Gespreksvoering over vermoedens van huiselijk geweld en of kindermishandeling.

Zorg altijd voor een tolk als de betrokkene het Nederlands niet goed beheerst. Kinderen, familieleden of buren mogen niet als tolk optreden.

Een gesprek kan plaatsvinden op

  1. locatie politie
  2. locatie incident
  3. officiele setting na aangifte

Bij een gesprek over huiselijk geweld:

  • altijd partners apart spreken
  • zorg bij vrouwelijke slachtoffers voor een vrouwelijke agent. Stel nooit in het bijzijn van haar echtgenoot vragen
  • het gesprek met een slachtoffer kan weer eenzelfde situatie teweeg brengen als die waarin het huiselijk geweld plaats vond. Er is weer sprake van een machtsverhouding
  • wees invoelend en zeg bijvoorbeeld: "Wat moet dit moeilijk voor u zijn".  link naar college Adriaensens
  • Stel vast of er sprake is van een veilige situatie voor het slachtoffer (en de kinderen). Neem zonodig maatregelen om deze  te optimaliseren.






In de Aanwijzing Huiselijk Geweld en Eergerelateerd geweld staat dat de politie het slachtoffer van huiselijk geweld zoveel mogelijk moet bewegen tot het doen van aangifte (en bij belaging tot het doen van een klacht)


Wat moet je wel doen in gesprek met een slachtoffer:

  • geef uitleg over de mogelijkheden van de politie
  • stel de norm: huiselijk geweld is niet normaal
  • benoem het gezamenlijke doel: stoppen van het geweld
  • benoem dat niets doen in elk geval het geweld niet zal stopen
  • leg uit dat bij een strafzaak zoveel mogelijk geprobeerd zal worden (verplichte) daderhulp te regelen
  • benadruk de kwalijke gevolgen van huiselijk geweld voor eventuele kinderen in het gezin en de mogelijkheden van Kindspoor of jeugdhulpverlening
  • leg duidelijk uit wat de consequenties zijn van het doen van aangifte zodat een slachtoffer goed kan overwegen wat zij of hij wil

Wat moet je niet doen in gesprek met een slachtoffer:

  • gebruik geen druk
  • doe geen toezeggingen over straf of hulp (daar kun je niets over beloven)
  • onthoud je van adviezen over echtscheiding ( bemoei je met het stoppen van het geweld en niet met het stoppen van de relatie)
  • maak het slachtoffer niet verantwoordelijk voor het geweld (dubbel traumatiseren)
  • maak het slachtoffer niet verantwoordelijk voor jouw ambtshalve optreden (neem zelf de verantwoording om op eigen ambtshalve titel op te treden tegen het geweld)

In veel gevallen wil het slachtoffer niet zozeer dat de relatie stopt, maar dat het geweld stopt. Door uit te leggen dat aangifte doen kan helpen om het geweld te stoppen, maak je contact over het gezamenlijke doel dat jullie willen bereiken. Tevens stel je de norm ten aanzien van geweld. Benoem dan ook dat aangifte doen kan helpen om de dader met strafrechtelijke druk op de ketel te bewegen richting daderhulpverlening.

Soms spelen slachtoffers zelf ook een (actieve of passieve) rol in het ontstaan van het geweld.

Daamee worden zij niet verantwoordelijk voor het geweld, maar soms wel mede-verantwoordelijk voor het ontstaan ervan. Juist strafrechtelijk optreden kan dan helpen om in eerste instantie de pleger, maar later mogelijk beide partijen de hulp te bieden die nodig is om het geweld te laten stoppen.





Kinderen tot 4 jaar

  • Kinderen tot 4 jaar worden geobserveerd en niet verhoord!
  • Beschrijf het gedrag van het kind zo goed mogelijk. bijvoorbeeld: zit stil op de bank met duim in mond en lijkt niets te horen. Of: verschuilt zich achter moeder/vader en kijkt angstig. Als het kind iets zegt mag dat worden opgeschreven en wordt dat meegenomen.





