Risicotaxatieinstrumenten


Instrumenten die u kunnen ondersteunen in de aanpak van eergerelateerd geweld. De checklisten bevatten een uitgebreide vragenlijst. Het inschatten en wegen van de risico’s is werk waarbij hulp van een deskundige op het vlak van eergerelateerd geweld nodig is.

 ! De risicotaxatielijsten kunnen het best gebruikt worden samen met een deskundige van het   AMK of SHG.


Speciaal Basis Onderwijs (SBO)

Scholen voor speciaal basisonderwijs zijn basisscholen bedoeld voor kinderen met een betrekkelijk laag of laag intelligentieniveau, kinderen die een leerachterstand hebben, kinderen met opvoedingsmoeilijkheden en alle andere kinderen die speciale zorg en aandacht nodig hebben. Het speciaal basisonderwijs valt niet onder de wet 'speciaal onderwijs', maar is in feite een speciale vorm van onderwijs voor kinderen die het op een reguliere basisschool niet redden. Kinderen op sbo-scholen dienen na het verlaten van deze school dezelfde basiskennis behaald te hebben als kinderen die op een gewone basisschool gezeten hebben, maar ze mogen daar wel langer over doen. Uitlopen kan tot 14 jaar.

Het gaat bij seksueel misbruik om alle opgedrongen seksuele gedragingen van een volwassene dan wel ouder persoon/gezinslid bij een kind. In Nederland is seksueel contact met een kind jonger dan 12 jaar zonder meer strafbaar. Ook contact met een jongere tussen de 12 en 16 jaar is strafbaar maar de politie komt feitelijk alleen in actie als aangifte wordt gedaan en een klacht wordt ingediend door de jongere. Ook strafbaar is de volwassene die seksueel contact heeft met een minderjarige (beneden de 18 jaar) die afhankelijk is van hem of haar: een ouder met een kind of een docent met een leerling (Frenken 2001).

Bij seksueel misbruik is altijd sprake van de combinatie van „grooming‟ en bedreiging. Onder grooming wordt verstaan, hofmakerij, “wij hebben samen een geheimpje”, “jij bent papa‟s eigen meisje”.

Na de grooming volgt de bedreiging: “Ik moet naar de gevangenis als je erover praat”, “Mama wordt erg verdrietig als zij ons geheimpje weet.” Het kind kan die gedragingen door het lichamelijke of relationele overwicht, de emotionele druk, of door dwang en geweld van de volwassene niet weigeren. Het kind wordt gebruikt om de behoeften van de volwassene of de adolescent te bevredigen.

 

Voor meisjes en vrouwen die slachtoffer zijn van seksueel geweld korter dan zeven dagen geleden zijn er Centra Seksueel Geweld. 0800 0188

 

Shaken baby syndroom

 

 

Het lichaam van een baby is zeer kwetsbaar, omdat nog niet alle spieren en botten zo ontwikkeld zijn dat zij optimale bescherming bieden. Heen en weer schudden van een baby is dan ook uiterst riskant.

In het relatief grote babyhoofdje, dat bij het schudden door de slappe nek heftig heen en weer beweegt, kan hersenschade ontstaan die kan leiden tot neurologische afwijkingen zoals verlammingsverschijnselen, blindheid of andere zeer ernstige gevolgen. Hoe jonger het kind, des te ernstiger zijn de gevolgen.

Alle aanstaande ouders/verzorgers horen op de hoogte gebracht te worden van de risico's en advies te krijgen wat te doen als zij wanhopig/boos/machteloos raken door bijvoorbeeld een huilbaby. 

  pdf monitor aanpak kindermishandeling shaken baby syndroom  (795 KB)

Korte checklist voor het signaleren van eergerelateerd geweld

Dagbesteding:school en/of werk

  •  (structureel) verzuim, mogelijk gestimuleerd door ouders
  • Verminderde prestaties
  • verzoek om verlengde vakantie
  • te laat terugkeren uit land van herkomst
  • opzien tegen komende vakantie
  • gehaald/gebracht worden en/of surveillance door broers of neven op school/werk, niet zelfstandig mogen reizen
  • sociale isolatie/ verbreking vriendschappen zonder duidelijke reden
  • verandering van kleding, van modern naar traditioneel of andersom
  • algehele gedragsveranderingen (zie ook gezondheid en gedrag)
  • plotselinge aankondiging van verloving met een vreemde
  •  blokkade van toegang tot (vervolg)opleiding/werk
  • Er wordt geroddeld over een meisje op school en/ of haar broers/neven hebben veel ruzie over haar
  • Deelname aan school/werkuitjes zeer beperkt, na werk/school weinig uitlooptijd, geen flexibiliteit.
  • Dubbelleven, groot verschil in gedrag tijdens/buiten school/werk.

signalen huiselijk geweld bij baby's

 Signalen huiselijk geweld  bij baby's 

  • slechte lichamelijke gezondheid
  • slecht slapen
  • excessief huilen of schreeuwen
  • angst om alleen te zijn
  • schrikachtigheid
  • gebrekkige emotionele ontwikkeling als gevolg van verstoorde hechting

signalen huiselijk geweld bij peuters

Signalen bij peuters

  • somatische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn, slapeloosheid
  • vertraagde ontwikkeling van zindelijkheid en taalbeheersing
  • stotteren 
  • weinig zelfvertrouwen
  • angstig vastklamp gedrag of passief gedrag
  • sociale problemen zoals bijten en slaan

signalen huiselijk geweld bij kleuters

Signalen bij kleuters

  • somatische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn en slapeloosheid
  • vertraagde ontwikkeling van zindelijkheid en taalbeheersing
  • stotteren 
  • angst en fysiek vastklampen aan moeder, zich terugtrekken of passief gedrag
  • sociale problemen door agressief gedrag tegenover leeftijdsgenoten, gezinsleden, dieren of dingen
  • zichzelf beschuldigen

signalen huiselijk geweld bij schoolgaande kinderen

Signalen bij schoolgaande kinderen

Externaliserende reacties

  • agressie tegen leeftijdsgenoten of gezinsleden
  • wreedheid t.o.v. dieren
  • vernielzucht
  • weinig inschikkelijk zijn of zich verzetten tegen autoriteiten
  • gedragsproblemen

Internaliserende reacties

  • angst en zich terugtrekken
  • zichzelf beschuldigen
  • negatief zelfbeeld
  • verdriet
  • verlegenheid
  • depressie
  • gebrek aan vertrouwen in ouders of volwassenen in het algemeen

 Omgangsproblemen

  • sociale isolement door schaamte voor de thuissituatie
  • ontbreken van of tekort aan sociale vaardigheden
  • gebrek aan inlevingsvermogen of juist overgevoeligheid
  • gering probleemoplossend vermogen

 Schoolproblemen

  • moeilijkheden met schoolwerk of juist overcompenseren
  • moeite met concentreren
  • weglopen van school

 Somatische klachten

  • hoofdpijn
  • buikpijn
  • slapeloosheid

Meer informatie en advies hierover bij Veilig Thuis

Tel: 0800 2000


signalen huiselijk geweld bij baby's

 Signalen huiselijk geweld  bij baby's 

  • slechte lichamelijke gezondheid
  • slecht slapen
  • excessief huilen of schreeuwen
  • angst om alleen te zijn
  • schrikachtigheid
  • gebrekkige emotionele ontwikkeling als gevolg van verstoorde hechting

signalen huiselijk geweld bij peuters

Signalen bij peuters

  • somatische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn, slapeloosheid
  • vertraagde ontwikkeling van zindelijkheid en taalbeheersing
  • stotteren 
  • weinig zelfvertrouwen
  • angstig vastklamp gedrag of passief gedrag
  • sociale problemen zoals bijten en slaan

signalen huiselijk geweld bij kleuters

Signalen bij kleuters

  • somatische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn en slapeloosheid
  • vertraagde ontwikkeling van zindelijkheid en taalbeheersing
  • stotteren 
  • angst en fysiek vastklampen aan moeder, zich terugtrekken of passief gedrag
  • sociale problemen door agressief gedrag tegenover leeftijdsgenoten, gezinsleden, dieren of dingen
  • zichzelf beschuldigen

signalen huiselijk geweld bij schoolgaande kinderen

Signalen bij schoolgaande kinderen

Externaliserende reacties

  • agressie tegen leeftijdsgenoten of gezinsleden
  • wreedheid t.o.v. dieren
  • vernielzucht
  • weinig inschikkelijk zijn of zich verzetten tegen autoriteiten
  • gedragsproblemen

Internaliserende reacties

  • angst en zich terugtrekken
  • zichzelf beschuldigen
  • negatief zelfbeeld
  • verdriet
  • verlegenheid
  • depressie
  • gebrek aan vertrouwen in ouders of volwassenen in het algemeen

 Omgangsproblemen

  • sociale isolement door schaamte voor de thuissituatie
  • ontbreken van of tekort aan sociale vaardigheden
  • gebrek aan inlevingsvermogen of juist overgevoeligheid
  • gering probleemoplossend vermogen

 Schoolproblemen

  • moeilijkheden met schoolwerk of juist overcompenseren
  • moeite met concentreren
  • weglopen van school

 Somatische klachten

  • hoofdpijn
  • buikpijn
  • slapeloosheid

Meer informatie en advies hierover bij Veilig Thuis

Tel: 0800 2000


 

signalenkaart huiselijk geweld 

 Hulpmiddel om signalen te registreren en op te slaan per casus

 

