op 20 mei is er een presentatie geweest aan de RAAK coordinatoren.  De presentatie staat online


Onder psychische mishandeling vallen:

  • verbale dreigingen, vernederingen,
  • sociale isolatie
  • intimidatie en onredelijke eisen

 Bij psychische mishandeling leeft het kind in angst en onzekerheid door bijvoorbeeld verbaal geweld: het kind wordt regelmatig uitgescholden, het krijgt herhaaldelijk te horen dat het niet gewenst is of de ouder/verzorger dicht het kind alleen maar stommiteiten toe.

Overigens gaat het niet alleen om negatieve opmerkingen tegen het kind zelf, maar ook om denigrerende uitlatingen tegenover anderen in de aanwezigheid van het kind. Een ouder kan een kind ook psychische schade toebrengen door het bewust te negeren.

Bijzondere vorm van psychische mishandeling: kinderen die getuige zijn van gezinsgeweld

Onder partnergeweld valt naast vrouwenmishandeling ook mannenmishandeling en mishandeling in homoseksuele relaties. Kinderen kunnen niet alleen direct slachtoffer zijn van huiselijk geweld, maar er ook getuige van zijn. Daarnaast kan in gezinnen sprake zijn van geweld tussen broers en zussen en van oudermishandeling, wat wil zeggen dat kinderen gewelddadig zijn ten opzichte van hun ouders of grootouders. Een kind getuige laten zijn van huiselijk geweld is een vorm van kindermishandeling


Psychische verwaarlozing

De ouder/verzorger schiet doorlopend tekort in het geven van enige vorm van aandacht.

Het kind mist liefde, warmte en bescherming. Positieve aandacht is onontbeerlijk om zich geestelijk, maar ook lichamelijk, goed te kunnen ontwikkelen. Cognitieve verwaarlozing, een kind niet naar school laten gaan, is een vorm van psychische verwaarlozing.

Bij verwaarloosde kinderen kan parentificatie optreden: het kind neemt de ouderrol op zich en daarmee een te grote verantwoordelijkheid die niet past bij de leeftijd van het kind. 

Richtlijn letselrapportage

Wanneer er letsel te zien is bij een vermoeden van kindermishandeling, dan is het noodzakelijk om op een goede manier het letsel te beschrijven. Een juiste beschrijving kan in een latere fase van een mogelijk onderzoek van belang zijn. De Richtlijn letselrapportage beschrijft de wijze waarop een letselrapportage tot stand komt en de eisen waaraan de rapportage moet voldoen. Een letselrapportage is bestemd voor politie of justitie.

 

Risicotaxatieinstrumenten

 

Instrumenten die u kunnen ondersteunen in de aanpak van eergerelateerd geweld. De checklisten bevatten een uitgebreide vragenlijst. Het inschatten en wegen van de risico’s is werk waarbij hulp van een deskundige op het vlak van eergerelateerd geweld nodig is.

  • Factsheet eergerelateerd geweld Augeo
  • Risicotaxatie van het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld en de politie Haaglanden (LEC)

 ! De risicotaxatielijsten kunnen het best gebruikt worden samen met een deskundige van het   AMK of SHG.


Speciaal Basis Onderwijs (SBO)

Scholen voor speciaal basisonderwijs zijn basisscholen bedoeld voor kinderen met een betrekkelijk laag of laag intelligentieniveau, kinderen die een leerachterstand hebben, kinderen met opvoedingsmoeilijkheden en alle andere kinderen die speciale zorg en aandacht nodig hebben. Het speciaal basisonderwijs valt niet onder de wet 'speciaal onderwijs', maar is in feite een speciale vorm van onderwijs voor kinderen die het op een reguliere basisschool niet redden. Kinderen op sbo-scholen dienen na het verlaten van deze school dezelfde basiskennis behaald te hebben als kinderen die op een gewone basisschool gezeten hebben, maar ze mogen daar wel langer over doen. Uitlopen kan tot 14 jaar.

Het gaat bij seksueel misbruik om alle opgedrongen seksuele gedragingen van een volwassene dan wel ouder persoon/gezinslid bij een kind. In Nederland is seksueel contact met een kind jonger dan 12 jaar zonder meer strafbaar. Ook contact met een jongere tussen de 12 en 16 jaar is strafbaar maar de politie komt feitelijk alleen in actie als aangifte wordt gedaan en een klacht wordt ingediend door de jongere. Ook strafbaar is de volwassene die seksueel contact heeft met een minderjarige (beneden de 18 jaar) die afhankelijk is van hem of haar: een ouder met een kind of een docent met een leerling (Frenken 2001).

Bij seksueel misbruik is altijd sprake van de combinatie van „grooming‟ en bedreiging. Onder grooming wordt verstaan, hofmakerij, “wij hebben samen een geheimpje”, “jij bent papa‟s eigen meisje”.