Intake stalking

Zie ook: aandachtspunten Stalking

Het uitvoeren van een intake

Stap

Handeling

1

Stel vast of er sprake is van stalking, namelijk 2 of meer (pogingen tot) ongewenste communicatie en/of toenadering die vrees/zorg oproepen.

ALS

DAN

geen sprake is van 2 of meer pogingen

onderzoek of er sprake is van andere strafbare feiten.

wel sprake is van andere strafbare feiten

stel een onderzoek in op basis van de feiten.

er ook geen sprake is van andere strafbare feiten

adviseer de melder contact met de persoon te vermijden.

er wel sprake is van stalking

ga naar stap 2.

de stalking al langer dan 2 weken voortduurt

is het waarschijnlijk dat het niet zomaar stopt.

 

2

Stel vast of er sprake is van stelselmatige gedragingen die kunnen vallen onder het strafbare feit belaging. (Zie de voorwaarden op de pagina Wet- en regelgeving.)

ALS

DAN

geen sprake is van belaging, maar wel van het ruimere begrip 'stalking'.

vorm een dossier en richt je op de veiligheid van de melder en het doen stoppen van de stalking. Ga naar stap 3.

wel sprake is van belaging

vorm een dossier en richt je onderzoek ook op een strafrechtelijke aanpak. Ga naar stap 3.


NB
Zie: Herhaalde schennis.

3

Reik de melder de brochure Als u wordt gestalkt uit en neem deze met de melder door.

4

  • Maak een eerste inschatting van het risico dat het slachtoffer loopt. Maak hierbij gebruik van de Checklist bij stalking.
  • Loop de beschreven risicofactoren met de melder door.

5

  • Ga na of de melder de stalker te kennen heeft gegeven niet gediend te zijn van de communicatie/contactpogingen.
  • Laat de melder gebruikmaken van een voorbeeldbrief aan de stalker.

6

  • Instrueer de melder om alle (pogingen tot) communicatie en contact vast te leggen en te delen met de politie. Zie: Vaststellen van originele contactpogingen.
  • Laat de melder een dossier opbouwen.
  • Bespreek de mogelijkheden tot vastleggen met de melder.
  • Bespreek de mogelijkheid van het gebruik van een telefoonnummer waarop de stalker belt (zodat dit kan worden vastgesteld) en een tweede telefoonnummer voor eigen gebruik door de melder; als er sprake is van telefonische overlast.

7

Ga na of het houden van een normstellend gesprek kans van slagen heeft om de stalking te doen stoppen.

ALS

DAN

de stalking relatief kort duurt en (nog) weinig risico's kent.

ga naar stap 8.

NB
Toestemming van het slachtoffer is een vereiste.

aan de bestanddelen van belaging is voldaan en aangifte volgt

is een normstellend gesprek niet aan de orde.

 

8

Voer een normstellend gesprek met de stalker. Zie: Het voeren van een normstellend gesprek.

9

Geef, in afwachting van de definitieve behandelaar, uw naam aan de melder.

10

Maak een zorgmelding op wanneer er sprake is van minderjarige kinderen.

NB
Toestemming van de ouder is niet vereist.

11

Schakel een expert in bij complexe stalking.

 

 


 

 

Het voeren van een normstellend gesprek

Stap

Handeling

1

Nodig de stalker zo spoedig mogelijk telefonisch of schriftelijk uit voor een gesprek.

NB
Deelname van de stalker aan het gesprek is op vrijwillige basis.

2

Noteer in het dossier of de stalker wel/niet op de uitnodiging in gaat.

ALS

DAN

de stalker ingaat op de uitnodiging

  • houd het slachtoffer op de hoogte van de datum van het normstellend gesprek (voor diens dossier).

de stalker niet ingaat op de uitnodiging

  • maak hiervan een PV bevindingen op.
  • omschrijf het sfeerplaatje.

 

3

Voer het normstellend gesprek met de stalker.

4

Geef instructies over de aard van het gesprek en leg uit dat de stalker niet tot antwoorden verplicht is.