 

signalen huiselijk geweld bij baby's

 Signalen huiselijk geweld  bij baby's 

  • slechte lichamelijke gezondheid
  • slecht slapen
  • excessief huilen of schreeuwen
  • angst om alleen te zijn
  • schrikachtigheid
  • gebrekkige emotionele ontwikkeling als gevolg van verstoorde hechting

signalen huiselijk geweld bij peuters

Signalen bij peuters

  • somatische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn, slapeloosheid
  • vertraagde ontwikkeling van zindelijkheid en taalbeheersing
  • stotteren 
  • weinig zelfvertrouwen
  • angstig vastklamp gedrag of passief gedrag
  • sociale problemen zoals bijten en slaan

signalen huiselijk geweld bij kleuters

Signalen bij kleuters

  • somatische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn en slapeloosheid
  • vertraagde ontwikkeling van zindelijkheid en taalbeheersing
  • stotteren 
  • angst en fysiek vastklampen aan moeder, zich terugtrekken of passief gedrag
  • sociale problemen door agressief gedrag tegenover leeftijdsgenoten, gezinsleden, dieren of dingen
  • zichzelf beschuldigen

signalen huiselijk geweld bij schoolgaande kinderen

Signalen bij schoolgaande kinderen

Externaliserende reacties

  • agressie tegen leeftijdsgenoten of gezinsleden
  • wreedheid t.o.v. dieren
  • vernielzucht
  • weinig inschikkelijk zijn of zich verzetten tegen autoriteiten
  • gedragsproblemen

Internaliserende reacties

  • angst en zich terugtrekken
  • zichzelf beschuldigen
  • negatief zelfbeeld
  • verdriet
  • verlegenheid
  • depressie
  • gebrek aan vertrouwen in ouders of volwassenen in het algemeen

 Omgangsproblemen

  • sociale isolement door schaamte voor de thuissituatie
  • ontbreken van of tekort aan sociale vaardigheden
  • gebrek aan inlevingsvermogen of juist overgevoeligheid
  • gering probleemoplossend vermogen

 Schoolproblemen

  • moeilijkheden met schoolwerk of juist overcompenseren
  • moeite met concentreren
  • weglopen van school

 Somatische klachten

  • hoofdpijn
  • buikpijn
  • slapeloosheid

Meer informatie en advies hierover bij Veilig Thuis

Tel: 0800 2000


Signalen-en symptomenclusters bij kinderen onderverdeeld naar leeftijd en vorm van mishandeling.

Voorzichtigheid is geboden. Het opmerken van één of enkele signalen hoeft geen grond te zijn voor een vermoeden van kindermishandeling. Een andere oorzaak is ook mogelijk.

Signalenlijst kindermishandeling

Als kinderen mishandeld, verwaarloosd en/of misbruikt worden, kunnen ze signalen uitzenden. Het gebruik van een signalenlijst kan zinvol zijn, maar biedt ook een zekere mate van schijnzekerheid. De meeste signalen zijn namelijk stressindicatoren, die aangeven dat er iets met het kind aan de hand is. Dit kan ook iets anders zijn dan kindermishandeling (echtscheiding, overlijden van een familielid, enz.)


Signalenlijst kindermishandeling 0-4 jaar

Deze lijst is bestemd voor mensen die beroepshalve te maken hebben met kinderen van 0-4 jaar. Het is niet de bedoeling om aan de hand van een signalenlijst het bewijs te leveren van de mishandeling. het is wel mogelijk om een vermoeden van mishandeling meer te onderbouwen naarmate er meer signalen uit deze lijst geconstateerd worden. Een goed beargumenteerd vermoeden is voldoende om in actie te komen.


1. Psychosociale signalen


  • Achterblijven in taal-spraak, motorische, emotionele en of cognitieve ontwikkeling
  • schijnbare achterstand in verstandelijke ontwikkeling
  • regressief gedrag
  • niet zindelijk op leeftijd waarop men het verwacht


Relationele problemen:

ten opzichte van volwassenen

  • bij oppakken houdt het kind zich opvallend stijf
  • bevriezing bij lichamelijk contact
  • allemansvriend
  • lege blik in ogen en vermijden oogcontact
  • waakzaam, wantrouwend

ten opzichte van andere kinderen

  • speelt niet met andere kinderen
  • is niet geliefd bij andere kinderen
  • wantrouwen
  • terugtrekken in eigen fantasiewereld
  • wordt gepest of is zelf pester


Gedragsproblemen:

  • plotselinge gedragsverandering
  • geen of nauwelijks spontaan spel, geen interesse in spel
  • labiel, nerveus
  • depressief
  • angstig
  • passief, in zichzelf gekeerd, meegaand, apatisch, lusteloos
  • agressief
  • hyperactief
  • niet lachen, niet huilen
  • niet tonen van gevoelens, zelfs niet bij lichamelijke pijn
  • eetproblemen
  • slaapstoornissen
  • vermoeidheid, lusteloosheid


2. Medische signalen

Lichamelijke kenmerken (specifiek voor lichamelijke mishandeling)


Voedingsproblemen

  • ondervoeding
  • voedingsproblemen bij babies
  • steeds wisselen van voeding
  • veel spugen
  • matig groeien, ondanks vodloende hoeveelheid
  • weigeren van voeding
  • achterblijven in lengtegroei


Verzorgingsproblemen

  • slechte hygiëne
  • ernstige luieruitslag
  • onvoldoende kleding
  • onvoldoende geneeskundige en tandheelkundige zorg
  • veel ongevallen door onvoldoende toezicht
  • herhaalde ziekenhuisopnamen
  • recidiverende ziekten door onvoldoende zorg
  • traag herstel door onvoldoende zorg


3. Signalen specifiek voor seksueel misbruik

Lichamelijke kenmerken:

  • verwondingen aan genitaliën
  • vaginale infecties en afscheiding
  • jeuk bij vagina en/of anus
  • problemen bij het plassen
  • recidiverende urineweginfecties
  • pijn in de bovenbenen
  • pijn bij lopen en/of zitten
  • seksueel overdraagbare ziekten


Relationele problemen

  • angst voor mannen of vrouwen in het algemeen of voor een man of vrouw in het bijzonder


Gedragsproblemen

afwijkend seksueel gedrag

  • excessief en/of dwangmatig masturberen
  • angst voor lichamelijk contact of juist zoeken van seksueel getint lichamelijk contact
  • niet leeftijdsadequaat seksueel spel
  • niet leeftijdsadequate kennis van seksualiteit
  • angst om zich uit te kleden
  • angst om op de rug te liggen
  • negatief lichaamsbeeld: ontevredenheid over, boosheid op of schaamte voor eigen lichaam
  • schrikken bij aangeraakt worden
  • houterige motoriek (onderlichaam op slot)
  • geen plezier in bewegingsspel






Signalenlijst kindermishandeling (4-12 jaar)

Als kinderen mishandeld, verwaarloosd en/of misbruikt worden, kunnen ze signalen uitzenden. Het gebruik van een signalenlijst kan zinvol zijn, maar biedt ook een zekere mate van schijnzekerheid. De meeste signalen zijn namelijk stressindicatoren, die aangeven dat er iets met het kind aan de hand is. Dit kan ook iets anders zijn dan kindermishandeling (echtscheiding, overlijden van een familielid, enz.)



Kinderen met een geestelijke of lichamelijke beperking zijn extra kwetsbaar voor seksueel misbruik.  Hier kun je  het onderzoek lezen dat in 2011 is gedaan naar deze groep. Het heet Beperkt Weerbaar.








Hoe meer signalen van deze lijst een kind te zien geeft, hoe groter de kans dat er sprake zou kunnen zijn van kindermishandeling.

Het is niet de bedoeling om aan de hand van een signalenlijst het ‘bewijs’ te leveren van de mishandeling. Het is wel mogelijk om een vermoeden van mishandeling meer te onderbouwen naarmate er meer signalen uit deze lijst geconstateerd worden. Een goed beargumenteerd vermoeden is voldoende om in actie te komen!

Wanneer een kind letsel vertoont, overleg dan direct met een arts. Indien nodig kan deze het letsel beschrijven. Deze gegevens zijn van belang voor een eventueel onderzoek naar kindermishandeling.

Ook informatie over andere kinderen in het gezin wordt betrokken bij de afwegingen.

