Meisjesbesnijdenis is een ingreep aan de uitwendige geslachtsorganen, waar geen medische noodzaak voor is. 

Meisjesbesnijdenis is strafbaar in Nederland, ook als de handeling verricht is in het land van herkomst van ouders en of kind.

Standpunt preventie VGV JGZ                   Verklaring en werkinstructie VGV JGZ

Meisjesbesnijdenis is een ingreep aan de uitwendige geslachtsorganen, waar geen medische noodzaak voor is. 
Er zijn verschillende manieren waarop de vrouwelijke geslachtsorganen worden besneden. Het varieert welk deel van de geslachtsorganen verminkt wordt, en de mate waarin. Dit is afhankelijk van wat lokaal gebruikelijk is, heeft te maken met de wens van de ouder(s) en hangt af van diegene die de besnijdenis uitvoert. De World Health Organization (WHO) onderscheidt vier vormen (zie ook de Kaart Typen meisjesbesnijdenis):


Type 1. Gedeeltelijke of totale verwijdering van de clitoris, en/of de voorhuid. Deze vorm wordt clitoridectomie genoemd. 
Type 2. Gedeeltelijk of totale verwijdering van de clitoris en de kleine schaamlippen, met of zonder verwijdering van de grote schaamlippen. Dit wordt ook excisie genoemd.
Type 3. Vernauwen van de vaginale opening door wegsnijden en aan elkaar hechten van de kleine schaamlippen en/of de grote schaamlippen, met of zonder verwijdering van de clitoris. Dit wordt ook infibulatie genoemd. 
Type 4. Alle andere schadelijke handelingen aan de vrouwelijke geslachtsorganen om niet-medische redenen, zoals prikken, piercing, kerven, schrapen en wegbranden. 

Terminologie
Voor het besnijden van meisjes worden verschillende termen gehanteerd. 
In Engelstalige landen wordt gesproken van female genital mutilation (FGM), circumcision, cutting, of female genital cutting. In Franstalige landen wordt de term mutilation genital feminine of excision gehanteerd. 
In Nederland werd voorheen vooral de term vrouwenbesnijdenis gehanteerd, maar is inmiddels vervangen door vrouwelijke genitale verminking (vgv). Omdat het besnijden op jonge leeftijd gebeurd, wordt er ook veel gesproken van meisjesbesnijdenis. Zie verder www.meisjesbesnijdenis.nl

Landenlijst

Raadpleeg voor registratie en preventie de landenlijst waarin aangegeven is welke landen inmiddels een andere naam hebben gekregen. Dat zorgt ervoor dat duidelijk dat de moeder uit een risicoland komt ook al heet dat land nu anders.

pdf Gespreksprotocol meisjesbesnijdenis (1.42 MB)

pdf Handelingsprotocol vrouwelijke genitale verminking bij minderjarigen (1.39 MB)

 

Afweging melding in de Verwijsindex

Als geconcludeerd wordt dat er mogelijk sprake is van kindermishandeling of huiselijk geweld, dan moet de afweging gemaakt worden of er een melding in de Verwijsindex moet worden gemaakt. De melding wordt gemaakt volgens de geldende richtlijnen.Zie voor de handreiking: www.handreikingmelden.nl

 

Meldplicht bij vermoedens van kindermishandeling door professional?

In hoeverre ben je als professional verplicht om melding te maken van kindermishandeling, seksueel misbruik en machtsmisbruik door een collega-professional, binnen of buiten je eigen instelling?

Meldplicht binnen de jeugdzorg

De Wet meldcode kent geen meldplicht. Er is wel een bijzondere bepaling in de jeugdzorgwet (artikel21): zorgaanbieders (zoals internaten) moeten het aan Bureau Jeugdzorg melden als een medewerker zich schuldig maakt aan kindermishandeling. Een medewerker die in de jeugdzorg werkt en weet dat een collega zich schuldig maakt aan kindermishandeling, is verplicht dit te melden bij (de directie van) de zorgaanbieder. De wettelijke meldplicht voor kindermishandeling blijft beperkt  voor werkers in de jeugdzorg (alleen bij zorgaanbieders). Andere beroepsbeoefenaren hebben geen meldplicht.