5

Maak duidelijk dat het stalkinggedrag onacceptabel is en dient te stoppen.

6

Maak duidelijk dat doorgaan met stalken strafrechterlijke consequenties kan hebben.

7

  • Maak na afloop een PV bevindingen op van het gesprek.
  • Geef een sfeerbeeld.

 

 


 

 

 

Het opnemen van de aangifte/klacht

Stap

Handeling

1

Draag kennis van het PV van bevindingen van de intake.

2

Neem de aangifte inclusief de klacht op en maak gebruik van de bouwsteen.

NB
Bij 2 niet aaneengesloten perioden van stalking (bijvoorbeeld weer stalken na schorsing uit de voorlopige hechtenis of na het uitzitten van een straf) is ook voor die tweede periode een afzonderlijke klacht vereist.

3

  • Verwerk de bestanddelen van art. 285b Sr in de aangifte.
  • Neem de schriftelijke bewijsstukken (het bijgehouden werk van het slachtoffer) in ontvangst en voeg dit toe aan het dossier.

4

Breng de klager in contact met de dienstdoende HOvJ.

5

Bepaal of overleg met zeden en/of jeugd nodig is.

6

Instrueer de aangever om op geen enkele wijze actief contact te zoeken met de stalker of in elk geval met de politie te bespreken hoe en waarom er wel contact wordt gelegd (bijvoorbeeld in verband met omgang met de kinderen).

7

Verwijs de aangever door naar hulpverleningsinstanties.

NB
Mensen uit de omgeving van het slachtoffer kunnen ook een grote steun zijn in het omgaan met de stalkingsituatie.

8

Zorg dat de klager een vast aanpspreekpunt bij de politie heeft.

 

Optreden HOvJ

Stap

Handeling

1

Neem de klacht en de klager over.

2

Maak een klachtformulier op.

3

Stel vast dat de klager uitdrukkelijk verzoekt om tot vervolging van de dader over te gaan.

4

Onderteken samen met de klager het schriftelijke verzoek om tot vervolging van de dader over te gaan.

5

Maak proces-verbaal op.

 

Het vormen van een dossier

Stap

Handeling

1

  • Documenteer alle (pogingen tot) communicatie en contact met het slachtoffer.
  • Voeg de schriftelijke bescheiden als bijlage in het dossier:
    • dagboek;
    • e-mails;
    • foto's;
    • kopieën;
    • internetprints;
    • financiële afschriften;
    • forensisch onderzoek;
    • eventuele originele akten van uitreiking (bij dagvaarding).

NB
Dateer en order de bijlagen.

2

  • Maak op basis van het dossier een tijdlijn.
  • Geef hierin alle gedragingen weer van stalker en slachtoffer.

3

Stel de relatie tussen stalker en slachtoffer vast. Zie het Beslisdiagram.

4

  • Stel vast of er sprake is van één of meerdere slachtoffers.
  • Bepaal wie het primaire slachtoffer is en wie de eventuele secundaire slachtoffers zijn.

NB
Zie: Secundaire slachtoffers.

5

Stel het motief van de stalker vast. Gebruik hiervoor het Beslisdiagram.

NB
Zie: Afwijzing als motief.

6

Richt je in je onderzoek op objectief bewijs, informatie van anderen dan de melder en het onderzoeken van tegenstrijdigheden, bij twijfels over de werkelijkheid van de stalking. 

NB
De ernst van de incidenten is in ieder geval geen graadmeter voor de werkelijkheid.

7

  • Maak een inschatting van het risico dat het slachtoffer loopt. Maak hierbij gebruik van de Checklist bij stalking.
  • Voer een uitgebreide dossieranalyse uit.

NB
Zie verder: Inschatting van het risico dat secundaire slachtoffers lopen.

 

Veiligheid

Fase

Beschrijving

1

  • Ga na welke veiligheidsmaatregelen het slachtoffer zelf kan treffen.
  • Maak het slachtoffer bewust van het voldoende afschermen van persoonsgegevens op sociale netwerksites (zoals Facebook en Twitter).

