In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden.

Het is belangrijk om betrokkenheid uit te stralen en eerlijkheid.Direct na het vertellen wat de aanleiding is van het gesprek vraagt de medewerker aan de ouders wat zij hiervan vinden. Door middel van open vragen krijgen de ouders de gelegenheid om hun eigen verhaal te vertellen. Hierbij luistert de  medewerker actief en stimuleert door houding, knikken, hummen etc. De medewerker neemt de tijd en raakt niet geïrriteerd of ongeduldig. Het gesprek moet geen verhoor worden maar heeft als doel om de achterliggende problematiek op te sporen. De medewerker probeert de positieve aspecten van het kind en/of het handelen van de ouders te benoemen. Door het benoemen van zichtbare feiten en zichtbaar gedrag zonder eigen waardeoordeel of beschuldigende houding of (stem)toon zal de ouder zich minder in de verdediging gedrukt voelen. Reageren in de eerste persoon ('ik') op emoties of uitlatingen van de ouder, herhalen (in andere woorden) en samenvatten verheldert wat er door de medewerker en de ouders bedoeld wordt. 

Bij de bevindingen hoort het verhaal van de ouders en/of het kind. De medewerker analyseert de situatie op grond van de eigen observatie, het verhaal van ouders en/of kind en de aanwezigheid van risicofactoren en beschermende factoren. De medewerker observeert de interactie tussen het kind en de ouders tijdens het gesprek en bespreekt wat opvalt.

terug naar boven