Meldplicht seksueel misbruik binnen het onderwijs

Het onderwijs kent de verplichting om (een vermoeden van) zedendelicten bij de politie aan te geven; schooldirecties mogen dat niet ‘onder de pet’ houden. Dit is vastgelegd in artikel 3 van de Wet op het voortgezet onderwijs.

http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/veilig-leren-en-werken-in-het-onderwijs/vraag-en-antwoord/moet-de-school-seksueel-misbruik-melden-en-aangeven.html

Op dit moment geldt de meldplicht dus alleen voor de jeugdzorg. De staatssecretaris van VWS is van plan deze meldplicht voor de gehele zorgsector en de sectoren Kinderopvang en Maatschappelijke ondersteuning in te voeren.

Kindermishandeling binnen zorginstellingen

Zorginstellingen in Nederland vallen onder de Kwaliteitswet zorginstellingen (KWZ). Op grond van deze wet zijn zorginstellingen verplicht calamiteiten en seksueel misbruik waarbij een cliënt of een zorgverlener van de instelling is betrokken, bij de inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) te melden. Ook moeten zorginstellingen hun kwaliteitsjaarverslag, waarin zij verantwoording over hun kwaliteitsbeleid afleggen, naar de inspectie en naar patiëntenorganisaties sturen.

Artikel 4a van de KWZ:

1. De zorgaanbieder meldt aan de ingevolge artikel 8 met het toezicht belaste ambtenaar onverwijld:

a. iedere calamiteit die in de instelling heeft plaatsgevonden;

b. seksueel misbruik waarbij een patiënt of cliënt dan wel hulpverlener van de instelling is betrokken, uitgezonderd seksueel misbruik van hulpverleners onderling.

2. Onder calamiteit wordt verstaan een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor een patiënt of cliënt van de instelling heeft geleid.

3.Onder seksueel misbruik wordt verstaan grensoverschrijdend seksueel gedrag waarbij sprake is van lichamelijk, geestelijk of relationeel overwicht.

4.Onder hulpverlener wordt verstaan iedere medewerker van een instelling.

Onder deze Kwaliteitsweg zorginstellingen vallen alle instellingen die zorg verlenen vallend onder Zorgverzekeringswet, de AWBZ en andere overheid gefinancierde zorg.

http://wetten.overheid.nl/BWBR0007850/geldigheidsdatum_05-11-2012

Meldpunt Ouderenmishandeling in de zorg

Het Meldpunt Ouderenmishandeling in de zorg van de IGZ is er voor slachtoffers van ouderenmishandeling, hun naasten, zorgprofessionals en bestuurders van zorginstellingen. Zij kunnen bij het Meldpunt melding maken van ouderenmishandeling gepleegd door medewerkers in de zorg. De IGZ doet in samenspraak met de betrokken zorginstelling onderzoek naar de melding.

De maatregelen van de IGZ lopen uiteen. De IGZ kan de zorginstelling stimuleren om een betere aanpak te realiseren om ouderenmishandeling te voorkomen. Maar de IGZ kan ook aangifte doen tegen vermoedelijke plegers van ouderenmishandeling of in het uiterste geval een tuchtzaak aanspannen.   
Wanneer het Meldpunt een melding ontvangt van ouderenmishandeling in huiselijke kring, door bijvoorbeeld een mantelzorger of familielid, dan verwijst de IGZ door naar de Steunpunten Huiselijk Geweld (SHG’S).


 

Meldplicht bij mishandeling door medewerkers

  • In een professionele setting wordt  een meldplicht geïntroduceerd.
  • Wanneer medewerkers hun cliënten/kinderen mishandelen, raakt dat aan het goed functioneren van de instelling en de kwaliteit van de zorg , opvang en of hulpverlening. 
  • De instelling hoort mishandeling door medewerkers zo snel mogelijk te stoppen
  • Instellingen moeten in geval van mishandeling  door professionals melden bij de betrokken inspecties, (Inspectie Jeugd, Inspectie Onderwijs, Inspectie Gezondheidszorg), en Advies vragen bij Politie en Veilig Thuis
  • Het melden is cruciaal voor het beschermen van het slachtoffer en het vertrouwen in de zorg.

 

Niets doen is geen optie!

Voor Kinderopvang/gastouderbureaus/BSO  is er de meldcode van de Branche Organisatie Kinderopvang waarin uitvoerig de route beschreven wordt die bij misbruik binnen de instelling gevolgd moet worden. 