2

Geef het slachtoffer voorlichting over de risico's van stalking en te treffen veiligheidsmaatregelen.

3

  • Schat de veiligheidsmaatregelen die het slachtoffer zelf kan treffen in.
  • Neem zo nodig contact op met het bureau Conflict en Crisisbeheersing voor het opmaken van een dreigingsinschatting en het treffen van beveiligingsmaatregelen.

4

Geef het slachtoffer een vast aanspreekpunt bij de politie, die volledig op de hoogte is van de zaak.

5

Betrek ketenpartners bij de zaak.

6

  • Bespreek de zaak met het Openbaar Ministerie, de reclassering, GGZ en andere betrokken professionals op het gebied van toezicht, veiligheid en hulpverlening.
  • Vorm met elkaar een stalkingmanagementteam.

7

Stem acties en bejegening van zowel stalker als slachtoffer elke keer af met de ketenpartners bij het aanpakken van stalking.

 

Strafrechtelijk onderzoek

Stap

Handeling

1

Wacht in principe de wettelijke termijn van de mogelijkheid tot intrekking van de klacht van 8 dagen af, alvorens met de behandeling van de zaak te starten.

2

Bepaal de mogelijke getuigen:

  • directe getuigen (waren erbij aanwezig);
  • indirecte getuigen (van horen zeggen of via waarneembaar gedrag van slachtoffer);
  • stille getuigen (sporen).

3

Hoor mogelijke getuigen:

  • gezinsleden, familie;
  • eventueel kinderen ouder dan 12 jaar;
  • buren (wijk, buurtbewoners);
  • werkgever, collega's, school;
  • kinderopvang;
  • leden vereniging, sport, muziek;
  • personeelsverenigingen, bibliotheek;
  • huisarts, psychologen, advocaten (geheimhouders).

NB
Wees terughoudend met kinderen als getuige. Kinderen onder de 12 jaar opnemen in sfeerbeeld PV.

4

Overweeg de noodzaak en mogelijkheid van observatie van het stalkinggedrag om zo nadere bewijsmiddelen te verkrijgen. 

NB
Dit is met name relevant als de stalker een onbekende is en/of als er weinig getuigen zijn van het stalkinggedrag.

5

Maak een verhoorplan op basis van:

  • PV's van bevindingen;
  • aangifte;
  • getuigen;
  • forensisch onderzoek;
  • schriftelijke bescheiden (dossier door slachtoffer bijgehouden, dagboek et cetera).

6

Regel, zo nodig, een bevel tot aanhouding buiten heterdaad (art. 67 Sv en art. 54 Sv) voor de verdachte.

7

Zorg voor aanhouding/ontbieding van de verdachte.

8

Zorg, indien de verdachte is aangehouden, dat de HOvJ/ recherchecoördinator de aanhouding van de verdachte zo spoedig mogelijk meldt bij het Veiligheidshuis.

9

Verhoor de verdachte. (Zie ook de Aanwijzing Rechtsbijstand politieverhoor).

10

Overleg met het OM over de toe te passen strafafdoening:

  • voorgeleiden bij rechter-commissaris;
  • dagvaarden;
  • taakstraf Openbaar Ministerie oproeping.

11

Reik eventuele dagvaarding/taakstraf Openbaar Ministerie oproepingen uit (of laat deze uitreiken).

12

Wijs de verdachte op de mogelijkheden tot daderhulpverlening.

13

Blijf de verdachte monitoren.

 

Stalking aanpakken (resumé)

Stap

Handeling

1

Voer een intake uit.

2

Voer, indien gewenst, een normstellend gesprek.

3

Neem de aangifte op.

4

  • Breng de persoon van de stalker in kaart.
  • Maak daarbij gebruik van mensen uit de omgeving van de stalker. Zie verder:Stalker in kaart brengen.

5

Ga na welke adviezen men het slachtoffer kan geven om te zorgen dat de stalking stopt.