Na de grooming volgt de bedreiging: “Ik moet naar de gevangenis als je erover praat”, “Mama wordt erg verdrietig als zij ons geheimpje weet.” Het kind kan die gedragingen door het lichamelijke of relationele overwicht, de emotionele druk, of door dwang en geweld van de volwassene niet weigeren. Het kind wordt gebruikt om de behoeften van de volwassene of de adolescent te bevredigen.

 

Voor meisjes en vrouwen die slachtoffer zijn van seksueel geweld korter dan zeven dagen geleden zijn er Centra Seksueel Geweld. 0800 0188

 

Shaken baby syndroom

 

 

Het lichaam van een baby is zeer kwetsbaar, omdat nog niet alle spieren en botten zo ontwikkeld zijn dat zij optimale bescherming bieden. Heen en weer schudden van een baby is dan ook uiterst riskant.

In het relatief grote babyhoofdje, dat bij het schudden door de slappe nek heftig heen en weer beweegt, kan hersenschade ontstaan die kan leiden tot neurologische afwijkingen zoals verlammingsverschijnselen, blindheid of andere zeer ernstige gevolgen. Hoe jonger het kind, des te ernstiger zijn de gevolgen.

Alle aanstaande ouders/verzorgers horen op de hoogte gebracht te worden van de risico's en advies te krijgen wat te doen als zij wanhopig/boos/machteloos raken door bijvoorbeeld een huilbaby. 

  pdf monitor aanpak kindermishandeling shaken baby syndroom  (795 KB)

Korte checklist voor het signaleren van eergerelateerd geweld

Dagbesteding:school en/of werk

  •  (structureel) verzuim, mogelijk gestimuleerd door ouders
  • Verminderde prestaties
  • verzoek om verlengde vakantie
  • te laat terugkeren uit land van herkomst
  • opzien tegen komende vakantie
  • gehaald/gebracht worden en/of surveillance door broers of neven op school/werk, niet zelfstandig mogen reizen
  • sociale isolatie/ verbreking vriendschappen zonder duidelijke reden
  • verandering van kleding, van modern naar traditioneel of andersom
  • algehele gedragsveranderingen (zie ook gezondheid en gedrag)
  • plotselinge aankondiging van verloving met een vreemde
  •  blokkade van toegang tot (vervolg)opleiding/werk
  • Er wordt geroddeld over een meisje op school en/ of haar broers/neven hebben veel ruzie over haar
  • Deelname aan school/werkuitjes zeer beperkt, na werk/school weinig uitlooptijd, geen flexibiliteit.
  • Dubbelleven, groot verschil in gedrag tijdens/buiten school/werk.

signalen huiselijk geweld bij baby's

 Signalen huiselijk geweld  bij baby's 

  • slechte lichamelijke gezondheid
  • slecht slapen
  • excessief huilen of schreeuwen
  • angst om alleen te zijn
  • schrikachtigheid
  • gebrekkige emotionele ontwikkeling als gevolg van verstoorde hechting

signalen huiselijk geweld bij peuters

Signalen bij peuters

  • somatische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn, slapeloosheid
  • vertraagde ontwikkeling van zindelijkheid en taalbeheersing
  • stotteren 
  • weinig zelfvertrouwen
  • angstig vastklamp gedrag of passief gedrag
  • sociale problemen zoals bijten en slaan

signalen huiselijk geweld bij kleuters

Signalen bij kleuters

  • somatische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn en slapeloosheid
  • vertraagde ontwikkeling van zindelijkheid en taalbeheersing
  • stotteren 
  • angst en fysiek vastklampen aan moeder, zich terugtrekken of passief gedrag
  • sociale problemen door agressief gedrag tegenover leeftijdsgenoten, gezinsleden, dieren of dingen
  • zichzelf beschuldigen

signalen huiselijk geweld bij schoolgaande kinderen

Signalen bij schoolgaande kinderen

Externaliserende reacties

  • agressie tegen leeftijdsgenoten of gezinsleden
  • wreedheid t.o.v. dieren
  • vernielzucht
  • weinig inschikkelijk zijn of zich verzetten tegen autoriteiten
  • gedragsproblemen

Internaliserende reacties

  • angst en zich terugtrekken
  • zichzelf beschuldigen
  • negatief zelfbeeld
  • verdriet
  • verlegenheid
  • depressie
  • gebrek aan vertrouwen in ouders of volwassenen in het algemeen

 Omgangsproblemen

  • sociale isolement door schaamte voor de thuissituatie
  • ontbreken van of tekort aan sociale vaardigheden
  • gebrek aan inlevingsvermogen of juist overgevoeligheid
  • gering probleemoplossend vermogen

 Schoolproblemen

  • moeilijkheden met schoolwerk of juist overcompenseren
  • moeite met concentreren
  • weglopen van school