 

 

 

 

 

 

Misbruik via internet

Het internet wordt geregeld gebruikt om kinderen en jongeren te stalken, te pesten, te benaderen om seksueel contact op te bouwen of op te lichten.Dat kan gebeuren door andere jongeren of door volwassenen die zich voordoen als jongere. Vaak geven kinderen en jongeren dit niet aan bij ouders of hulpverleners uit schaamte of onzekerheid. Het kan er o.a toe leiden dat kinderen/jongeren seksueel misbruikt worden met alle gevolgen van dien. Lees ook de factsheet cybergeweld on line

Om kinderen en volwassenen te ondersteunen bij het melden van misbruik via internet is er Meldknop.nl . Deze website wordt ondersteund door de Politie, de Kindertelefoon, Helpweb, Pestweb, Meldpunt discriminatie.nl. Via deze knop is behalve de melding ook hulp voor het slachtoffer aanwezig via chat of face to face contact.

Kinderporno

Kinderporno is niet alleen een verzameling "vieze plaatjes". Om kinderporno te maken zijn kinderen nodig waarmee seksuele handelingen worden gepleegd. Die handelingen worden op beeld vastgelegd. Tegenwoordig is ook het maken van kinderporno strafbaar waarbij tekeningen of animaties gebruikt worden. (Virtuele kinderporno) 

Wat is kinderporno:

  • Beeldbestanden of websites waarop seksuele gedragingen van minderjarigen zichtbaar zijn
  • Op beeld vastgelegd seksueel misbruik van kinderen
  • Benadering van minderjarigen voor seksueel contact (grooming)
  • Uitwisseling van kinderporno, bv via peer-to-peer-netwerken of meegestuurd met spam 

U kunt kinderporno melden via de online meldknop kinderporno.

U kunt aangifte doen via het telefoonnummer 0900-8844 of bij uw lokale wijkteam. Bij aangifte van cybercrime is het goed om te vragen of een digitaal expert aanwezig kan zijn bij uw aangifte. Zorg dat u geen digitale sporen verloren laat gaan: zet de computer niet uit en bewaar zoveel mogelijk informatie of breng deze mee. 

Melding

Met een melding geeft u een tip over iets wat u bent tegengekomen op het internet; op websites, maar ook in chatboxen of op forums. Dat kan een strafbaar feit zijn, maar dat hoeft niet. Uw melding kan de basis zijn voor verdere actie of onderzoek door politie, justitie of opsporings- en inlichtingendiensten. U werkt hierdoor dus mee aan het aanpakken van criminaliteit op het internet.

 

 

In de jeugdketen komt men aanstaande moeders tegen waarover zorgen bestaan of zij hun kind na de bevalling een veilige omgeving kunnen bieden. Ingrijpen na de geboorte is een optie, maar waar mogelijk kan ook voor de geboorte al hulpverlening worden geboden of een gedegen plan worden ingezet voor na de geboorte. Dit voorkomt overhaaste situaties rondom de geboorte. Ook kan de tijd van de zwangerschap van de aanstaande moeder worden benut om een goede inschatting te maken van de capaciteiten en beperkingen van de moeder. En om waar mogelijk de baby te beschermen tegen schadelijke invloeden.

Doelgroepen:

• Aanstaande moeders met een verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid

• Aanstaande moeders met psychiatrische problematiek

• Aanstaande moeders die middelen gebruiken tijdens de zwangerschap

• Aanstaande moeders die minderjarig zijn

• Aanstaande moeders die hun zwangerschap niet of onvoldoende laten controleren/behandelen

Vrijwillige hulpverlening is mogelijk

Vrijwillige hulpverlening heeft altijd de voorkeur. De hulpverlening in een vrijwillig kader oefent drang uit op de aanstaande moeder met het doel de situatie voor het ongeboren kind te verbeteren. Elke hulpverlener of arts heeft vanuit zijn professionele verantwoordelijkheid ook een verantwoordelijkheid voor het ongeboren kind, door over de hulpvraag van de aanstaande moeder heen te kijken en ongevraagde (bemoei)zorg te bieden. Indien nodig kan de professional melden bij hVeilig Thuis. Ouders ervaren doorgaans een melding bij Veilig Thuis als een ernstig drukmiddel, waardoor zij eventueel gemotiveerd worden alsnog vrijwillig mee te werken. Ook wordt tijdig duidelijk hoe de situatie er na de geboorte uit kan zien: of moeder en kind samen blijven en zo ja, op welke manier.

Dat moeder en kind niet samen kunnen blijven staat al vast

Deze situaties zullen er helaas altijd zijn. Het gaat hier vaak om de extremen van de doelgroepen, zoals aanstaande moeders met zware psychiatrische problemen of ernstig drugsgebruik. Meestal zijn eerdere kinderen ook al uit huis geplaatst. In deze gevallen ligt de nadruk op het voorbereiden van uithuisplaatsing na de geboorte. Bij voorkeur is alles geregeld als het kind zich aandient en zijn de voornemens met betrokkenen (ziekenhuis etc.) doorgesproken.

