Wat u moet doen: 

 

  • Na de eerste drie stappen beschikt u al over redelijk veel informatie: de beschrijving van de signalen die zijn vastgelegd, de uitkomsten van het gesprek met de ouders en/of het kind en het advies van deskundigen.
  • Op basis van al deze informatie dient u nu een weging (inschatting) te maken, waarbij de volgende vragen leidend zijn:

 

  1. In hoeverre is de veiligheid van het kind in het geding?
  2. Hoe schat u de risico's in op kindermishandeling / huiselijk geweld?
  3. Wat is uw inschatting van de aard en ernst van de problematiek?
  4. Is het nodig om een melding te doen bij Veilig Thuis?
  5. Is het nodig om andere vormen van hulpverlening in gang te zetten?
  6. In hoeverre zijn de ouders en het kind gemotiveerd om hulp te accepteren?

 

  • Eventuele ervaringen met broertjes of zusjes dienen ook in de weging te worden meegenomen.
  • Bij bovenstaande weging kan ook het (externe) Zorg Advies Team (of Zorgbreedte Overleg) worden ingeschakeld.
  • Bij twijfel kunt u ten alle tijde contact opnemen met Veilig Thuis om advies of consult te vragen. Daarbij hoeft u de naam van het kind (gezin) niet te noemen. 

 

Aandachtspunten bij stap 4 Wegen:

 

  • Beschikt uw organisatie of beroepsgroep over een risicotaxatie - instrument, dan wordt dit instrument  bij de weging meegenomen. Risicotaxatie- instrumenten zijn bijvoorbeeld: DMO, Lirik, Care.
  • Het Balansmodel laat zien wat de belastende en wat de beschermende factoren zijn. Bij de weging van de ernst van de situatie kan dit als hulpmiddel worden gebruikt.