 Somatische klachten

  • hoofdpijn
  • buikpijn
  • slapeloosheid

Meer informatie en advies hierover bij Veilig Thuis

Tel: 0800 2000


signalen huiselijk geweld bij baby's

 Signalen huiselijk geweld  bij baby's 

  • slechte lichamelijke gezondheid
  • slecht slapen
  • excessief huilen of schreeuwen
  • angst om alleen te zijn
  • schrikachtigheid
  • gebrekkige emotionele ontwikkeling als gevolg van verstoorde hechting

signalen huiselijk geweld bij peuters

Signalen bij peuters

  • somatische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn, slapeloosheid
  • vertraagde ontwikkeling van zindelijkheid en taalbeheersing
  • stotteren 
  • weinig zelfvertrouwen
  • angstig vastklamp gedrag of passief gedrag
  • sociale problemen zoals bijten en slaan

signalen huiselijk geweld bij kleuters

Signalen bij kleuters

  • somatische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn en slapeloosheid
  • vertraagde ontwikkeling van zindelijkheid en taalbeheersing
  • stotteren 
  • angst en fysiek vastklampen aan moeder, zich terugtrekken of passief gedrag
  • sociale problemen door agressief gedrag tegenover leeftijdsgenoten, gezinsleden, dieren of dingen
  • zichzelf beschuldigen

signalen huiselijk geweld bij schoolgaande kinderen

Signalen bij schoolgaande kinderen

Externaliserende reacties

  • agressie tegen leeftijdsgenoten of gezinsleden
  • wreedheid t.o.v. dieren
  • vernielzucht
  • weinig inschikkelijk zijn of zich verzetten tegen autoriteiten
  • gedragsproblemen

Internaliserende reacties

  • angst en zich terugtrekken
  • zichzelf beschuldigen
  • negatief zelfbeeld
  • verdriet
  • verlegenheid
  • depressie
  • gebrek aan vertrouwen in ouders of volwassenen in het algemeen

 Omgangsproblemen

  • sociale isolement door schaamte voor de thuissituatie
  • ontbreken van of tekort aan sociale vaardigheden
  • gebrek aan inlevingsvermogen of juist overgevoeligheid
  • gering probleemoplossend vermogen

 Schoolproblemen

  • moeilijkheden met schoolwerk of juist overcompenseren
  • moeite met concentreren
  • weglopen van school

 Somatische klachten

  • hoofdpijn
  • buikpijn
  • slapeloosheid

Meer informatie en advies hierover bij Veilig Thuis

Tel: 0800 2000


 

signalenkaart huiselijk geweld 

 Hulpmiddel om signalen te registreren en op te slaan per casus

 

 

signalen huiselijk geweld bij baby's

 Signalen huiselijk geweld  bij baby's 

  • slechte lichamelijke gezondheid
  • slecht slapen
  • excessief huilen of schreeuwen
  • angst om alleen te zijn
  • schrikachtigheid
  • gebrekkige emotionele ontwikkeling als gevolg van verstoorde hechting

signalen huiselijk geweld bij peuters

Signalen bij peuters

  • somatische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn, slapeloosheid
  • vertraagde ontwikkeling van zindelijkheid en taalbeheersing
  • stotteren 
  • weinig zelfvertrouwen
  • angstig vastklamp gedrag of passief gedrag
  • sociale problemen zoals bijten en slaan

signalen huiselijk geweld bij kleuters

Signalen bij kleuters

  • somatische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn en slapeloosheid
  • vertraagde ontwikkeling van zindelijkheid en taalbeheersing
  • stotteren 
  • angst en fysiek vastklampen aan moeder, zich terugtrekken of passief gedrag
  • sociale problemen door agressief gedrag tegenover leeftijdsgenoten, gezinsleden, dieren of dingen
  • zichzelf beschuldigen

signalen huiselijk geweld bij schoolgaande kinderen

Signalen bij schoolgaande kinderen

Externaliserende reacties

  • agressie tegen leeftijdsgenoten of gezinsleden
  • wreedheid t.o.v. dieren
  • vernielzucht
  • weinig inschikkelijk zijn of zich verzetten tegen autoriteiten
  • gedragsproblemen

Internaliserende reacties

  • angst en zich terugtrekken
  • zichzelf beschuldigen
  • negatief zelfbeeld
  • verdriet
  • verlegenheid
  • depressie
  • gebrek aan vertrouwen in ouders of volwassenen in het algemeen

 Omgangsproblemen

  • sociale isolement door schaamte voor de thuissituatie
  • ontbreken van of tekort aan sociale vaardigheden
  • gebrek aan inlevingsvermogen of juist overgevoeligheid
  • gering probleemoplossend vermogen

 Schoolproblemen

  • moeilijkheden met schoolwerk of juist overcompenseren
  • moeite met concentreren
  • weglopen van school

 Somatische klachten

  • hoofdpijn
  • buikpijn
  • slapeloosheid

Meer informatie en advies hierover bij Veilig Thuis

Tel: 0800 2000


Signalen-en symptomenclusters bij kinderen onderverdeeld naar leeftijd en vorm van mishandeling.

