Ouders van kinderen in het SBO en SO

Bij een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld zal (vrijwel altijd) een gesprek met de ouders van het betreffende kind gevoerd worden.

 

Voor professionals in het SBO en SO zal deze stap soms extra lastig zijn omdat (vanwege erfelijkheidsfactoren en/of generationele overdracht van bepaalde problematiek) de ouders van kinderen in het SO soms zelf óók last hebben van een beperking, een gedragsstoornis of van psychiatrische problematiek. Bijvoorbeeld in het geval van ouders met een licht verstandelijke handicap of ouders met een laag intelligentieniveau kan het moeilijk zijn om op de juiste manier met hen het gesprek aan te gaan en om voor iedereen duidelijke afspraken te maken.

 

Met name op de cluster 4 scholen hebben professionals relatief vaker te maken met ouders die zelf óók een (ernstige) gedragsstoornis of psychiatrische stoornis hebben. Ook hier geldt weer: deze ouders waren zelf in hun jeugd óók extra kwetsbaar en liepen dus een groter risico om mishandeld, misbruikt of verwaarloosd te worden.

 

Het komt relatief vaak voor dat ouders die hun kinderen mishandelen of verwaarlozen, in hun eigen jeugd ook slachtoffer zijn geweest van een vorm van kindermishandeling. Het verdient aanbeveling om dit soort patronen van generationele overdracht en de verhoogde risico’s voor kinderen van ouders met (ernstige) gedragsproblemen, psychiatrische problematiek of verslavingsproblematiek  mee te nemen in de overwegingen bij de stappen van dit handelingsprotocol.