Lichamelijke signalen

  • wit gezicht (slaap tekort)
  • hoofdpijn, (onder)buikpijn
  • blauwe plekken
  • slecht verzorgd er uit zien
  • geslachtsziekte
  • jeuk of infectie bij vagina en anus
  • urineweginfecties
  • vermageren of dikker worden
  • pijn in bovenbenen, samengeknepen bovenbenen
  • houterige lichaamsbeweging
  • niet zindelijk (urine/ontlasting)
  • zwangerschap
  • lichamelijk letsel
  • achterblijven in taal-, spraak-, motorische, emotionele en/of cognitieve ontwikkeling 


Gedragssignalen

  • somber, lusteloos, in zichzelf gekeerd
  • eetproblemen
  • slaapstoornissen
  • schrikken bij aangeraakt worden
  • hyperactief
  • agressief
  • plotselinge gedragsverandering (stiller, extra druk, stoer)
  • vastklampen of abnormaal afstand houden
  • isolement tegenover leeftijdgenoten
  • zelfvernietigend gedrag (bv. haren uittrekken, praten over dood willen, suïcidepoging)
  • geheugen- en concentratiestoornissen
  • achteruitgang van leerprestaties
  • overijverig
  • zich aanpassen aan ieders verwachtingen, geen eigen initiatief
  • extreem zorgzaam en verantwoordelijk gedrag
  • verstandelijk reageren, gevoelens niet tonen (ouwelijk gedrag)
  • geseksualiseerd (“verleiden”) gedrag, seksueel getint taalgebruik
  • opvallend grote kennis over seksualiteit (niet passend bij de leeftijd)
  • verhalen of dromen over seksueel misbruik, soms in tekeningen
  • geen spontaan bewegingsspel
  • moeite met uitkleden voor gymles of niet meedoen met gym
  • spijbelen, weglopen van huis
  • stelen, brandstichting
  • verslaving aan alcohol of drugs 


Gedrag ouders

  • ouder troost kind niet bij huilen
  • ouder klaagt overmatig over het kind, toont weinig belangstelling
  • ouder heeft irreële verwachtingen ten aanzien van het kind
  • ouder is zelf mishandeld of heeft psychiatrische- of verslavingsproblemen
  • ouder gaat steeds naar andere artsen/ziekenhuizen (‘shopping’)
  • ouder komt afspraken niet na
  • kind opeens van school halen
  • aangeven het bijna niet meer aan te kunnen
  • ‘multi-problem’ gezin
  • ouder die er alleen voorstaat
  • regelmatig wisselende samenstelling van gezin
  • isolement
  • vaak verhuizen
  • sociaal-economische problemen: werkloosheid, slechte behuizing, migratie, etc.
  • veel ziekte in het gezin
  • geweld wordt gezien als middel om problemen op te lossen




Signalen seksueel misbruik


Lichamelijke signalen:

  • verwondingen aan genitaliën
  • vaginale infecties en afscheiding
  • jeuk bij vagina en/of anus
  • problemen bij het plassen
  • recidiverende urineweginfecties
  • pijn in de bovenbenen
  • pijn bij lopen en/of zitten
  • seksueel overdraagbare ziekten.


Psychosociale signalen:

  • angst voor mannen of vrouwen in het algemeen of voor een man of vrouw in het bijzonder
  • sterk verzorgend gedrag, niet passend bij de leeftijd van de leerling (parentificatie).


Afwijkend seksueel gedrag:

  • excessief en/of dwangmatig masturberen
  • angst voor lichamelijk contact of juist zoeken van seksueel getint lichamelijk contact
  • seksueel agressief en dwingend gedrag ten opzichte van andere kinderen
  • niet leeftijdsadequaat seksueel spel
  • niet leeftijdsadequate kennis van seksualiteit
  • angst voor zwangerschap
  • angst om zich uit te kleden
  • angst om op de rug te liggen
  • negatief lichaamsbeeld: ontevredenheid over, boosheid op of schaamte voor eigen lichaam
  • schrikken bij aangeraakt worden
  • houterige motoriek (onderlichaam 'op slot')
  • geen plezier in bewegingsspel.




Signalen meisjesbesnijdenis

  • vertellen over meisjesbesnijdenis in het algemeen
  • aankondigen van besnijdenis.


Directe gevolgen tijdens en na de ingreep:

  • extreme pijn (wanneer de ingreep zonder verdoving plaatsvindt)
  • klachten bij urinelozing (pijn bij plassen, ophoping urine in de blaas)
  • overmatig bloedverlies
  • kans op infectie
  • kans op overlijden van het meisje.


Mogelijke gevolgen na de ingreep:

  • moeilijke en/of pijnlijke urinelozing
  • urineweginfectie
  • chronische pijn in de onderbuik
  • littekenvorming
  • menstruatieklachten

Een vermoeden van meisjesbesnijdenis actueel of in de toekomst moet direct bij het AMK gemeld worden.Overleg indien mogelijk eerst met JGZ Er is een handelingsprotocol meisjesbesnijdenis dat beschrijft wat er na een melding kan gebeuren.




Signalen eergerelateerd geweld

Angst:

  • schichtig reageren
  • onzekerheid
  • verwardheid
  • apathisch zijn
  • in zichzelf gekeerd zijn
  • zich afsluiten van de buitenwereld.


Verandering van gedrag:

  • plotselinge stressreacties
  • schoolverzuim
  • westerse kleding inruilen voor traditionele kleding en hele lichaam bedekken
  • direct na school naar huis gaan
  • stelselmatig opgehaald worden door vader of broer(s)
  • vriendschappen verbreken
  • verwondingen
  • blauwe plekken.


Ontwijkend gedrag:

  • ontwijkende antwoorden op directe vragen over bijvoorbeeld verwondingen of sociale controle door familie
  • lichamelijke verwaarlozing
  • zelfmoordpogingen
  • zinspelen op zelfmoord
  • fatalistische houding
  • verhalen over geweld tegen andere familieleden.

!!Bij signalen van eergerelateerd geweld: altijd het SHG om advies vragen. Voorzichtigheid is bij de aanpak heel belangrijk.

Voorzichtigheid is geboden. Het opmerken van één of enkele signalen hoeft geen grond te zijn voor een vermoeden van kindermishandeling. Een andere oorzaakHoe meer signalen van deze lijst een kind te zien geeft, hoe groter de kans dat er sprake zou kunnen zijn van kindermishandeling.

Het is niet de bedoeling om aan de hand van een signalenlijst het ‘bewijs’ te leveren van de mishandeling. Het is wel mogelijk om een vermoeden van mishandeling meer te onderbouwen naarmate er meer signalen uit deze lijst geconstateerd worden. Een goed beargumenteerd vermoeden is voldoende om in actie te komen!










Signalenlijst van de 5 leefgebieden (bron: verwijsindex)


Signalenlijst

Deze signalenlijst geeft een overzicht van de leefgebieden waarop mogelijk signalen van (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling vast te stellen zijn. Het betreft signalen bij de jeugdige, de ouders, tussen ouder en jeugdige en in de sociale omgeving van het gezin die schadelijk/belemmerend zijn en/of bedreigend kunnen zijn voor de ontwikkeling van de jeugdige (0 tot 23 jaar).

Uitgangspunt bij het signaleren is altijd de mogelijke bedreiging van de gezonde en veilige ontwikkeling van de jeugdige. Zowel signalen die wijzen op risicofactoren (bedreiging van de ontwikkeling van de jeugdige) als beschermende factoren (positieve invloed op de ontwikkeling van de jeugdige) kunnen worden meegenomen.

Belangrijke aspecten bij kind-signalen zijn de volgende:

  • veranderingen bij de jeugdige (onder andere in gedrag en uiterlijk);
  • het voorkomen van niet-leeftijdsadequaat gedrag (gedrag passend bij jongere of oudere kinderen);
  • het voorkomen van abnormaal gedrag;
  • extreme (grensoverschrijdende) gedragingen.



Signalenlijst kindermishandeling (12-19 jaar)

Als kinderen of jongeren mishandeld, verwaarloosd en/of misbruikt worden, kunnen ze signalen uitzenden. Het gebruik van een signalenlijst kan zinvol zijn, maar biedt ook een zekere mate van schijnzekerheid. De meeste signalen zijn namelijk stressindicatoren, die aangeven dat er iets met het kind aan de hand is. Dit kan ook iets anders zijn dan kindermishandeling (echtscheiding, overlijden van een familielid, enz.). 

Hoe meer signalen van deze lijst een kind te zien geeft, hoe groter de kans dat er sprake zou kunnen zijn van kindermishandeling. Het is niet de bedoeling om aan de hand van een signalenlijst het ‘bewijs’ te leveren van de mishandeling. Het is wel mogelijk om een vermoeden van mishandeling meer te onderbouwen naarmate er meer signalen uit deze lijst geconstateerd worden. Een goed beargumenteerd vermoeden is voldoende om in actie te komen!

Wanneer een kind letsel vertoont, overleg dan direct met de JGZ arts. Indien nodig kan deze het letsel beschrijven. Deze gegevens zijn van belang voor een eventueel onderzoek naar kindermishandeling.

Ook informatie over andere kinderen in het gezin wordt betrokken bij de afwegingen.

Seksueel grensoverschrijdend gedrag bij kinderen:

Er kan sprake zijn van grensoverschrijdend gedrag als:

  • Er een groot leeftijdsverschil is tussen kinderen
  • Er sprake is van manipulatie of dwang
  • Kinderen elkaar pijn doen
  • Er voorwerpen in vagina of anus geduwd worden
  • Er geweld gebruikt wordt
  • Het om een grote groep kinderen tegen één kind gaat

Jonge kinderen zijn samen met andere kinderen hun lichaam aan het ontdekken.Zo komen ze te weten wat er hetzelfde is aan elkaars lichaam en wat juist anders. ‘Doktertje spelen’ is hierbij een favoriet spel. Toch zijn er ook grenzen bij spelletjes tussen kinderen onderling.
Voor professionele opvoeders en voor ouders is er het Vlaggensysteem ontwikkeld waarmee seksueel gezond én seksueel grensoverschrijdend gedrag van kinderen en jongeren kan worden geduid en bijgestuurd. Wanneer het grensoverschrijdend gedrag niet kan worden bijgestuurd of er zijn aanwijzingen voor misbruik of mishandeling van het kind in kwestie, neem dan kontakt op met het Ouder en Kind Centrum of vraag advies aan Veilig Thuis.