Voorzichtigheid is geboden. Het opmerken van één of enkele signalen hoeft geen grond te zijn voor een vermoeden van kindermishandeling. Een andere oorzaak is ook mogelijk.

Signalenlijst kindermishandeling

Als kinderen mishandeld, verwaarloosd en/of misbruikt worden, kunnen ze signalen uitzenden. Het gebruik van een signalenlijst kan zinvol zijn, maar biedt ook een zekere mate van schijnzekerheid. De meeste signalen zijn namelijk stressindicatoren, die aangeven dat er iets met het kind aan de hand is. Dit kan ook iets anders zijn dan kindermishandeling (echtscheiding, overlijden van een familielid, enz.)


Signalenlijst kindermishandeling 0-4 jaar

Deze lijst is bestemd voor mensen die beroepshalve te maken hebben met kinderen van 0-4 jaar. Het is niet de bedoeling om aan de hand van een signalenlijst het bewijs te leveren van de mishandeling. het is wel mogelijk om een vermoeden van mishandeling meer te onderbouwen naarmate er meer signalen uit deze lijst geconstateerd worden. Een goed beargumenteerd vermoeden is voldoende om in actie te komen.


1. Psychosociale signalen


  • Achterblijven in taal-spraak, motorische, emotionele en of cognitieve ontwikkeling
  • schijnbare achterstand in verstandelijke ontwikkeling
  • regressief gedrag
  • niet zindelijk op leeftijd waarop men het verwacht


Relationele problemen:

ten opzichte van volwassenen

  • bij oppakken houdt het kind zich opvallend stijf
  • bevriezing bij lichamelijk contact
  • allemansvriend
  • lege blik in ogen en vermijden oogcontact
  • waakzaam, wantrouwend

ten opzichte van andere kinderen

  • speelt niet met andere kinderen
  • is niet geliefd bij andere kinderen
  • wantrouwen
  • terugtrekken in eigen fantasiewereld
  • wordt gepest of is zelf pester


Gedragsproblemen:

  • plotselinge gedragsverandering
  • geen of nauwelijks spontaan spel, geen interesse in spel
  • labiel, nerveus
  • depressief
  • angstig
  • passief, in zichzelf gekeerd, meegaand, apatisch, lusteloos
  • agressief
  • hyperactief
  • niet lachen, niet huilen
  • niet tonen van gevoelens, zelfs niet bij lichamelijke pijn
  • eetproblemen
  • slaapstoornissen
  • vermoeidheid, lusteloosheid


2. Medische signalen

Lichamelijke kenmerken (specifiek voor lichamelijke mishandeling)


Voedingsproblemen

  • ondervoeding
  • voedingsproblemen bij babies
  • steeds wisselen van voeding
  • veel spugen
  • matig groeien, ondanks vodloende hoeveelheid
  • weigeren van voeding
  • achterblijven in lengtegroei


Verzorgingsproblemen

  • slechte hygiëne
  • ernstige luieruitslag
  • onvoldoende kleding
  • onvoldoende geneeskundige en tandheelkundige zorg
  • veel ongevallen door onvoldoende toezicht
  • herhaalde ziekenhuisopnamen
  • recidiverende ziekten door onvoldoende zorg
  • traag herstel door onvoldoende zorg


3. Signalen specifiek voor seksueel misbruik

Lichamelijke kenmerken:

  • verwondingen aan genitaliën
  • vaginale infecties en afscheiding
  • jeuk bij vagina en/of anus
  • problemen bij het plassen
  • recidiverende urineweginfecties
  • pijn in de bovenbenen
  • pijn bij lopen en/of zitten
  • seksueel overdraagbare ziekten


Relationele problemen

  • angst voor mannen of vrouwen in het algemeen of voor een man of vrouw in het bijzonder


Gedragsproblemen

afwijkend seksueel gedrag

  • excessief en/of dwangmatig masturberen
  • angst voor lichamelijk contact of juist zoeken van seksueel getint lichamelijk contact
  • niet leeftijdsadequaat seksueel spel
  • niet leeftijdsadequate kennis van seksualiteit
  • angst om zich uit te kleden
  • angst om op de rug te liggen
  • negatief lichaamsbeeld: ontevredenheid over, boosheid op of schaamte voor eigen lichaam
  • schrikken bij aangeraakt worden
  • houterige motoriek (onderlichaam op slot)
  • geen plezier in bewegingsspel






Signalenlijst kindermishandeling (4-12 jaar)

Als kinderen mishandeld, verwaarloosd en/of misbruikt worden, kunnen ze signalen uitzenden. Het gebruik van een signalenlijst kan zinvol zijn, maar biedt ook een zekere mate van schijnzekerheid. De meeste signalen zijn namelijk stressindicatoren, die aangeven dat er iets met het kind aan de hand is. Dit kan ook iets anders zijn dan kindermishandeling (echtscheiding, overlijden van een familielid, enz.)



