpmiddel.

Verloop van het gesprek

Het gesprek verloopt in vijf fasen:

1. Begin van het gesprek
De medewerker stelt de ouder(s) op hun gemak.

2. Aanleiding van het gesprek
De medewerker vertelt de aanleiding voor het gesprek aan de ouder(s): dit kan bijvoorbeeld zijn de zorg om het kind op grond van eigen waarnemingen, door signalen van anderen (bijvoorbeeld kraamzorg,screener,consulent ), door de ouder of kinderen zelf aangegeven problemen, of omdat de medewerker zich over de ouder zorgen maakt.

3. Reactie ouders
De ouder krijgt de gelegenheid hierop te reageren door een open vraag van de medewerker en door de luisterende houding. Als de ouder(s) de zorg niet delen verduidelijkt de medewerker de eigen beleving en stimuleert de ouders om vragen te stellen en om hun problemen te uiten. In samenspraak met de ouder(s) wordt een/het probleem vastgesteld.

4. Aanpak van het probleem
Hierbij tracht men samen met de ouders oplossingen te bedenken. De medewerker geeft de mogelijkheden voor hulp aan die zijzelf of andere instanties kunnen bieden. De ouders worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de zorg van hun kind, maar het moet voor de ouders ook duidelijk zijn dat de kraamverzorger en verloskundige een eigen verantwoordelijkheid draagt in deze zorg.

5. Samenvatting
De medewerker vat het besprokene en de gemaakte afspraken samen. Er wordt aan de ouder(s) gevraagd of zij het met deze samenvatting eens zijn. De medewerker deelt mee dat de afspraken in het dossier worden genoteerd.

Als de ouder(s) na dit gesprek geen probleem zien en geen verdere stappen willen ondernemen overlegt de medewerker met de leidinggevende en of verloskundige (aandachtsfunctionaris) en maakt eventueel een vervolgafspraak met de ouders.

In dit gesprek wordt opnieuw de zorg over het kind aangegeven en verteld waarom gedacht wordt aan kindermishandeling. De inhoud en de afspraken van het eerdere gesprek worden kort genoemd.
De medewerker geeft aan dat de zorgen om het kind en de verantwoordelijkheid van de kraamzorg of verloskundige organisatie maken dat hulpverlening moet worden ingeschakeld via het AMK. De ouders krijgen informatie dat het AMK de instelling is waar iedereen met zorgen over mogelijke kindermishandeling terecht kan en welke hulp daar geboden kan worden. (ouders op de hoogte stellen van melding bij het AMK)
Als ouders niet verschijnen voor het tweede gesprek over de problematiek van hun kind, dan kan in overleg met de leidinggevende/verloskundige (aandachtsfunctionaris) een melding bij het AMK gedaan worden.

terug naar boven


 

 

Gespreksvoering met gezinnen met migranten achtergrond

Bovenstaande adviezen gelden voor alle gezinnen. Bij gezinnen met migranten achtergrond is extra aandacht nodig voor een aantal specifieke onderdelen (Ben Rensen):

terug naar boven


 

 

Gespreksvoering met gescheiden ouders

Het voeren van gesprekken met gescheiden ouders afzonderlijk kan ingewikkeld zijn. Zeker als het gaat om het bespreken van vermoedens van kindermishandeling of huiselijk geweld. Denk aan de ene ouder die de andere lastig valt of ouders die de bezoekregeling niet nakomen, ruzies en lichamelijk geweld.

 

Als de medewerker een melding doet worden de ouders op de hoogte gesteld. Tenzij dat de veiligheid van kind of medewerker in gevaar brengt. Hoe om te gaan met berichtgeving aan gescheiden ouders:

1.        De organisatie/zelfstandige beroepsbeoefenaar heeft contact met beide ouders. Dan beide ouders        inlichten

2.        De organisatie/zelfstandige beroepsbeoefenaar heeft contact met 1 van de ouders. Dan deze ouder      persoonlijk inlichten en de andere ouder schriftelijk van de melding op de hoogte stellen              

3.        Er is geen persoonlijk contact met de ouders, dan beide ouders schriftelijk informeren

 

Niet met ouders praten

Het gaat om situaties waarin, door het voeren van het gesprek, de veiligheid van een van de betrokkenen in het geding zou kunnen komen. Zo is het denkbaar dat de medewerker

besluit om haar vermoeden van seksueel misbruik of eergerelateerd geweld nog niet met de vader te bespreken omdat zij de kans groot acht dat de vader zich na dit gesprek, op zijn dochter af zal reageren.
Het is aan te bevelen om in zo'n situatie Veilig thuis om advies te vragen.

