U bent:

Aandachtsfunctionaris, arts assistent, arts Maatschappij & Gezondheid, Behandelaar, Casemanager, Directielid/bestuurslid, (Forensisch) arts/verpleegkundige, Gedragsdeskundige, Geestelijk verzorgende, Intake coördinator, Intern vertrouwenspersoon, Klinisch psycholoog, Preventiefunctionaris, Psychiater, Psycholoog, Psychotherapeut/diagnosticus, (Sociaal)psychiatrisch verpleegkundige, Systeemtherapeut, Teammanager/coördinator/hoofd afdeling, Verpleegkundig specialist.

Wat u moet doen:

  • Na de eerste drie stappen beschikt u al over redelijk veel informatie: de beschrijving van de signalen die zijn vastgelegd, de uitkomsten van het gesprek met de cliënt, ouders en/of het kind en het advies van collega's en eventuele andere deskundigen.
  • Op basis van al deze informatie dient u nu een weging (inschatting) te maken, waarbij de volgende vragen leidend zijn:
  1. Duiden de signalen op kindermishandeling of huiselijk geweld.
  2. Accepteren ouders of client hulp.
  3. Wat is het resultaat van de hulp.
  4. Is het nodig om een melding te doen bij het AMK/SHG?
  5. Is het nodig om andere vormen van hulpverlening in gang te zetten?
  • Eventuele ervaringen met broertjes of zusjes dienen ook in de weging te worden meegenomen.
  • Overleg met andere beroepskrachten (bij voorkeur met toestemming maar indien noodzakelijk zonder toestemming van de cliënt)
  • Bij twijfel kunt u ten alle tijde contact opnemen met het AMK om advies of consult te vragen. Daarbij hoeft u de naam van het kind (gezin) niet te noemen. 

Aandachtspunten bij stap 4 Wegen:

  • Hoe meer risicofactoren aanwezig zijn des te groter de kans op kindermishandeling of geweld. Beschermende factoren kunnen de risico's verminderen( Balansmodel) Voor kinderen met ouders met een psychiatrische aandoening kunt u de SIK lijst gebruiken
  • Beschikt uw organisatie of beroepsgroep over een risicotaxatie-instrument, dan zorgt u ervoor dat dit instrument bij de weging wordt meegenomen. Risicotaxatie- instrumenten zijn bijvoorbeeld: DMO, Lirik , Care