Gedwongen kader nodig

Pas als vrijwillige hulpverlening niet wordt geaccepteerd of niet aanslaat wordt een gedwongen kader (OTS of Bopz) overwogen. Belangrijk bij de overwegingen voor een OTS of Bopz is of de maatregel de situatie voor het kind kan verbeteren.

Ten aanzien van OTS’en voor de geboorte: deze vinden nu meestal niet lang voor de geboorte plaats, of daar vlak na. Dit gaat vaak gepaard met veel stress, onduidelijkheid en samenwerkingsproblemen. Juridisch zijn er geen belemmeringen voor een ondertoezichtstelling (OTS) navenant eerder in de zwangerschap. De kinderrechter kan een OTS uitspreken vanaf drie maanden voor de geboorte. Hoewel de gezinsvoogd een eventuele uithuisplaatsing pas ná de zwangerschap daadwerkelijk kan inzetten, kan dit tijdens de zwangerschap een pressiemiddel zijn. De insteek is wat de gezinsvoogd wél kan doen voor de geboorte. Het idee is dat de gezinsvoogd ook (of juist) voor deze gevallen veel kan betekenen. Er kan een inschatting worden gemaakt van de capaciteiten van de moeder en haar netwerk. Zij kan hierin worden begeleid.

Verder kan de gezinsvoogd geïndiceerde jeugdzorg opleggen aan de aanstaande moeder. De OTS voor de geboorte is ook bedoeld om de moeder een kans te geven: in sommige gevallen kan de OTS ertoe leiden dat er na de geboorte bijvoorbeeld geen uithuisplaatsing wordt gevraagd, waar die vroeger wel zou zijn gevraagd. Of dat er tijdig een plek wordt gevonden in een voorziening voor moeders en kinderen. Er blijven echter altijd gevallen waarin alsnog een machtiging uithuisplaatsing nodig zal zijn na de geboorte. Deze kan tijdig worden voorbereid en aangevraagd en komt als het goed is minder als een verrassing.

 


 

 

Aanstaande moeders met een verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid

 

Het betreft moeders (ouders) met een licht, matig of ernstig verstandelijke beperking(IQ lager dan 70).Een verstandelijke beperking kan een belemmering zijn voor het ouderschap. Er komt veel kijken bij de verzorging van een baby, zowel op praktisch als op emotioneel niveau.Aanstaande moeders met een verstandelijke beperking kunnen deze zorg niet altijd aan.Er is vaak ook sprake van een beperking op sociaal-emotioneel gebied. Ouders kunnen hun kind bv niet troosten bij verdriet, gevaar niet goed inschatten en de behoeften van het kind niet aanvoelen en onderkennen.

Bij het sterk achterblijven op sociaal-emotioneel niveau, ook bij zwakbegaafde ouders(IQ tussen 70 en 85), kan dit geleid hebben tot problemen in de sociale interactie en/of het gedrag, zoals :

• ADHD

• oppositioneel-opstandige en anti-sociale gedragsstoornis

• agressie regulatiestoornis

• reactieve hechtingsstoornis

• angststoornis

• dwangverschijnselen

• obsessief-compulsieve stoornis: dwanggedachten, dwangvoorstellingen, dwanghandelingen

• stemmingsstoornis

In sommige gevallen kan ondersteuning door het netwerk of hulpverlening uitkomst bieden, maar dit is niet altijd voldoende. Voor moeders met een verstandelijke beperking is vaak specialistische hulp noodzakelijk. Van belang is dat de aanstaande moeder de nodige hulp krijgt aangeboden, deze accepteert en ervan profiteert.

Tijdens de zwangerschap is het van belang dat de aanstaande moeder zich realiseert dat zij gezond moet leven. Ook moeten er voorbereidingen worden getroffen voor de geboorte en de inrichting van het huis. Tot slot moet een inschatting worden gemaakt van de mogelijkheden die de aanstaande moeder heeft om het kind al dan niet zelfstandig op te voeden na de geboorte.

 


 

 

 
 

Van belang is op welke manier de aanstaande moeder door de stoornis wordt beïnvloed en hoe dit zich verhoudt tot een veilige zwangerschap en haar opvoedcapaciteiten na de geboorte. Hierbij is bijvoorbeeld de mate van veiligheid die de moeder het kind kan bieden van belang. 