 


Het Vlaggensysteem

Seksueel grensoverschrijdend gedrag bij kinderen en jongeren roept zorg op. Niet alleen bij opvoeders maar ook bij professionals. Sensoa ontwikkelde samen met MOVISIE een methodiek om seksueel gezond én seksueel grensoverschrijdend gedrag van kinderen en jongeren te duiden en bij te sturen. Deze methodiek noemt men het Vlaggensysteem.

Doelgroep van de methode

De doelgroep van het Vlaggensysteem bestaat uit kinderen en jongeren van nul tot achttien jaar uit westerse landen. Het is toepasbaar op jongens en meisjes, zowel hetero- als homoseksuelen.

De intermediaire doelgroep bestaat uit ouders, opvoeders, leerkrachten en anderen die met kinderen en jongeren werken.

Hoe werkt het Vlaggensysteem

Het Vlaggensysteem is een theoretisch onderbouwde en in de praktijk uitgeteste pedagogische interventie. Het systeem bevat een zestal criteria voor seksueel gezond én seksueel grensoverschrijdend gedrag. Deze criteria zijn:

  • wederzijdse toestemming;
  • vrijwilligheid;
  • gelijkwaardigheid;
  • leeftijdsadequaat;
  • contextadequaat;
  • zelfrespect.

Met behulp van deze criteria toetst een professional of het gesignaleerde gedrag passend is voor het kind of de jongere in kwestie. Het Vlaggensysteem zet de criteria op een rij en koppelt dit aan een gekleurde vlag.

de vier vlaggen van het vlaggensysteem

  • Groene vlag: gezond seksueel gedrag en experimenteergedrag
  • Gele vlag: licht grensoverschrijdend gedrag
  • Rode vlag: ernstig grensoverschrijdend gedrag
  • Zwarte vlag: zwaar seksueel grensoverschrijdend gedrag

Daarbij krijgt de professional handvatten om het gedrag te bespreken en te beïnvloeden.

Definitie seksueel grensoverschrijdend gedrag

Seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt gedefinieerd als: elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering ten aanzien van een kind of jongere, in verbale, non-verbale of fysieke zin, waarbij in seksueel contact aan één of meerdere van de volgende zes criteria niet wordt voldaan (de eerste drie criteria zijn afkomstig van Ryan & Lane (1997).

1. Wederzijdse toestemming: stemmen beide partijen met volledig bewustzijn in?
2. Vrijwilligheid: is er sprake van fysieke of psychische dwang waardoor een kind/jongere seksuele dingen doet of ondergaat die hij/zij niet wil? De grens tussen vrijwilligheid en dwang is soms moeilijk te trekken omdat er ook subtiele vormen van dwang zijn (denk aan verleiding, beloning).
3. Gelijkwaardigheid: is er sprake van evenwicht tussen beide betrokkenen ten aanzien van leeftijd, kennis, intelligentie, aanzien, macht, levenservaring en rijpheid?
4. Leeftijds- of ontwikkelingsadequaat: past het seksueel gedrag bij de leeftijds- of ontwikkelingsfase van het kind/de jongere?
5. Contextadequaat/passend bij de situatie: is het gedrag passend en acceptabel in de desbetreffende context en (sub)cultuur?
6. Zelfrespect: loopt het kind/de jongere zelf fysieke, psychologische of sociale schade op?

Groene, gele, rode of zwarte vlag

1. Groene vlag (acceptabel gedrag): aan alle criteria is voldaan in positieve zin.

2. Gele vlag (licht grensoverschrijdend gedrag): er is geen sprake van duidelijke wederzijdse toestemming, er is sprake van lichte dwang/druk, van licht aanstootgevend gedrag, gedrag dat niet helemaal leeftijdsadequaat is of zelfbeschadigend kan zijn.

3. Rode vlag (ernstig grensoverschrijdend gedrag): er is geen duidelijke wederzijdse toestemming, er is sprake van druk/dwang (manipulatie, macht, chantage) of van grote ongelijkwaardigheid tussen de betrokkenen, het gedrag is beschadigend of niet leeftijdsadequaat.

4. Zwarte vlag (zeer ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag): er is geen wederzijdse toestemming of er is sprake van dwang of van grote ongelijkwaardigheid, het gedrag is zwaar beschadigend of het gedrag is totaal niet leeftijdsadequaat.

Kaarten met voorbeelden van gedrag dat bij de verschillende kleuren vlaggen hoort.

Methodebeschrijving Vlaggensysteem Movisie

Vlaggensysteem voor ouders

 

Competenties opvoeders vergroten

Met het vlaggensysteem kunnen competenties van opvoeders en ouders worden vergroot:

  • Seksueel gedrag juist kunnen inschatten (ethische interventie). Een kader geven aan kinderen en jongeren enerzijds en aan ouders, opvoeders, leerkrachten en anderen die met kinderen en jongeren werken anderzijds, om seksueel gedrag op een objectieve manier te kunnen duiden en om objectiever te kunnen nagaan of seksueel gedrag wel/niet grensoverschrijdend is. Antwoord geven op vragen over wat aanvaardbaar gedrag is en welk gedrag overeenkomt met de seksuele ontwikkeling van kinderen en jongeren. Nuancering kunnen aanbrengen tussen 'groen, geel, rood en zwart vlaggedrag' (zie verder).
  • Bespreekbaar kunnen maken van seksueel gedrag bij kinderen/jongeren (pedagogische interventie). Ouders, opvoeders en professionals die met kinderen en jongeren werken handvatten geven om seksualiteit, wensen, grenzen en gedrag van kinderen en jongeren op een neutrale en objectieve manier met hen bespreekbaar te maken. Het Vlaggensysteem wil kinderen, jongeren en hun begeleiders helpen te reageren op een manier die aansluit bij de (seksuele) ontwikkelingsfase van het kind of de jongere en argumenten geven waarom bepaald gedrag wel of niet aanvaardbaar is (pedagogische reactie).
  • Bevorderen van visievorming binnen teams. Het Vlaggensysteem kan ook als hulpmiddel dienen bij visievorming, discussies en reflecties op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag van kinderen en jongeren en het beleid hieromtrent binnen teams in instellingen, scholen, internaten, et cetera.

Let op!

Het Vlaggensysteem is niet bedoeld als diagnostisch systeem en laat dan ook het eventueel onderliggende probleem van het seksueel gedrag buiten beschouwing. Het is evenmin bedoeld als juridisch kader.

Vlaggensysteem in relatie tot cultuur/etniciteit

Het gaat bij het Vlaggensysteem om de duiding van het seksueel gedrag van kinderen en jongeren van nul tot achttien jaar die in een westers land wonen. De criteria en de normatieve lijst zijn ontwikkeld op basis van westerse informatie. De ontwikkelaars geven aan dat het Vlaggensysteem op kinderen en jongeren die in andere delen van de wereld zijn opgegroeid met de nodige voorzichtigheid toegepast moet worden. De documentatie over de methode bevat ook geen verdere informatie over hoe rekening gehouden kan worden met (etnische) diversiteit. Er zijn wel werkvormen uitgewerkt om de diversiteit binnen een groep bespreekbaar te maken. Zo is één van de doelstellingen van de werkvorm 'Sociale regels': persoonlijke, culturele en genderverschillen kunnen onderkennen. Er worden vragen gesteld als: 'Hoe weet je dat bepaald gedrag mag en is dit hetzelfde voor de andere sekse?', 'Hebben we hierover altijd dezelfde regels?' en 'Zijn er verschillende regels voor jongens en meisjes?'.

Vlaggensysteem en kinderen/jongeren met een beperking
De handleiding is bruikbaar voor kinderen en jongeren met beperkingen. Bij hen zal wel een inschatting nodig zijn van de ontwikkelingsfase(n) waarin het kind/de jongere zich bevindt. Er is een doorontwikkeling voorzien met betrekking tot mensen met een beperking.

 












In de LVG / gehandicaptensector is sprake van een groep kinderen met allerlei verschillende beperkingen, stoornissen en ontwikkelings- of gedragsproblemen. Het signaleren van kindermishandeling, seksueel misbruik en huiselijk geweld is bij ‘gewone kinderen’ vaak al een lastige zaak, maar bij kinderen ‘waar iets mee aan de hand is’ is dit nog eens extra ingewikkeld.












Welk signaal wijst op wat?

Kinderen met een (verstandelijke) beperking die slachtoffer zijn van mishandeling, misbruik of verwaarlozing zullen dit meestal niet uit zichzelf vertellen of zelfs onderkennen. Zij geven vaak wel allerlei ‘signalen’ af, waaruit je kunt opmaken dat er iets aan de hand is. Deze signalen kunnen soms waarneembaar zijn aan het lichaam van het kind (striemen, wonden of een verwaarloosd uiterlijk), maar vaak ook toont het zich in het gedrag van het kind (of in het gedrag van het kind richting ouders of andere volwassenen).