Kinderen met een geestelijke of lichamelijke beperking zijn extra kwetsbaar voor seksueel misbruik.  Hier kun je  het onderzoek lezen dat in 2011 is gedaan naar deze groep. Het heet Beperkt Weerbaar.








Hoe meer signalen van deze lijst een kind te zien geeft, hoe groter de kans dat er sprake zou kunnen zijn van kindermishandeling.

Het is niet de bedoeling om aan de hand van een signalenlijst het ‘bewijs’ te leveren van de mishandeling. Het is wel mogelijk om een vermoeden van mishandeling meer te onderbouwen naarmate er meer signalen uit deze lijst geconstateerd worden. Een goed beargumenteerd vermoeden is voldoende om in actie te komen!

Wanneer een kind letsel vertoont, overleg dan direct met een arts. Indien nodig kan deze het letsel beschrijven. Deze gegevens zijn van belang voor een eventueel onderzoek naar kindermishandeling.

Ook informatie over andere kinderen in het gezin wordt betrokken bij de afwegingen.

Lichamelijke signalen

  • wit gezicht (slaap tekort)
  • hoofdpijn, (onder)buikpijn
  • blauwe plekken
  • slecht verzorgd er uit zien
  • geslachtsziekte
  • jeuk of infectie bij vagina en anus
  • urineweginfecties
  • vermageren of dikker worden
  • pijn in bovenbenen, samengeknepen bovenbenen
  • houterige lichaamsbeweging
  • niet zindelijk (urine/ontlasting)
  • zwangerschap
  • lichamelijk letsel
  • achterblijven in taal-, spraak-, motorische, emotionele en/of cognitieve ontwikkeling 


Gedragssignalen

  • somber, lusteloos, in zichzelf gekeerd
  • eetproblemen
  • slaapstoornissen
  • schrikken bij aangeraakt worden
  • hyperactief
  • agressief
  • plotselinge gedragsverandering (stiller, extra druk, stoer)
  • vastklampen of abnormaal afstand houden
  • isolement tegenover leeftijdgenoten
  • zelfvernietigend gedrag (bv. haren uittrekken, praten over dood willen, suïcidepoging)
  • geheugen- en concentratiestoornissen
  • achteruitgang van leerprestaties
  • overijverig
  • zich aanpassen aan ieders verwachtingen, geen eigen initiatief
  • extreem zorgzaam en verantwoordelijk gedrag
  • verstandelijk reageren, gevoelens niet tonen (ouwelijk gedrag)
  • geseksualiseerd (“verleiden”) gedrag, seksueel getint taalgebruik
  • opvallend grote kennis over seksualiteit (niet passend bij de leeftijd)
  • verhalen of dromen over seksueel misbruik, soms in tekeningen
  • geen spontaan bewegingsspel
  • moeite met uitkleden voor gymles of niet meedoen met gym
  • spijbelen, weglopen van huis
  • stelen, brandstichting
  • verslaving aan alcohol of drugs 


Gedrag ouders

  • ouder troost kind niet bij huilen
  • ouder klaagt overmatig over het kind, toont weinig belangstelling
  • ouder heeft irreële verwachtingen ten aanzien van het kind
  • ouder is zelf mishandeld of heeft psychiatrische- of verslavingsproblemen
  • ouder gaat steeds naar andere artsen/ziekenhuizen (‘shopping’)
  • ouder komt afspraken niet na
  • kind opeens van school halen
  • aangeven het bijna niet meer aan te kunnen
  • ‘multi-problem’ gezin
  • ouder die er alleen voorstaat
  • regelmatig wisselende samenstelling van gezin
  • isolement
  • vaak verhuizen
  • sociaal-economische problemen: werkloosheid, slechte behuizing, migratie, etc.
  • veel ziekte in het gezin
  • geweld wordt gezien als middel om problemen op te lossen




Signalen seksueel misbruik


Lichamelijke signalen:

  • verwondingen aan genitaliën
  • vaginale infecties en afscheiding
  • jeuk bij vagina en/of anus
  • problemen bij het plassen
  • recidiverende urineweginfecties
  • pijn in de bovenbenen
  • pijn bij lopen en/of zitten
  • seksueel overdraagbare ziekten.


Psychosociale signalen:

  • angst voor mannen of vrouwen in het algemeen of voor een man of vrouw in het bijzonder
  • sterk verzorgend gedrag, niet passend bij de leeftijd van de leerling (parentificatie).


Afwijkend seksueel gedrag:

  • excessief en/of dwangmatig masturberen
  • angst voor lichamelijk contact of juist zoeken van seksueel getint lichamelijk contact
  • seksueel agressief en dwingend gedrag ten opzichte van andere kinderen
  • niet leeftijdsadequaat seksueel spel
  • niet leeftijdsadequate kennis van seksualiteit
  • angst voor zwangerschap
  • angst om zich uit te kleden
  • angst om op de rug te liggen
  • negatief lichaamsbeeld: ontevredenheid over, boosheid op of schaamte voor eigen lichaam
  • schrikken bij aangeraakt worden
  • houterige motoriek (onderlichaam 'op slot')
  • geen plezier in bewegingsspel.