Ongeveer twee op de tien zwangere vrouwen en kraamvrouwen heeft een psychiatrische aandoening zoals een ernstig depressieve stoornis, een paniekstoornis, een post partum (=na de bevalling) psychose of een post partum depressie.

Als de drang in het vrijwillige kader niet wordt geaccepteerd of te weinig soelaas biedt kan worden gedacht aan een ondertoezichtstelling. De gezinsvoogd wil weten of de moeder met een stoornis over voldoende (volgens het ‘goed genoeg’ principe) opvoedingsvaardigheden beschikt om het kind na de geboorte datgene te bieden wat het nodig heeft. Daarnaast kunnen er beschermende factoren zijn in de omgeving, die als verzachting of tegenwicht fungeren. Als de moeder zodanig onder de stoornis lijdt dat zij haar kind niet zal kunnen opvoeden is het belangrijk om te weten of er ondersteunende interventies zijn die dit tekort kunnen aanvullen, zodat moeder nog wel de opvoeder kan blijven. Als het antwoord daarop nee is, dan is de beslissing uithuisplaatsing na de geboorte.

Aandachtspunten:

1. Is er sprake van een stoornis? Welke is dat? Wordt moeder daarvoor behandeld?              

2. Zo ja: Is het dagelijks leven door de stoornis ernstig belemmerd?

3. Zo ja: Maakt die belemmering dat de moeder niet goed kan opvoeden en wat komt het ongeboren kind  tekort?

4. Zo ja: Zijn er beschermende personen of structuren aanwezig of te mobiliseren, waardoor het mogelijk is dat de moeder toch de opvoeder blijft?

5. Indien nee; besluit tot uithuisplaatsing na de geboorte

 De gezinsvoogd kan nagaan of het ongeboren kind bedreigd wordt, of er beschermende factoren zijn. Als er sprake is van beschermende factoren en personen, dat geeft de gezinsvoogd deze een plaats in de actieagenda (realisatie van de werkdoelen). Als er geen beschermende factoren zijn, dan tracht de gezinsvoogd deze te realiseren. Het netwerk wordt geactiveerd, of er wordt aanvullende hulp en ondersteuning in het leven geroepen. Als dat uiteindelijk niet zou blijken te werken, komt vraag 5 aan de orde. Een belangrijke beschermende factor is de mate van openheid en communicatie in het gezin. Het advies aan moeders met een psychische stoornis is trachten te accepteren dat zij een stoornis hebben, zich er niet schuldig over voelen of zich ervoor schamen, hulp te zoeken en er veel met anderen over te praten.

  Indien nee; moet er besloten worden tot uithuisplaatsing na de geboorte

De veiligheid en het belang van het ongeboren kind staat centraal. Als de stoornis een goede en veilige verzorging en opvoeding van het kind onmogelijk maakt is uithuisplaatsing aan de orde. Het ongeboren kind kan vanaf de geboorte uithuis geplaatst worden. De stoornis van de moeder heeft implicaties voor de wijze waarop uithuisplaatsing plaatsvindt, hoe de moeder kan worden voorbereid op de uithuisplaatsing. In het algemeen is het van belang dat dit op transparante wijze gebeurt waarbij de moeder precies weet waar ze aan toe is en met respect wordt bejegend.

(Bovenstaand stuk is bewerking tekst Deltaplan naar situatie ongeboren kind.)

 


 

 

 

Drugsgebruik tijdens de zwangerschap is schadelijk voor het ongeboren kind. Daarnaast zijn er grote risico's voor de gezondheid van moeder en kind tijdens de bevalling en voor en na de geboorte. Er is een hoger risico op aangeboren afwijkingen bij het kind. Te denken valt aan: groeiachterstand, hersenbloedingen en prematuriteit bij het kind, hoge bloeddruk bij moeder en kind, placenta loslating, ernstige bloedingen voor en tijdens de bevalling bij de moeder, ademhalingsproblemen en trekkingen bij het pasgeboren kind (zie www.jellinek.nl). Het kind kan verslaafd ter wereld komen. Ook is het de vraag of de aanstaande moeder na de geboorte voor het kind zal kunnen zorgen.