Het lastige is dat je als professional in de zorg/opvang aan kinderen met een (verstandelijke) beperking onderscheid zult moeten maken tussen de gedragingen en symptomen van een kind, behorend bij zijn specifieke verstandelijke en/of lichamelijke beperking met de (daarbij behorende) ontwikkelings- of gedragsproblematiek én de (gedrags)signalen die kunnen duiden op kindermishandeling. Veel gedragingen die op de lijst staan van ‘gedragssignalen kindermishandeling’ zullen bij kinderen in de LVG / gehandicaptensector sowieso al vaker voorkomen. Dit hoeft uiteraard bij hen nog niet te betekenen dat zij slachtoffer zijn van kindermishandeling. Echter andersom gaat de redenering ook op: bij een kind met een verstandelijke beperking dat regelmatig woede-uitbarstingen heeft kan deze woede óók een signaal zijn van mishandeling en moet dus niet al zijn gedrag ‘klakkeloos geaccepteerd’ worden als behorend bij zijn beperking of gedragsstoornis.

Kortom: bij kinderen in de LVG / gehandicaptensector is het – nóg meer dan bij normaal begaafde kinderen – van belang om jezelf de vraag te blijven stellen: Wat zie ik? Welke signalen neem ik waar? Past dit bij de handicap / beperking of (gedrags)problematiek van dit individuele kind? Of is er mogelijk (nog) iets anders aan de hand?












Niet-pluis-gevoel

Vermoedens van kindermishandeling beginnen vaak bij een zogenaamd 'niet-pluis-gevoel' van u als professional. Vaak gaat het hier om 'een intuïtie' of 'onderbuikgevoel', waarbij u zich zorgen maakt om het kind. Neem dit gevoel serieus, breng de door u waargenomen signalen in kaart en volg de stappen van het protocol.

Het gebruik maken van signalenlijsten bij vermoedens van kindermishandeling

Als kinderen mishandeld, verwaarloosd en/of (seksueel) misbruikt worden, kunnen ze signalen uitzenden. Het gebruik van een signalenlijst kan zinvol zijn, maar biedt ook een zekere mate van schijnzekerheid. De meeste signalen zijn namelijk stressindicatoren, die aangeven dat er iets met het kind aan de hand is. Dit kan ook iets anders zijn dan kindermishandeling (echtscheiding, overlijden van een familielid, enz.). Hoe meer signalen van deze lijst een kind te zien geeft, hoe groter de kans is dat er sprake zou kunnen zijn van kindermishandeling.

Het is niet de bedoeling om aan de hand van een signalenlijst het ‘bewijs’ te leveren van kindermishandeling. Het is wel mogelijk om een vermoeden van mishandeling meer te onderbouwen naarmate er meer signalen uit deze lijst geconstateerd worden. Een goed beargumenteerd vermoeden is voldoende om in actie te komen!

Wanneer een kind letsel vertoont, overleg dan direct met de kinder- of jeugdarts. Indien nodig kan deze het letsel beschrijven. Deze gegevens zijn van belang voor een eventueel onderzoek naar kindermishandeling.

Ook informatie over andere kinderen in het gezin wordt betrokken bij de afwegingen.










Signalen kindermishandeling (0 - 4 jaar)


Deze lijst is bestemd voor mensen die beroepshalve te maken hebben met kinderen van 0-4 jaar. Het is niet de bedoeling om aan de hand van een signalenlijst het bewijs te leveren van de mishandeling. Het is wel mogelijk om een vermoeden van mishandeling meer te onderbouwen naarmate er meer signalen uit deze lijst geconstateerd worden. Een goed beargumenteerd vermoeden is voldoende om in actie te komen.

1. Psycho-sociale signalen

Ontwikkelingsstoornissen

  • achterblijven in taal-spraak-, motorische, emotionele en/of cognitieve ontwikkeling
  • schijnbare achterstand in verstandelijke ontwikkeling
  • regressief gedrag
  • niet zindelijk op leeftijd waarop men het verwacht

Relationele problemen ten opzichte van volwassenen

  • bij oppakken houdt het kind zich opvallend stijf
  • bevriezing bij lichamelijk contact
  • allemansvriend
  • lege blik in ogen en vermijden oogcontact
  • waakzaam, wantrouwend

Relationele problemen ten opzichte van andere kinderen

  • speelt niet met andere kinderen
  • is niet geliefd bij andere kinderen
  • wantrouwen
  • terugtrekken in eigen fantasiewereld
  • wordt gepest of is zelf pester

Gedragsproblemen:

  • plotselinge gedragsverandering
  • geen of nauwelijks spontaan spel, geen interesse in spel
  • labiel, nerveus
  • depressief
  • angstig
  • passief, in zichzelf gekeerd, meegaand, apatisch, lusteloos
  • agressief
  • hyperactief
  • niet lachen, niet huilen
  • niet tonen van gevoelens, zelfs niet bij lichamelijke pijn
  • eetproblemen
  • slaapstoornissen
  • vermoeidheid, lusteloosheid

2. Medische signalen

Lichamelijke kenmerken (specifiek voor lichamelijke mishandeling)

  • blauwe plekken,
  • krab-, bijt-, of brandwonden
  • botbreuken
  • littekens
  • achterblijven in taal-, spraak-, motorische, emotionele en/of cognitieve ontwikkeling

Voedingsproblemen

  • ondervoeding
  • voedingsproblemen bij babies
  • steeds wisselen van voeding
  • veel spugen
  • matig groeien, ondanks vodloende hoeveelheid
  • weigeren van voeding
  • achterblijven in lengtegroei

Verzorgingsproblemen

  • slechte hygiëne
  • ernstige luieruitslag
  • onvoldoende kleding
  • onvoldoende geneeskundige en tandheelkundige zorg
  • veel ongevallen door onvoldoende toezicht
  • herhaalde ziekenhuisopnamen
  • recidiverende ziekten door onvoldoende zorg
  • traag herstel door onvoldoende zorg

3. Signalen specifiek voor seksueel misbruik

Lichamelijke kenmerken:

  • verwondingen aan genitaliën
  • vaginale infecties en afscheiding
  • jeuk bij vagina en/of anus
  • problemen bij het plassen
  • recidiverende urineweginfecties
  • pijn in de bovenbenen
  • pijn bij lopen en/of zitten
  • seksueel overdraagbare ziekten

Relationele problemen

  • angst voor mannen of vrouwen in het algemeen of voor een man of vrouw in het bijzonder

Gedragsproblemen

  • afwijkend seksueel gedrag
  • excessief en/of dwangmatig masturberen
  • angst voor lichamelijk contact of juist zoeken van seksueel getint lichamelijk contact
  • niet leeftijdsadequaat seksueel spel
  • niet leeftijdsadequate kennis van seksualiteit
  • angst om zich uit te kleden
  • angst om op de rug te liggen
  • negatief lichaamsbeeld: ontevredenheid over, boosheid op of schaamte voor eigen lichaam
  • schrikken bij aangeraakt worden
  • houterige motoriek (onderlichaam op slot)
  • geen plezier in bewegingsspel









Gedragssignalen (4-12 jaar)

  • somber, lusteloos, in zichzelf gekeerd
  • eetproblemen
  • slaapstoornissen
  • schrikken bij aangeraakt worden
  • hyperactief
  • agressief
  • plotselinge gedragsverandering (stiller, extra druk, stoer)
  • vastklampen of abnormaal afstand houden
  • isolement tegenover leeftijdgenoten
  • zelfvernietigend gedrag (bv. haren uittrekken, praten over dood willen, suïcidepoging)
  • geheugen- en concentratiestoornissen
  • achteruitgang van leerprestaties
  • overijverig
  • zich aanpassen aan ieders verwachtingen, geen eigen initiatief
  • extreem zorgzaam en verantwoordelijk gedrag
  • verstandelijk reageren, gevoelens niet tonen (ouwelijk gedrag)
  • geseksualiseerd (“verleiden”) gedrag, seksueel getint taalgebruik
  • opvallend grote kennis over seksualiteit (niet passend bij de leeftijd)
  • verhalen of dromen over seksueel misbruik, soms in tekeningen
  • geen spontaan bewegingsspel
  • moeite met uitkleden voor gymles of niet meedoen met gym
  • spijbelen, weglopen van huis
  • stelen, brandstichting
  • verslaving aan alcohol of drugs





Extra signalen voor kinderen 12 – 18 jaar

  • Suïcidaal gedrag
  • Anorexia
  • Boulimia
  • Weglopen van huis
  • Crimineel gedrag
  • Verslaafd aan alcohol of drugs
  • Promiscuïteit/prostitutie
  • Relationeel geweld





Kenmerken ouders / gezin:

  • ouder troost kind niet bij huilen
  • ouder klaagt overmatig over het kind, toont weinig belangstelling
  • ouder heeft irreële verwachtingen ten aanzien van het kind
  • ouder is zelf mishandeld of heeft psychiatrische- of verslavingsproblemen
  • ouder gaat steeds naar andere artsen/ziekenhuizen (‘shopping’)
  • ouder komt afspraken niet na
  • kind opeens van school halen
  • aangeven het bijna niet meer aan te kunnen
  • ‘multi-problem’ gezin
  • ouder die er alleen voorstaat
  • regelmatig wisselende samenstelling van gezin
  • isolement
  • vaak verhuizen
  • sociaal-economische problemen: werkloosheid, slechte behuizing, migratie, etc.
  • veel ziekte in het gezin
  • geweld wordt gezien als middel om problemen op te lossen











Signalen seksueel misbruik bij mensen met een verstandelijke beperking

Onderstaande signalenlijst kan gebruikt worden om een vermoeden van seksueel misbruik te onderbouwen. Seksueel misbruik is een feit, een vermoeden van seksueel misbruik gaat over belevingen en kan onderbouwd worden met medische signalen, gedragssignalen en omgevingssignalen (gezins-en instellingssignalen).