Signalen meisjesbesnijdenis

  • vertellen over meisjesbesnijdenis in het algemeen
  • aankondigen van besnijdenis.


Directe gevolgen tijdens en na de ingreep:

  • extreme pijn (wanneer de ingreep zonder verdoving plaatsvindt)
  • klachten bij urinelozing (pijn bij plassen, ophoping urine in de blaas)
  • overmatig bloedverlies
  • kans op infectie
  • kans op overlijden van het meisje.


Mogelijke gevolgen na de ingreep:

  • moeilijke en/of pijnlijke urinelozing
  • urineweginfectie
  • chronische pijn in de onderbuik
  • littekenvorming
  • menstruatieklachten

Een vermoeden van meisjesbesnijdenis actueel of in de toekomst moet direct bij het AMK gemeld worden.Overleg indien mogelijk eerst met JGZ Er is een handelingsprotocol meisjesbesnijdenis dat beschrijft wat er na een melding kan gebeuren.




Signalen eergerelateerd geweld

Angst:

  • schichtig reageren
  • onzekerheid
  • verwardheid
  • apathisch zijn
  • in zichzelf gekeerd zijn
  • zich afsluiten van de buitenwereld.


Verandering van gedrag:

  • plotselinge stressreacties
  • schoolverzuim
  • westerse kleding inruilen voor traditionele kleding en hele lichaam bedekken
  • direct na school naar huis gaan
  • stelselmatig opgehaald worden door vader of broer(s)
  • vriendschappen verbreken
  • verwondingen
  • blauwe plekken.


Ontwijkend gedrag:

  • ontwijkende antwoorden op directe vragen over bijvoorbeeld verwondingen of sociale controle door familie
  • lichamelijke verwaarlozing
  • zelfmoordpogingen
  • zinspelen op zelfmoord
  • fatalistische houding
  • verhalen over geweld tegen andere familieleden.

!!Bij signalen van eergerelateerd geweld: altijd het SHG om advies vragen. Voorzichtigheid is bij de aanpak heel belangrijk.

Voorzichtigheid is geboden. Het opmerken van één of enkele signalen hoeft geen grond te zijn voor een vermoeden van kindermishandeling. Een andere oorzaakHoe meer signalen van deze lijst een kind te zien geeft, hoe groter de kans dat er sprake zou kunnen zijn van kindermishandeling.

Het is niet de bedoeling om aan de hand van een signalenlijst het ‘bewijs’ te leveren van de mishandeling. Het is wel mogelijk om een vermoeden van mishandeling meer te onderbouwen naarmate er meer signalen uit deze lijst geconstateerd worden. Een goed beargumenteerd vermoeden is voldoende om in actie te komen!




 

 

 

 

 


 

Signalenlijst van de 5 leefgebieden (bron: verwijsindex)

 

Signalenlijst

 

Deze signalenlijst geeft een overzicht van de leefgebieden waarop mogelijk signalen van (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling vast te stellen zijn. Het betreft signalen bij de jeugdige, de ouders, tussen ouder en jeugdige en in de sociale omgeving van het gezin die schadelijk/belemmerend zijn en/of bedreigend kunnen zijn voor de ontwikkeling van de jeugdige (0 tot 23 jaar).

Uitgangspunt bij het signaleren is altijd de mogelijke bedreiging van de gezonde en veilige ontwikkeling van de jeugdige. Zowel signalen die wijzen op risicofactoren (bedreiging van de ontwikkeling van de jeugdige) als beschermende factoren (positieve invloed op de ontwikkeling van de jeugdige) kunnen worden meegenomen.

Belangrijke aspecten bij kind-signalen zijn de volgende:

  • veranderingen bij de jeugdige (onder andere in gedrag en uiterlijk);
  • het voorkomen van niet-leeftijdsadequaat gedrag (gedrag passend bij jongere of oudere kinderen);
  • het voorkomen van abnormaal gedrag;
  • extreme (grensoverschrijdende) gedragingen.

 

 

 

Signalenlijst kindermishandeling (12-19 jaar)

Als kinderen of jongeren mishandeld, verwaarloosd en/of misbruikt worden, kunnen ze signalen uitzenden. Het gebruik van een signalenlijst kan zinvol zijn, maar biedt ook een zekere mate van schijnzekerheid. De meeste signalen zijn namelijk stressindicatoren, die aangeven dat er iets met het kind aan de hand is. Dit kan ook iets anders zijn dan kindermishandeling (echtscheiding, overlijden van een familielid, enz.). 