 Drugsgebruik kan de uitwerking van andere stoornissen fors verergeren. Andere kenmerken zijn:

  • Ontremming
  • Impulsiviteit
  • Explosieve woedeaanvallen
  • Agressie
  • Mishandeling
  • Apathie

 Probleemgebieden kunnen zijn:

  • Verwaarloosd huishouden
  • Geldgebrek
  • Opvoeding, niet aanwezig (letterlijk of figuurlijk) als opvoeder
  • Veiligheid

 


 

 

Alcohol

Wanneer vrouwen tijdens de zwangerschap veel alcohol drinken, kan dit allerlei geestelijke en lichamelijk afwijkingen veroorzaken bij het kind. Deze afwijkingen worden samen aangeduid met de term 'foetaal alcoholsyndroom'. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het aantal gevallen per jaar varieert tussen 0,3 / 0,9 gevallen per 10.000 geboorten. Dit cijfer is afhankelijk van het percentage vrouwen dat alcohol drinkt in de leeftijdscategorie waarin men gewoonlijk kinderen krijgt, en verschilt dus van land tot land.

 

De invloed van alcohol op de foetus :

Alcohol wordt snel in de bloedsomloop opgenomen. De alcohol blijft in het bloed circuleren tot deze geheel is afgebroken door de lever. Bij een zwangere vrouw betekent dit dat de alcohol via het bloed in de placenta komt en vandaar naar de foetus gaat. Dit kan de ontwikkeling van het ongeboren kind ernstig verstoren. 

Verschijnselen

Een kind dat wordt geboren met het foetaal alcoholsyndroom heeft geestelijke en lichamelijke gebreken. Het kan leerproblemen, concentratiestoornissen, een zwak geheugen, een vertraagde ontwikkeling en spraakproblemen hebben. Mentale retardatie (zwakzinnigheid) is een van de ernstigste verschijnselen bij het foetaal alcoholsyndroom. Wat betreft de lichamelijke verschijnselen is vertraagde groei een van de meest voorkomende afwijkingen; de baby is vaak lichter en kleiner dan normale baby's. Het hoofdje is kleiner dan normaal. Ook vertonen pasgeboren baby’s soms gezichtsafwijkingen, met ver uit elkaar staande, kleine ogen, kleine tanden met abnormaal glazuur, een korte wipneus en een abnormale bovenlip. Daarnaast kunnen deze kinderen afwijkingen aan diverse organen hebben, zoals hartafwijkingen, afwijkingen van de geslachtsdelen, gehoorproblemen en problemen met de nieren en de urinewegen.

Hoeveel alcohol is maximaal toegestaan tijdens zwangerschap? Het staat niet vast hoeveel alcohol veilig kan worden gedronken tijdens de zwangerschap en in welke periode van de zwangerschap het risico het grootst is. Daarom is het beter om tijdens de zwangerschap helemaal niet te drinken. 

Bron www.gezondvgz.nl

 

Behandeling

Aangeboren afwijkingen bij de foetus als gevolg van alcoholgebruik door de moeder zijn definitief. Door chirurgische ingrepen kunnen sommige van de lichamelijke afwijkingen worden gecorrigeerd. Kinderen die worden geboren met een foetaal alcoholsyndroom zullen echter de rest van hun leven in hun lichamelijke en geestelijke ontwikkeling achterblijven bij het gemiddelde.

 

 


 

 

 

Het gebruik van tabak tijdens de zwangerschap kan de volgende gevolgen hebben:

 

  • Lager gewicht baby tijdens zwangerschap en geboorte; kans op ziekte en sterfte hierdoor hoger
  • Groeiachterstand foetus en kind
  • Risico vroeggeboorte (+ uit onderzoek is gebleken dat baby’s die vijf of meer weken te vroeg worden geboren, een aanmerkelijke lichamelijke en sociale achterstand op kunnen lopen in verhouding tot voldragen kinderen.
  • Gevoeligheid voor aandoeningen
  • Verdubbeling risico wiegendood
  • Borstvoeding moeizamer, melk minder voedzaam

 

De gevolgen van tabak kunnen ernstiger zijn dan die van drugs: de stoffen uit de geïnhaleerde rook komt directer bij het kind terecht. Er is nog niet veel ervaring met het optreden tegen moeders die door blijven roken tijdens de zwangerschap.

 

 


 

 

 

 

Aanstaande minderjarige moeders hebben vaak (nog) niet de capaciteiten om een kind op te voeden. De tijd van de zwangerschap kan worden gebruikt om hier een inschatting van te maken.

Omdat de moeder minderjarig is kan zij niet het gezag over het kind krijgen als het geboren is. De Raad voor de Kinderbescherming moet daarom een voogdijmaatregel aanvragen. Het gezag gaat dan naar een familielid (bijv. oma) of een jeugdzorginstelling. Als de moeder 18 wordt kan zij het gezag over haar kind krijgen, tenzij hier bezwaren tegen zijn. Zij moet hiervoor met behulp van een advocaat een verzoek indienen bij de rechtbank.