Onderstaande beschreven signalen kunnen ook wijzen op andere problemen van de cliënt.

Voorkomen moet worden dat er al te snel gefocust wordt op vermoedelijk misbruik. Alternatieve hypothesen dienen ook getoetst te worden.


1. Lichamelijke signalen

Het is belangrijk om pas dan andere verklaringen voor onderstaande signalen aan te nemen als een vermoeden van seksueel misbruik kan worden uitgesloten. Bij de meerderheid van de seksueel misbruikte cliënten zijn geen lichamelijke afwijkingen te zien. Dat betekent niet dat lichamelijk onderzoek overbodig is. Ook een gaaf maagdenvlies sluit misbruik niet uit.


- Onverklaarbare beschadigingen of bloedingen van vagina, penis of rectum

- Bloed, sperma van anderen in vagina of anus

- Blauwe plekken op intieme delen van het lichaam (borsten, billen, onderbuik, binnenkant van de benen) 

- Symmetrie in de blauwe plekken aan de binnenkant van de bovenbenen

- Abnormale verwijding van vagina, rectum

- Seksueel overdraagbare aandoeningen: herpes, aids, candida, vooral bij jonge kinderen.

- Langdurige en/of veelvuldige blaasontstekingen

- Urineweginfecties

- Niet zindelijk (soms wel geweest)

- Vaginale infecties/afscheiding

- Pijn aan geslachtsorganen

- Pijn bij het vrijen

- Niet klaar kunnen komen

- Houterige motoriek, bij het lopen benen tegen elkaar willen houden

- Aanhoudende pijn in de onderbuik

- Eetproblemen: slikproblemen, anorexia, boulimie, obesitas

- Automutilatie: verwondingen aan vagina, anus of penis

- Zwangerschappen op te jonge leeftijd of door onbekende vader

- Vermijding van medisch onderzoek door cliënt: angst en paniek als cliënt naar de dokter moet.


2. Gedragssignalen


Ook bij de gedragssignalen geldt dat de hypothese seksueel misbruik niet te snel verworpen moet worden door mogelijke andere verklaringen van het gedrag. Elke hypothese verdient het om uitgezocht te worden. Een hypothese kan niet op 1 signaal gebaseerd worden.

De algemene gedragssignalen angsten, slecht slapen, hoofdpijnen, eenzaamheid, depressie, gebrek aan vertrouwen in de ander, acting-out, stemmingswisselingen, regressief gedrag worden hier niet beschreven. Deze signalen kunnen passen bij een hypothese seksueel misbruik, maar wijzen vaker ook op andere problemen.

Onderstaande gedragssignalen zijn specifieker passend bij seksueel misbruik, maar kunnen ook een andere verklaringsgrond hebben.


- De cliënt vertelt over misbruik (spontane onthulling of disclosure)

- Excessief masturberen

- Herhaaldelijke seksuele spelletjes bij kinderen die niet leeftijdsadequaat zijn

- Seksueel grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van anderen

- Seksuele details die cliënten in een verhaal naar voren brengen

- Gefixeerd op seksualiteit; veel praten over seksualiteit, veel vragen stellen over seksualiteit,

gefocust op borsten, geslachtsdelen van anderen

- Niet leeftijdsadequate kennis over seksualiteit

- Praten over niet leeftijdsadequate seksuele ervaringen

- Seksualiseren van sociale contacten, ook daar waar duidelijk is dat een seksueel contact niet

mogelijk is

- Grenzeloos in praten over seksualiteit en daarbij soms ook seksueel opgewonden worden

- Onverklaarbaar angstig worden: bijv. door harde stemmen, bepaalde geuren, bepaalde muziek.

- Te sexy kleding dragen voor alledaagse situaties

- Veel losse seksuele contacten

- Fixatie op het uiterlijk: veel sieraden en make-up, zich nooit zonder durven te vertonen

- Re-victimisatie: bij herhaling slachtoffer worden van seksueel misbruik

- Opvallende angst voor mannen (soms voor vrouwen), donker, slapen gaan

- Niet veilig voelen op eigen kamer

- Lang douchen

- Niet willen douchen

- Niet aangeraakt willen worden bij verzorging

- Zichzelf vies vinden, negatief zelfbeeld

- Niet mee willen gymmen op school

- Niet willen zwemmen

- Niet durven uitkleden

- Verhullen van het lichaam; lagen met wijde kleding: altijd koud hebben

- Schrikken bij onverwachte aanrakingen

- Onverklaarbare langere tijd van afwezigheid op school, werk, vrije tijd

- Vermijden van gesprekken over seksualiteit

- Niet meer durven vrijen met partner

- Parentificatie: pseudo-volwassen gedrag

- Het lichaam als publiek bezit ervaren (anderen zijn de baas over mijn lijf)

- Afhankelijk zijn van dader

- Dader in het vizier houden: hem/haar zelf op gaan zoeken om controle enigszins te houden

- Over-alerte houding, niet kunnen ontspannen

- Vermijden van gevoelens, ook als er over misbruik wordt gesproken

- Monotone stem en expressieloos gelaat

- Angst om naar huis, instelling te gaan

- Angst (meestal te zien in weerstand) voor specifieke begeleiders, vrijwilligers, familieleden,

taxichauffeurs

- Angst voor homoseksualiteit (vaak bij jongens en mannen)

- Soms behoefte om anderen pijn te doen: zwakkeren, kinderen

- Soms pijn doen van dieren


3. Omgevingssignalen


Deze signalen zijn opvallend in de omgeving van de cliënt, die mogelijk seksueel misbruikt wordt. Niet alleen persoonsfactoren van de cliënten zijn belangrijk, maar ook de omgevingsfactoren kunnen seksueel misbruik uitlokken en/of in stand houden.


a. Gezinssignalen

- Eerder misbruik in een gezin; bijv., moeder of vader is zelf slachtoffer geweest

- Afgesloten, geïsoleerde gezinnen

- Gezinnen waarin nooit over seksualiteit wordt gesproken

- Gezinnen waar te veel over seksualiteit wordt gesproken

- Gezinnen waar kinderen porno te zien krijgen

- Grenzen tussen ouders en kinderen zijn vervaagd: ouders bespreken hun eigen seksualiteit met de kinderen. Soms zijn kinderen ook getuige van de seks van ouders.

- Kinderen slapen bij ouders of hun broers of zussen in bed

- Geen gescheiden slaapkamers

- Ouders die zelf seksueel wervend gedrag laten zien in het contact met hulpverleners

- Emotionele en pedagogische verwaarlozing


b. Instellingssignalen

- Gesloten woningen: weinig transparantie naar buiten

- Verwevenheid van persoonlijke relaties van hulpverleners met cliënten

- Niet-professionele verhoudingen met cliënten

- Sterke hiërarchische verhoudingen

- Gespannen sfeer in de instelling

- Geen visie of protocol aanpak seksueel misbruik

- Weinig aandacht voor seksuele opvoeding en educatie

- Ontmoedigingsbeleid op seksuele contacten bij volwassen cliënten

- Te veel nadruk op recht op seksualiteit, zonder de juiste ondersteuning aan cliënten te geven. Kan gemakkelijk tot laissez-faire houding leiden.

- Te weinig wijzen op rechten van cliënten

- Te weinig wijzen op plichten van cliënten

- Zwakke implementatie van beleid op seksualiteit

- Gedogen van vermoedens van seksueel misbruik, zonder onderzoek te doen

- Onvoldoende coaching van hulpverleners op bejegening van cliënten

- Sterk naar binnen gerichte cultuur van de instelling


c. Hulpverleners die een risico vormen

- Exclusieve relaties aangaan met de cliënten

- Zich onttrekken aan de gemaakte afspraken m.b.t. de cliënt

- Hulpverlener verwart zijn/haar professionele relatie met vriendschap

- Veelvuldig grappen maken over seksualiteit tijdens het werk

- Seksistische opmerkingen

- Hulpverlener die zich bij iedereen geliefd weet te maken, maar ook bondjes smeedt in het team.

- Hulpverlener die bij voortduring buiten zijn bevoegdheden treedt zonder overleg

- Te lang met cliënten weg zonder verklaring

- Hulpverlener werkt graag alleen

- Hulpverlener geeft weinig transparantie over eigen handelen


NB: Deze signalenlijst is gebaseerd op de signalenlijst beschreven in: “Verstandelijke handicap en seksueel misbruik” J. Douma, P. van den Bergh en Joop Hoekman; en

“Combating violence and abuse of people with disabilities, a call to action” Fitzsimons, N. 2009. De signalenlijst is aangevuld met signalen uit de praktijk (M. Heestermans, Zonnehuizen)












Signalen meisjesbesnijdenis

Algemeen:

  • vertellen over meisjesbesnijdenis in het algemeen
  • aankondigen van besnijdenis.

Directe gevolgen tijdens en na de ingreep:

  • extreme pijn (wanneer de ingreep zonder verdoving plaatsvindt)
  • klachten bij urinelozing (pijn bij plassen, ophoping urine in de blaas)
  • overmatig bloedverlies
  • kans op infectie
  • kans op overlijden van het meisje.