6

Draag zorg voor een goede samenwerking en heldere afspraken tussen politie en slachtoffer.

7

Zorg, indien nodig, voor beschermende maatregelen.

8

Grijp in zodra een verbod of voorwaarde wordt overtreden.

9

Wijs de stalker op de mogelijkheden tot hulpverlening.

 




Verhoor onder nummer

Voor het bestrijden van agressie en geweld is een hoge aangiftebereidheid van belang.

Soms zijn slachtoffers van dit soort delicten alleen bereid om aangifte te doen of een getuigenverklaring af te leggen als hun identiteit niet bekend wordt bij de verdachte(n).

Het doel van horen onder nummer in het strafproces is het (beter) beschermen van slachtoffers en getuigen die vrezen voor represailles.

Denk eraan dat tijdens behandeling het toch nodig kan zijn dat de identiteit van aangever /getuige bekend wordt.


Ouders van kinderen in het SBO en SO

Bij een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld zal (vrijwel altijd) een gesprek met de ouders van het betreffende kind gevoerd worden.

 

Voor professionals in het SBO en SO zal deze stap soms extra lastig zijn omdat (vanwege erfelijkheidsfactoren en/of generationele overdracht van bepaalde problematiek) de ouders van kinderen in het SO soms zelf óók last hebben van een beperking, een gedragsstoornis of van psychiatrische problematiek. Bijvoorbeeld in het geval van ouders met een licht verstandelijke handicap of ouders met een laag intelligentieniveau kan het moeilijk zijn om op de juiste manier met hen het gesprek aan te gaan en om voor iedereen duidelijke afspraken te maken.

 

In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden.

In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden.

In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden.

 

Gespreksvoering Eergerelateerd geweld

Het praten binnen gezinssystemen over familie eer en geweld wordt door veel hulpverleners als lastig ervaren. Tevens zijn er een aantal culturele factoren die van invloed zijn op de communicatie.


 

Kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld lijden daar net zo onder alsof ze zelf mishandeld worden. Het getuige zijn van geweld in de thuissituatie maakt hen erg onzeker, geeft voortdurende stress en heeft ernstige effecten ook op de lange termijn. Ook hele jonge kinderen worden in hun ontwikkeling bedreigd door het meemaken van geweld in de thuissituatie.

Er zijn bovendien kinderen die én getuige zijn van gezinsgeweld én zelf mishandeld worden. Binnen een gezin kunnen ouders, partners van de ouders, maar ook broers en zusters, andere familieleden of verzorgers de plegers van geweld zijn.

Denk ook aan pdf de Kindcheck (502 KB) !

 

 

Gevolgen van kindermishandeling en huiselijk geweld 

Kindermishandeling kan volgens een rapport van de Gezondheidsraad uit 2011 zeer ingrijpende gevolgen hebben voor de ontwikkeling en het functioneren van kinderen, die kunnen voortduren tot in de volwassenheid. Mishandeling heeft nadelige effecten op de ontwikkeling van de hersenen en ook op de fysieke ontwikkeling van kinderen. Door de grote plasticiteit van het kinderbrein lopen jonge kinderen sneller schade op. Bij heel jonge kinderen verstoort mishandeling een veilige hechting aan de ouders, wat ernstige gevolgen heeft voor het algeheel sociaal functioneren op latere leeftijd. Oudere kinderen kunnen gedragsproblemen krijgen en psychiatrische stoornissen ontwikkelen die doorwerken in de volwassen leeftijd. Bij volwassenen is bovendien geconstateerd dat zij, als zij als kind mishandeld zijn, ook vaker lijden aan chronische aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten en astma.

Zie ook het uitgebreide onderzoek hiernaar door Vincent Felitti.

Niet elk kind loopt evenveel schade op. De ernst van de gevolgen hangt onder andere af van factoren als:

• de ernst van het geweld, de verwaarlozing of het misbruik op zich;

• de leeftijd waarop het begint, hoe vaak het gebeurt en hoe lang het voortduurt;

• het wel of niet aanwezig zijn van steun uit de omgeving;

• de persoonlijkheid van het kind.