 

 


Bron: werkgroep

Raad voor de Kinderbescherming Amsterdam

Raad voor de Kinderbescherming Noord-Holland

Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam

Bureau Jeugdzorg Noord-Holland

William Schrikker Groep

 

Nagebootste stoornis bij proxy (Münchhausen-syndroom by-proxy)

De aandoening wordt tegenwoordig Pediatric Condition Falsification (PCF) of factitious disorder by Proxy (FDP) genoemd (FD (Ayoub 2002).

PCF is een complexe manier van kindermishandeling waarbij ouders/verzorgers:

  • fysieke of psychische klachten bij het kind nabootsen (fabrication)
  • direct klachten veroorzaken (induction)
  • klachten verzinnen of aanpraten (verbal fabrication) 
  • en/of bestaande klachten uitvergroten (exaggeration)

De ouder houdt artsen voor dat het kind een ziekte heeft waarvoor medische behandeling nodig is. De ouder misbruikt het kind om zelf aandacht te krijgen. In een literatuuroverzicht bleek de mortaliteit 6% (Sheridan 2003).

meer informatie over Münchhausen by Proxy


Veel professionals die dagelijks in hun werk te maken hebben met kinderen met allerlei problemen zullen dit herkennen: normvervaging. Wat vind je nog acceptabel en wat niet?


De normen waaraan je voor jezelf afmeet of een kind ‘wel goed in zijn vel zit’ of dat ‘er toch iets aan de hand is’ zijn soms moeilijk vast te houden. Zeker als je dagelijks te maken hebt met de (soms ernstige) afwijkingen, stoornissen of problematiek van kinderen en hun ouders. De - maar al te menselijke - neiging kan dan ontstaan om situaties die eigenlijk heel ernstig of zorgelijk zijn sneller acceptabel of 'normaal' te vinden. 


Toch is het voor kinderen in het SBO en SO van groot belang dat de mensen die hen beroepshalve begeleiden, verzorgen en onderwijs geven zich realiseren dat zij altijd alert moeten blijven op signalen van kindermishandeling. En dat zij bij signalen of vermoedens van kindermishandeling altijd in actie zullen moeten komen om de veiligheid en ontwikkelingskansen van het kind te waarborgen.


Van belang is bovenal om als team van collega’s met elkaar in gesprek te blijven over het onderwerp kindermishandeling en om elkaar er ook op aan te spreken als er – bijvoorbeeld als gevolg van grote werkdruk – sprake dreigt te zijn van normvervaging.

 

Veilig Thuis heeft sinds een aantal jaren veel meer aandacht voor de risico’s op mishandeling die nog ongeboren kinderen lopen. Daarom heeft Veilig Thuis op lokaal niveau protocollen afgesproken met organisaties die te maken hebben met bijvoorbeeld verstandelijk beperkten, verslaafde aanstaande moeders en psychiatrische patiënten.

Uit voorzorg kunnen  ‘risicozwangerschappen’ bij Veilig Thuis worden gemeld. Voor deze zeer kwetsbare groep kan hierdoor veel schade voorkomen worden.

 

Het protocol in Amsterdam: "mogelijkheden ingrijpen voor de geboorte" waarin meerdere instellingen samenwerken om ongeboren kinderen te beschermen kunt u hier lezen

Als de ouder erkent dat er een probleem is en verdere hulp wil ontvangen, zal de JGZ medewerker in overleg moeten beslissen of de JGZ de deskundige instantie is voor de begeleiding van het probleem.

 

Als de ouder erkent dat er een probleem is en verdere hulp wil ontvangen, zal de schoolmaatschappelijk werker in overleg  met het adviesteam van de school moeten beslissen of de onderwijsinstantie de meest geëigende en deskundige instantie is voor de begeleiding van het probleem.

 

Onder mishandeling van een ouder persoon (iemand van 65 jaar of ouder) verstaan wij het handelen of het nalaten van handelen van al degenen die in een persoonlijke of professionele relatie met de oudere staan, waardoor de oudere persoon (herhaaldelijk) lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt, dan wel vermoedelijk lijden zal, en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankelijkheid. 