Mogelijke gevolgen na de ingreep:

  • moeilijke en/of pijnlijke urinelozing
  • urineweginfectie
  • chronische pijn in de onderbuik
  • littekenvorming
  • menstruatieklachten

Een vermoeden van meisjesbesnijdenis, actueel of in de toekomst, moet direct bij het AMK gemeld worden. Overleg indien mogelijk eerst met de Jeugdgezondheidszorg. Er is een handelingsprotocol meisjesbesnijdenis dat beschrijft wat er na een melding kan gebeuren.












Signalen eergerelateerd geweld

Angst:

  • schichtig reageren
  • onzekerheid
  • verwardheid
  • apathisch zijn
  • in zichzelf gekeerd zijn
  • zich afsluiten van de buitenwereld.

Verandering van gedrag:

  • plotselinge stressreacties
  • schoolverzuim
  • westerse kleding inruilen voor traditionele kleding en hele lichaam bedekken
  • direct na school naar huis gaan
  • stelselmatig opgehaald worden door vader of broer(s)
  • vriendschappen verbreken
  • verwondingen
  • blauwe plekken.

Ontwijkend gedrag:

  • ontwijkende antwoorden op directe vragen over bijvoorbeeld verwondingen of sociale controle door familie
  • lichamelijke verwaarlozing
  • zelfmoordpogingen
  • zinspelen op zelfmoord
  • fatalistische houding
  • verhalen over geweld tegen andere familieleden.

Voorzichtigheid is geboden. Het opmerken van één of enkele signalen hoeft geen grond te zijn voor een vermoeden van kindermishandeling. Een andere oorzaak is ook mogelijk.












Signalen slachtoffers jeugdprostitutie met een verstandelijke beperking


1. Signalen die te maken hebben met gezin / ouders / leefomgeving:

- Er is sprake van een blijvende afhankelijkheid van derden

- Het kind wordt vooral benaderd op onmogelijkheden; de beperking wordt voorop gesteld

- Overbescherming, verwenning en aangeleerde hulpeloosheid

- Groter sociaal isolement / uitsluiting (minder mogelijkheden om ervaring op te doen en te experimenteren).

- Ontkennen of negeren van sekse en seksualiteit (sekse-neutrale en seksloze benadering)

- Gebrek aan informatie (ondermaatse kennis over het eigen lichaam, over seksualiteit en seksueel misbruik).

- Het ontbreken van openheid en adequate (eenduidig en bij cliënt aansluitende) seksuele voorlichting en vorming, waardoor normen en waarden over wat wel en niet kan onvoldoende worden geleerd en geïnternaliseerd.

- Niet adequaat handelen door omgeving bij grensoverschrijdend seksueel gedrag door handelingsverlegenheid, waardoor grensoverschrijdend seksueel gedrag eerder wordt bekrachtigd dan begrensd.

- Niet begrepen, soms niet geloofd door de omgeving.

- Onder- of overschat worden door de omgeving.

- Minder goed grenzen leren stellen in de opvoeding (minder goed geleerd hebben te luisteren en coöperatief te zijn, minder goed geleerd hebben ‘nee’ te zeggen tegen grensoverschrijding).

- Slachtoffer geweest van seksueel misbruik of seksueel grensoverschrijdend gedrag en dit gedrag als ‘normaal’ gaan leren zien.


2. Signalen die te maken hebben met de beperking/handicap van het kind:

- Een negatief zelfbeeld en lichaamsbeeld, een lage dunk van zichzelf hebben.

- Verminderde, vertraagde of verstoorde sociale en emotionele ontwikkeling.

- Moeilijker kunnen leren door ervaringen.

- Moeite hebben met het inschatten van situaties en personen (veilig of onveilig, goed of niet goed).

- Gemakkelijk beïnvloedbaar zijn, consequenties van eigen gedrag en dat van anderen moeilijker kunnen overzien.

- Moeilijker tot een eigen identiteit (inclusief sekse- en seksuele identiteit) kunnen komen.

- Slachtoffer geweest van seksueel misbruik of seksueel grensoverschrijdend gedrag en dit gedrag als ‘normaal’ gaan leren zien. 


NB: Deze signalen staan vermeld in ‘Weerbaar ondanks een beperking’ van Marijke Lammers en Nonja Meinster uit 2005. Overige bronnen: wetenschappelijk onderzoek van Belie 2000; van Berlo 1995;Heestermans 2000; Lammers 1993.


In het speciaal basisonderwijs en in het speciaal onderwijs is sprake van een groep kinderen met allerlei verschillende ontwikkelingsproblemen, beperkingen of stoornissen. Het signaleren van kindermishandeling is bij ‘gewone kinderen’ vaak al een lastige zaak, maar bij kinderen ‘waar iets mee aan de hand is’ is dit nog eens extra ingewikkeld.



In het speciaal basisonderwijs en in het speciaal onderwijs is sprake van een groep kinderen met allerlei verschillende ontwikkelingsproblemen, beperkingen of stoornissen. Het signaleren van kindermishandeling is bij ‘gewone kinderen’ vaak al een lastige zaak, maar bij kinderen ‘waar iets mee aan de hand is’ is dit nog eens extra ingewikkeld.


Welk signaal wijst op wat?

Kinderen die slachtoffer zijn van mishandeling, misbruik of verwaarlozing zullen dit meestal niet uit zichzelf vertellen of zelfs onderkennen. Zij geven vaak wel allerlei ‘signalen’ af, waaruit je kunt opmaken dat er iets aan de hand is. Deze signalen kunnen soms waarneembaar zijn aan het lichaam van het kind (striemen, wonden of een verwaarloosd uiterlijk), maar vaak ook toont het zich in het gedrag van het kind (of in het gedrag van het kind richting ouders of andere volwassenen).


Het lastige is dat je als professional in het SBO of SO onderscheid zult moeten maken tussen de gedragingen / symptomen van een kind, behorend bij zijn specifieke ontwikkelingsproblematiek, handicap of psychiatrische stoornis, én de (gedrags)signalen die kunnen duiden op kindermishandeling.


Veel gedragingen die op de lijst staan van ‘gedragssignalen kindermishandeling’ zullen bij kinderen in het SBO of SO sowieso al vaker voorkomen. Dit hoeft uiteraard bij hen nog niet te betekenen dat zij slachtoffer zijn van kindermishandeling. Echter andersom gaat de redenering ook op: bij een kind met ADHD dat regelmatig woede-uitbarstingen heeft kan deze woede óók een signaal zijn van mishandeling en moet dus niet al zijn gedrag ‘klakkeloos geaccepteerd’ worden als behorend bij zijn gedragsstoornis.


Kortom: bij kinderen in het SBO en SO is het – nóg meer dan in het regulier onderwijs – van belang om jezelf de vraag te blijven stellen: Wat zie ik? Welke signalen neem ik waar? Past dit bij de problematiek of handicap van dit individuele kind? Of is er mogelijk (nog) iets anders aan de hand?


Niet-pluis-gevoel

Vermoedens van kindermishandeling beginnen vaak bij een zogenaamd 'niet-pluis-gevoel' van u als professional. Vaak gaat het hier om 'een intuïtie' of 'onderbuikgevoel', waarbij u zich zorgen maakt om het kind. Neem dit gevoel serieus, breng de door u waargenomen signalen in kaart en volg de stappen van het protocol.


Het gebruik maken van signalenlijsten bij vermoedens van kindermishandeling


Als kinderen mishandeld, verwaarloosd en/of misbruikt worden, kunnen ze signalen uitzenden. Het gebruik van een signalenlijst kan zinvol zijn, maar biedt ook een zekere mate van schijnzekerheid. De meeste signalen zijn namelijk stressindicatoren, die aangeven dat er iets met het kind aan de hand is. Dit kan ook iets anders zijn dan kindermishandeling (echtscheiding, overlijden van een familielid, enz.). Hoe meer signalen van deze lijst een kind te zien geeft, hoe groter de kans is dat er sprake zou kunnen zijn van kindermishandeling.

Het is niet de bedoeling om aan de hand van een signalenlijst het ‘bewijs’ te leveren van kindermishandeling. Het is wel mogelijk om een vermoeden van mishandeling meer te onderbouwen naarmate er meer signalen uit deze lijst geconstateerd worden. Een goed beargumenteerd vermoeden is voldoende om in actie te komen!

Wanneer een kind letsel vertoont, overleg dan direct met de JGZ arts. Indien nodig kan deze het letsel beschrijven. Deze gegevens zijn van belang voor een eventueel onderzoek naar kindermishandeling.

Ook informatie over andere kinderen in het gezin wordt betrokken bij de afwegingen.