terug naar boven


 

 

Gesprek met kinderen

Aandachtspunten voor een gesprek met het kind

Een gesprek met het kind kan mogelijk extra informatie bieden over de situatie waarin het kind zich bevindt en kan ondersteuning voor het betreffende kind bieden.
Onderzoek wijst uit dat het voor mishandelde kinderen een groot verschil uitmaakt als er ooit een volwassene met hem of haar gesproken heeft over de situatie thuis en daarbij heeft laten merken te zien wat er gebeurt en uit te spreken dat het niet de schuld van het kind is. Met die kinderen gaat het later beter dan met kinderen waar nooit iemand zo’n opmerking gemaakt heeft.Dat geldt ook voor kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld.
Je kunt tegen een kind zeggen: “Ik zie dat je het moeilijk hebt en ik weet dat het niet jouw schuld is .”of : “Ik ga proberen iets te doen aan de problemen bij jou thuis. Het is niet goed dat kinderen geslagen/verwaarloosd/vernederd/misbruikt worden. Kinderen kunnen daar niets aan doen.”
Houd tijdens dit gesprek rekening met de leeftijd en de ontwikkelingsfase van het kind.
Ook met jonge kinderen kan gepraat worden. Het is niet de bedoeling dat het kind ondervraagd wordt. Een gesprek met het kind heeft aanvullende informatie dan wel steunend contact tot doel.
Naast het contact met het kind is het zeer belangrijk om met een open houding het contact met de ouders aan te gaan.
Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik terughoudend in het gesprek met het kind i.v.m. mogelijke toekomstige bewijslast.
Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik voorzichtig met het stellen van gesloten vragen. Dat houdt in dat het kind geen woorden in de mond gelegd moeten worden. Het gesprek heeft niet tot doel het bewijs van seksueel misbruik te leveren. Laat dat over aan een gespecialiseerde deskundige op dit gebied en vraag advies bij het AMK.

Tips voor het gesprek:

• Bepaal van tevoren het doel van het gesprek
• Voer het gesprek met een open houding.
• Sluit aan bij waar het kind op dat moment mee bezig is, bijvoorbeeld spel, een tekening of knutselen.
• Ga op dezelfde ooghoogte zitten als het kind en kies een rustig moment uit.
• Steun het kind en stel het op zijn gemak.
• Gebruik korte zinnen.
• Vraag belangstellend en betrokken, maar vul het verhaal niet in voor het kind.
• Begin met open vragen (Wat is er iets gebeurd? Wanneer is dat gebeurd? Hoe komt dat?) en wissel deze af met gesloten vragen (Ben je gevallen?, Heb je pijn?, Ging je huilen?, Vond je dat leuk of niet leuk?)
• Vraag niet verder wanneer het kind niets wil of kan vertellen.
• Houd het tempo van het kind aan, niet alles hoeft in één gesprek.
• Laat het kind niet merken dat je van het verhaal schrikt.
• Val de ouders (of andere belangrijke personen voor het kind) niet af, in verband met loyaliteitsgevoelens.
• Geef aan dat je niet geheim kunt houden wat het kind vertelt. Leg uit dat je met anderen gaat kijken hoe je het kind het beste kan helpen. Leg het kind uit dat je het op de hoogte houdt van elke stap die je neemt. Het kind moet nooit zelf de verantwoordelijkheid krijgen in de keuze van de te nemen stappen.
• Vertel het kind dat het heel knap is dat hij/zij het allemaal zo goed kan vertellen.
• Let tijdens het gesprek goed op de non-verbale signalen van het kind.
• Stel geen waarom-vragen.
• Stop het gesprek wanneer de aandacht bij het kind weg is.
• Vertel wat de volgende stap is die je gaat zetten

terug naar boven


 

 

Extra tips voor gesprek met jongeren


Als de  medewerker een initiatief neemt om met het kind in gesprek te gaan, zoals bijvoorbeeld de IB-er die een leerling uit groep 4 bij zich roept omdat de leerkracht meent dat er signalen zijn die zouden kunnen wijzen op kindermishandeling, behoren de ouders hierover in principe vooraf te worden geïnformeerd. Zeker als het kind nog geen 12 jaar oud is. Maar in verband met de veiligheid van het kind, van de medewerker, of die van anderen, kan worden besloten om een eerste gesprek te voeren zonder dat de ouders hierover van te voren worden geïnformeerd, De medewerker overlegt hierover altijd vooraf met een deskundige collega/aandachtsfunctionaris en/of met Veilig Thuis

terug naar boven