Omvang 

Vast staat dat minstens één op de twintig ouderen te maken heeft met een vorm van mishandeling. Dit gegeven is als het topje van de ijsberg: het komt vaker voor dan we denken. Zo blijkt dat bij veel mantelzorgers van demente ouderen (circa een derde deel) de zorg zodanig uit de hand loopt dat er sprake is van mishandeling. De verwachting is dat ouderenmishandeling toeneemt. Door dubbele vergrijzing (meer ouderen en hogere leeftijd) zullen er steeds meer mensen zijn die afhankelijk zijn van de zorg van anderen. Hierdoor zal ook het beroep op mantelzorg groeien en het pdf risico op ontspoorde zorg (633 KB) toenemen. Bron: Movisie 2010

Ouderenmishandeling: concrete handvaten voor signalering

Met de werkwijze 'Ouderen Veilig Thuis' krijgt u concrete handvaten om mishandeling en/of misbruik van ouderen te kunnen signaleren. Klik hier voor meer informatie.

Lees meer:

Meldpunt ouderenmishandeling in de zorg:  Inspectie Gezondheids Zorg

 

 

 

 

 

 

Oudermishandeling:

Regelmatige aanvallen of bedreigingen met geweld van een kind tegenover één of beide (stief-, pleeg) ouder(s).

• Regelmatige aanvallen of bedreigingen verwijst ernaar dat het gedrag meer dan eenmalig voorkomt. De meeste kinderen willen hun ouders wel eens iets aandoen. Meestal blijft het bij voornemens of fantasieën. Soms gaat het kind over de schreef, maar blijft het bij één enkel voorval. De reactie van de omgeving volstaat dan om het geen tweede keer te laten gebeuren. Als kinderen echter herhaaldelijk psychisch en/of lichamelijk geweld plegen, is er sprake van een diepgaand en complex gedragsprobleem.

 

• Geweld kan verschillende vormen aannemen, van puur lichamelijk geweld tot psychische kwellingen en bedreigingen. Fysiek geweld wordt overigens vaak voorafgegaan door psychisch geweld.

 

Movisie kennisdossier oudermishandeling

pdf Oudermishandeling signalen en interventies (342 KB)

 

op 20 mei is er een presentatie geweest aan de RAAK coordinatoren.  De presentatie staat online


Onder psychische mishandeling vallen:

  • verbale dreigingen, vernederingen,
  • sociale isolatie
  • intimidatie en onredelijke eisen

 Bij psychische mishandeling leeft het kind in angst en onzekerheid door bijvoorbeeld verbaal geweld: het kind wordt regelmatig uitgescholden, het krijgt herhaaldelijk te horen dat het niet gewenst is of de ouder/verzorger dicht het kind alleen maar stommiteiten toe.

Overigens gaat het niet alleen om negatieve opmerkingen tegen het kind zelf, maar ook om denigrerende uitlatingen tegenover anderen in de aanwezigheid van het kind. Een ouder kan een kind ook psychische schade toebrengen door het bewust te negeren.

Bijzondere vorm van psychische mishandeling: kinderen die getuige zijn van gezinsgeweld

Onder partnergeweld valt naast vrouwenmishandeling ook mannenmishandeling en mishandeling in homoseksuele relaties. Kinderen kunnen niet alleen direct slachtoffer zijn van huiselijk geweld, maar er ook getuige van zijn. Daarnaast kan in gezinnen sprake zijn van geweld tussen broers en zussen en van oudermishandeling, wat wil zeggen dat kinderen gewelddadig zijn ten opzichte van hun ouders of grootouders. Een kind getuige laten zijn van huiselijk geweld is een vorm van kindermishandeling


Psychische verwaarlozing

De ouder/verzorger schiet doorlopend tekort in het geven van enige vorm van aandacht.

Het kind mist liefde, warmte en bescherming. Positieve aandacht is onontbeerlijk om zich geestelijk, maar ook lichamelijk, goed te kunnen ontwikkelen. Cognitieve verwaarlozing, een kind niet naar school laten gaan, is een vorm van psychische verwaarlozing.

Bij verwaarloosde kinderen kan parentificatie optreden: het kind neemt de ouderrol op zich en daarmee een te grote verantwoordelijkheid die niet past bij de leeftijd van het kind. 

Richtlijn letselrapportage

Wanneer er letsel te zien is bij een vermoeden van kindermishandeling, dan is het noodzakelijk om op een goede manier het letsel te beschrijven. Een juiste beschrijving kan in een latere fase van een mogelijk onderzoek van belang zijn. De Richtlijn letselrapportage beschrijft de wijze waarop een letselrapportage tot stand komt en de eisen waaraan de rapportage moet voldoen. Een letselrapportage is bestemd voor politie of justitie.

 

Subcategorieën