Lichamelijke signalen (4-12 jaar)

  • wit gezicht (slaap tekort)
  • hoofdpijn, (onder)buikpijn
  • blauwe plekken
  • slecht verzorgd er uit zien
  • geslachtsziekte
  • jeuk of infectie bij vagina en anus
  • urineweginfecties
  • vermageren of dikker worden
  • pijn in bovenbenen, samengeknepen bovenbenen
  • houterige lichaamsbeweging
  • niet zindelijk (urine/ontlasting)
  • zwangerschap
  • lichamelijk letsel
  • achterblijven in taal-, spraak-, motorische, emotionele en/of cognitieve ontwikkeling


Gedragssignalen (4-12 jaar)

  • somber, lusteloos, in zichzelf gekeerd
  • eetproblemen
  • slaapstoornissen
  • schrikken bij aangeraakt worden
  • hyperactief
  • agressief
  • plotselinge gedragsverandering (stiller, extra druk, stoer)
  • vastklampen of abnormaal afstand houden
  • isolement tegenover leeftijdgenoten
  • zelfvernietigend gedrag (bv. haren uittrekken, praten over dood willen, suïcidepoging)
  • geheugen- en concentratiestoornissen
  • achteruitgang van leerprestaties
  • overijverig
  • zich aanpassen aan ieders verwachtingen, geen eigen initiatief
  • extreem zorgzaam en verantwoordelijk gedrag
  • verstandelijk reageren, gevoelens niet tonen (ouwelijk gedrag)
  • geseksualiseerd (“verleiden”) gedrag, seksueel getint taalgebruik
  • opvallend grote kennis over seksualiteit (niet passend bij de leeftijd)
  • verhalen of dromen over seksueel misbruik, soms in tekeningen
  • geen spontaan bewegingsspel
  • moeite met uitkleden voor gymles of niet meedoen met gym
  • spijbelen, weglopen van huis
  • stelen, brandstichting
  • verslaving aan alcohol of drugs


Kenmerken ouders / gezin:

  • ouder troost kind niet bij huilen
  • ouder klaagt overmatig over het kind, toont weinig belangstelling
  • ouder heeft irreële verwachtingen ten aanzien van het kind
  • ouder is zelf mishandeld of heeft psychiatrische- of verslavingsproblemen
  • ouder gaat steeds naar andere artsen/ziekenhuizen (‘shopping’)
  • ouder komt afspraken niet na
  • kind opeens van school halen
  • aangeven het bijna niet meer aan te kunnen
  • ‘multi-problem’ gezin
  • ouder die er alleen voorstaat
  • regelmatig wisselende samenstelling van gezin
  • isolement
  • vaak verhuizen
  • sociaal-economische problemen: werkloosheid, slechte behuizing, migratie, etc.
  • veel ziekte in het gezin
  • geweld wordt gezien als middel om problemen op te lossen


Signalen seksueel misbruik

Lichamelijke signalen:

  • verwondingen aan genitaliën
  • vaginale infecties en afscheiding
  • jeuk bij vagina en/of anus
  • problemen bij het plassen
  • recidiverende urineweginfecties
  • pijn in de bovenbenen
  • pijn bij lopen en/of zitten
  • seksueel overdraagbare ziekten.


Psychosociale signalen:

  • angst voor mannen of vrouwen in het algemeen of voor een man of vrouw in het bijzonder
  • sterk verzorgend gedrag, niet passend bij de leeftijd van de leerling (parentificatie).


Afwijkend seksueel gedrag:

  • excessief en/of dwangmatig masturberen
  • angst voor lichamelijk contact of juist zoeken van seksueel getint lichamelijk contact
  • seksueel agressief en dwingend gedrag ten opzichte van andere kinderen
  • niet leeftijdsadequaat seksueel spel
  • niet leeftijdsadequate kennis van seksualiteit
  • angst voor zwangerschap
  • angst om zich uit te kleden
  • angst om op de rug te liggen
  • negatief lichaamsbeeld: ontevredenheid over, boosheid op of schaamte voor eigen lichaam
  • schrikken bij aangeraakt worden
  • houterige motoriek (onderlichaam 'op slot')
  • geen plezier in bewegingsspel.


Extra signalen voor kinderen 12 – 18 jaar

  • Suïcidaal gedrag
  • Anorexia
  • Boulimia
  • Weglopen van huis
  • Crimineel gedrag
  • Verslaafd aan alcohol of drugs
  • Promiscuïteit/prostitutie
  • Relationeel geweld


Signalen meisjesbesnijdenis

  • vertellen over meisjesbesnijdenis in het algemeen
  • aankondigen van besnijdenis.

Directe gevolgen tijdens en na de ingreep:

  • extreme pijn (wanneer de ingreep zonder verdoving plaatsvindt)
  • klachten bij urinelozing (pijn bij plassen, ophoping urine in de blaas)
  • overmatig bloedverlies
  • kans op infectie
  • kans op overlijden van het meisje.


Mogelijke gevolgen na de ingreep:

  • moeilijke en/of pijnlijke urinelozing
  • urineweginfectie
  • chronische pijn in de onderbuik
  • littekenvorming
  • menstruatieklachten

Een vermoeden van meisjesbesnijdenis, actueel of in de toekomst, moet direct bij het AMK gemeld worden. Overleg indien mogelijk eerst met de JGZ. Er is een handelingsprotocol meisjesbesnijdenis dat beschrijft wat er na een melding kan gebeuren.


Signalen eergerelateerd geweld

Angst:

  • schichtig reageren
  • onzekerheid
  • verwardheid
  • apathisch zijn
  • in zichzelf gekeerd zijn
  • zich afsluiten van de buitenwereld.


Verandering van gedrag:

  • plotselinge stressreacties
  • schoolverzuim
  • westerse kleding inruilen voor traditionele kleding en hele lichaam bedekken
  • direct na school naar huis gaan
  • stelselmatig opgehaald worden door vader of broer(s)
  • vriendschappen verbreken
  • verwondingen
  • blauwe plekken.


Ontwijkend gedrag:

  • ontwijkende antwoorden op directe vragen over bijvoorbeeld verwondingen of sociale controle door familie
  • lichamelijke verwaarlozing
  • zelfmoordpogingen
  • zinspelen op zelfmoord
  • fatalistische houding
  • verhalen over geweld tegen andere familieleden.

Voorzichtigheid is geboden. Het opmerken van één of enkele signalen hoeft geen grond te zijn voor een vermoeden van kindermishandeling. Een andere oorzaak is ook mogelijk.

Stalking of belaging

Een hele ernstige vorm van huiselijk geweld is stalking. Ook wel belaging genoemd. Speciaal voor het slachtoffer van stalking is door de politie in samenwerking met Movisie , landelijk kennisinstituut en adviesbureau voor maatschappelijke ontwikkeling, de brochure “Als u wordt gestalkt” gemaakt.

  pdf Download de brochure (198 KB) >>>

 

Werkinstructies politie 2016

Kuijer-Slobbe, D. (2016). Bescherming tegen een ex. In: Blauw, jrg. 12, nr. 9 (29 oktober 2016).

 

AWARE

Sinds 1997 wordt in ons land met het uit Canada afkomstige systeem AWARE (Abused Women’s Active Response Emergency) gewerkt. Dit systeem geeft slachtoffers de mogelijkheid om via een electronisch beveiligingssysteem direct melding te maken wanneer zij lastig worden gevallen door hun (ex)partner. Uit de resultaten blijkt dat deze methode zeer effectief is en wordt dan ook steeds vaker toegepast.

Meer weten over AWARE? Kijk hier >>>

Bron: https://www.politie.nl/themas/huiselijk-geweld.html

Voor alle beroepsgroepen heeft het ministerie van VWS een Privacy tool gegevensuitwisseling gemaakt: "Samenwerken in de Jeugdketen".

 

Wat u moet doen:

  • Voor het opvragen van informatie over het gezin bij de huisarts, de prenatale zorg, de kinderopvang, andere scholen, bij de Jeugdadviesteams (JAT) of bij het Zorgbreedteoverleg heeft u toestemming nodig van de ouders. Als het kind ouder is dan 12 jaar heeft u bovendien ook toestemming nodig van het kind.
  • Wanneer de veiligheid van het kind in het geding is kan besloten worden dat met anderen overlegd moet worden ook zonder de toestemming van betrokkenen. Daarbij geldt dat de overwegingen waarom dit gebeurt zorgvuldig moeten worden beschreven in het dossier van kind en of gezin.En ook hier geldt dat alleen datgene wordt besproken dat nodig is om hulpverlening op gang te brengen. 
  • Voor het opvragen van informatie over volwassenen hebt u de toestemming van die volwassene nodig. Tenzij de veiligheid van een persoon in het geding is. Dan kan worden besloten dat er overlegd wordt zonder toestemming van betrokkene en gelden dezelfde voorwaarden: zorgvuldig de afweging maken en opschrijven, alleen datgene bespreken dat nodig is om hulpverlening op gang te brengen.
  • U kunt bij twijfel ook altijd een advies aan Veilig Thuis vragen. 0800 2000

Aandachtspunten bij toestemming ouders:

  • Het heeft altijd de voorkeur om zoveel mogelijk openheid te bieden naar de ouders. Indien u inschat dat het geen direct gevaar oplevert voor het kind of voor uzelf, vraag dan altijd toestemming aan de ouders voordat u overleg heeft over het kind (gezin) met andere professionals. Bespreek met de ouders dat u zorgen heeft over hun kind en dat u het nodig vindt om uw zorgen te bespreken met bijvoorbeeld de jeugdarts / de jeugdverpleegkundige, voor het COA het GCA,  het schoolmaatschappelijk werk, wijkteam of een collega van de Jeugdafdeling als u met volwassenen werkt.
  • Bij het vragen om toestemming van de ouders/kind kan het makkelijk zijn gebruik te maken van de zin: "Ik ga er vanuit dat u er geen bezwaar tegen hebt dat ik de zorgen over uw kind bespreek met …"Of:"binnen mijn organisatie is afgesproken dat we zorgen over kinderen bespreken met...."
  • Toestemming kan mondeling en/of schriftelijk gegeven worden.

zie ook:handreiking meldcode kindermishandeling in de psychiatrie

 

Subcategorieën