Hoe meer signalen van deze lijst een kind te zien geeft, hoe groter de kans dat er sprake zou kunnen zijn van kindermishandeling. Het is niet de bedoeling om aan de hand van een signalenlijst het ‘bewijs’ te leveren van de mishandeling. Het is wel mogelijk om een vermoeden van mishandeling meer te onderbouwen naarmate er meer signalen uit deze lijst geconstateerd worden. Een goed beargumenteerd vermoeden is voldoende om in actie te komen!

Wanneer een kind letsel vertoont, overleg dan direct met de JGZ arts. Indien nodig kan deze het letsel beschrijven. Deze gegevens zijn van belang voor een eventueel onderzoek naar kindermishandeling.

Ook informatie over andere kinderen in het gezin wordt betrokken bij de afwegingen.

 

Seksueel grensoverschrijdend gedrag bij kinderen:

Er kan sprake zijn van grensoverschrijdend gedrag als:

  • Er een groot leeftijdsverschil is tussen kinderen
  • Er sprake is van manipulatie of dwang
  • Kinderen elkaar pijn doen
  • Er voorwerpen in vagina of anus geduwd worden
  • Er geweld gebruikt wordt
  • Het om een grote groep kinderen tegen één kind gaat

Jonge kinderen zijn samen met andere kinderen hun lichaam aan het ontdekken.Zo komen ze te weten wat er hetzelfde is aan elkaars lichaam en wat juist anders. ‘Doktertje spelen’ is hierbij een favoriet spel. Toch zijn er ook grenzen bij spelletjes tussen kinderen onderling.
Voor professionele opvoeders en voor ouders is er het Vlaggensysteem ontwikkeld waarmee seksueel gezond én seksueel grensoverschrijdend gedrag van kinderen en jongeren kan worden geduid en bijgestuurd. Wanneer het grensoverschrijdend gedrag niet kan worden bijgestuurd of er zijn aanwijzingen voor misbruik of mishandeling van het kind in kwestie, neem dan kontakt op met het Ouder en Kind Centrum of vraag advies aan Veilig Thuis.

 


Het Vlaggensysteem

Seksueel grensoverschrijdend gedrag bij kinderen en jongeren roept zorg op. Niet alleen bij opvoeders maar ook bij professionals. Sensoa ontwikkelde samen met MOVISIE een methodiek om seksueel gezond én seksueel grensoverschrijdend gedrag van kinderen en jongeren te duiden en bij te sturen. Deze methodiek noemt men het Vlaggensysteem.

Doelgroep van de methode

De doelgroep van het Vlaggensysteem bestaat uit kinderen en jongeren van nul tot achttien jaar uit westerse landen. Het is toepasbaar op jongens en meisjes, zowel hetero- als homoseksuelen.

De intermediaire doelgroep bestaat uit ouders, opvoeders, leerkrachten en anderen die met kinderen en jongeren werken.

Hoe werkt het Vlaggensysteem

Het Vlaggensysteem is een theoretisch onderbouwde en in de praktijk uitgeteste pedagogische interventie. Het systeem bevat een zestal criteria voor seksueel gezond én seksueel grensoverschrijdend gedrag. Deze criteria zijn:

  • wederzijdse toestemming;
  • vrijwilligheid;
  • gelijkwaardigheid;
  • leeftijdsadequaat;
  • contextadequaat;
  • zelfrespect.

Met behulp van deze criteria toetst een professional of het gesignaleerde gedrag passend is voor het kind of de jongere in kwestie. Het Vlaggensysteem zet de criteria op een rij en koppelt dit aan een gekleurde vlag.

de vier vlaggen van het vlaggensysteem

  • Groene vlag: gezond seksueel gedrag en experimenteergedrag
  • Gele vlag: licht grensoverschrijdend gedrag
  • Rode vlag: ernstig grensoverschrijdend gedrag
  • Zwarte vlag: zwaar seksueel grensoverschrijdend gedrag

Daarbij krijgt de professional handvatten om het gedrag te bespreken en te beïnvloeden.

Definitie seksueel grensoverschrijdend gedrag

Seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt gedefinieerd als: elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering ten aanzien van een kind of jongere, in verbale, non-verbale of fysieke zin, waarbij in seksueel contact aan één of meerdere van de volgende zes criteria niet wordt voldaan (de eerste drie criteria zijn afkomstig van Ryan & Lane (1997).

1. Wederzijdse toestemming: stemmen beide partijen met volledig bewustzijn in?
2. Vrijwilligheid: is er sprake van fysieke of psychische dwang waardoor een kind/jongere seksuele dingen doet of ondergaat die hij/zij niet wil? De grens tussen vrijwilligheid en dwang is soms moeilijk te trekken omdat er ook subtiele vormen van dwang zijn (denk aan verleiding, beloning).
3. Gelijkwaardigheid: is er sprake van evenwicht tussen beide betrokkenen ten aanzien van leeftijd, kennis, intelligentie, aanzien, macht, levenservaring en rijpheid?
4. Leeftijds- of ontwikkelingsadequaat: past het seksueel gedrag bij de leeftijds- of ontwikkelingsfase van het kind/de jongere?
5. Contextadequaat/passend bij de situatie: is het gedrag passend en acceptabel in de desbetreffende context en (sub)cultuur?
6. Zelfrespect: loopt het kind/de jongere zelf fysieke, psychologische of sociale schade op?

Groene, gele, rode of zwarte vlag

1. Groene vlag (acceptabel gedrag): aan alle criteria is voldaan in positieve zin.

2. Gele vlag (licht grensoverschrijdend gedrag): er is geen sprake van duidelijke wederzijdse toestemming, er is sprake van lichte dwang/druk, van licht aanstootgevend gedrag, gedrag dat niet helemaal leeftijdsadequaat is of zelfbeschadigend kan zijn.

3. Rode vlag (ernstig grensoverschrijdend gedrag): er is geen duidelijke wederzijdse toestemming, er is sprake van druk/dwang (manipulatie, macht, chantage) of van grote ongelijkwaardigheid tussen de betrokkenen, het gedrag is beschadigend of niet leeftijdsadequaat.

4. Zwarte vlag (zeer ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag): er is geen wederzijdse toestemming of er is sprake van dwang of van grote ongelijkwaardigheid, het gedrag is zwaar beschadigend of het gedrag is totaal niet leeftijdsadequaat.

Kaarten met voorbeelden van gedrag dat bij de verschillende kleuren vlaggen hoort.

Methodebeschrijving Vlaggensysteem Movisie

Vlaggensysteem voor ouders

 

Competenties opvoeders vergroten

Met het vlaggensysteem kunnen competenties van opvoeders en ouders worden vergroot:

  • Seksueel gedrag juist kunnen inschatten (ethische interventie). Een kader geven aan kinderen en jongeren enerzijds en aan ouders, opvoeders, leerkrachten en anderen die met kinderen en jongeren werken anderzijds, om seksueel gedrag op een objectieve manier te kunnen duiden en om objectiever te kunnen nagaan of seksueel gedrag wel/niet grensoverschrijdend is. Antwoord geven op vragen over wat aanvaardbaar gedrag is en welk gedrag overeenkomt met de seksuele ontwikkeling van kinderen en jongeren. Nuancering kunnen aanbrengen tussen 'groen, geel, rood en zwart vlaggedrag' (zie verder).
  • Bespreekbaar kunnen maken van seksueel gedrag bij kinderen/jongeren (pedagogische interventie). Ouders, opvoeders en professionals die met kinderen en jongeren werken handvatten geven om seksualiteit, wensen, grenzen en gedrag van kinderen en jongeren op een neutrale en objectieve manier met hen bespreekbaar te maken. Het Vlaggensysteem wil kinderen, jongeren en hun begeleiders helpen te reageren op een manier die aansluit bij de (seksuele) ontwikkelingsfase van het kind of de jongere en argumenten geven waarom bepaald gedrag wel of niet aanvaardbaar is (pedagogische reactie).
  • Bevorderen van visievorming binnen teams. Het Vlaggensysteem kan ook als hulpmiddel dienen bij visievorming, discussies en reflecties op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag van kinderen en jongeren en het beleid hieromtrent binnen teams in instellingen, scholen, internaten, et cetera.

Let op!

Het Vlaggensysteem is niet bedoeld als diagnostisch systeem en laat dan ook het eventueel onderliggende probleem van het seksueel gedrag buiten beschouwing. Het is evenmin bedoeld als juridisch kader.

Vlaggensysteem in relatie tot cultuur/etniciteit

Het gaat bij het Vlaggensysteem om de duiding van het seksueel gedrag van kinderen en jongeren van nul tot achttien jaar die in een westers land wonen. De criteria en de normatieve lijst zijn ontwikkeld op basis van westerse informatie. De ontwikkelaars geven aan dat het Vlaggensysteem op kinderen en jongeren die in andere delen van de wereld zijn opgegroeid met de nodige voorzichtigheid toegepast moet worden. De documentatie over de methode bevat ook geen verdere informatie over hoe rekening gehouden kan worden met (etnische) diversiteit. Er zijn wel werkvormen uitgewerkt om de diversiteit binnen een groep bespreekbaar te maken. Zo is één van de doelstellingen van de werkvorm 'Sociale regels': persoonlijke, culturele en genderverschillen kunnen onderkennen. Er worden vragen gesteld als: 'Hoe weet je dat bepaald gedrag mag en is dit hetzelfde voor de andere sekse?', 'Hebben we hierover altijd dezelfde regels?' en 'Zijn er verschillende regels voor jongens en meisjes?'.

Vlaggensysteem en kinderen/jongeren met een beperking
De handleiding is bruikbaar voor kinderen en jongeren met beperkingen. Bij hen zal wel een inschatting nodig zijn van de ontwikkelingsfase(n) waarin het kind/de jongere zich bevindt. Er is een doorontwikkeling voorzien met betrekking tot mensen met een beperking.

 

Subcategorieën