Factoren die mogelijk een beschermende werking hebben zijn zelfwaardering, veerkracht, bovengemiddelde intelligentie en goede interpersoonlijke vaardigheden.

 

Behandeling van mishandelde of verwaarloosde kinderen

In haar inaugurele rede[1] uit 2006 benadrukte hoogleraar Francien Lamers hoe belangrijk het is aandacht te besteden aan het mishandelde of verwaarloosde kind. Behandeling of therapie voor kinderen van wie bekend is dat zij mishandeld zijn kan bijdragen aan de preventie van kindermishandeling in latere generaties. Volgens hoogleraar Herman Baartman blijkt dat ongeveer 30% van de ouders die mishandelen zelf vroeger ook mishandeld zijn. Vaak zijn de niet-mishandelende ouders in therapie geweest.

 De directe en indirecte kosten van kindermishandeling voor de samenleving in Nederland zijn voor 2003 door Meerding geschat op meer dan 900 miljoen euro per jaar[2].

 

 


[1] http://www.ack.vu.nl/htmls/promoties/oraties/Francien%20Lamers/Inaugurele%20rede%20fl.pdf

 

[2] RIVM, JGZ-richtlijn secundaire preventie kindermishandeling

 

 

 

 

 

 

Grensoverschrijdend gedrag

Seksueel grensoverschrijdend gedrag bij kinderen:

Jonge kinderen zijn samen met andere kinderen hun lichaam aan het ontdekken.Zo komen ze te weten wat er hetzelfde is aan elkaars lichaam en wat juist anders. ‘Doktertje spelen’ is hierbij een favoriet spel. Toch zijn er ook grenzen bij spelletjes tussen kinderen onderling.

Zie hiervoor ook pdf het Vlaggensysteem           (1.61 MB)       

Er kan sprake zijn van grensoverschrijdend gedrag als:

  • er een groot leeftijdsverschil is tussen de kinderen
  • er sprake is van manipulatie of dwang;
  • kinderen elkaar pijn doen;
  • er voorwerpen in vagina of anus geduwd worden;
  • er geweld wordt gebruikt;
  • het om een grote groep kinderen tegen één kind gaat.

Meldcode voor de Kinderopvang

Brochure grensoverschrijdend gedrag jegens mensen met een verstandelijke beperking

 

Grensoverschrijdend gedrag van cliënten onderling en professionals jegens cliënten

Movisie heeft een toolkit met een signalenkaart ontwikkeld. Op de website van Movisie vindt u uitgebreide informatie over grensoverschrijdend gedrag bij jongeren. 

Grensoverschrijdend gedrag is een breed begrip. Het omvat alle handelingen, toenaderingen of contacten die tegen de zin van het slachtoffer plaatsvinden. Het kan daarbij gaan om hele duidelijke vormen van mishandeling en misbruik, zoals slaan met een voorwerp of aanranding en verkrachting. Maar meer diffuse incidenten zoals verwaarlozing, pesten of seksueel getinte grappen vallen ook onder grensoverschrijdend gedrag. Alle vormen van grensoverschrijdend gedrag hebben één overeenkomst: een verschil in macht tussen pleger en slachtoffer. In de relatie tussen de persoon met een beperking en degene die grensoverschrijdend gedrag vertoont, is er sprake van afhankelijkheid. De afhankelijkheid kan bestaan uit materiële, fysieke, psychische of sociale afhankelijkheid of een combinatie hiervan. Machtsverschillen kunnen echter ook het gevolg zijn van de manier waarop zorg is georganiseerd, hoe professionals met mensen met een beperking omgaan en de manier waarop wij als samenleving met mensen met een beperking omgaan. Machtsverschillen zijn dus soms onvermijdelijk en inherent aan het hebben van bepaalde beperkingen. Vaak is het goed mogelijk om machtsverschillen te minimaliseren, of in elk geval het risico op misbruik van macht te minimaliseren (Fitzsimons, 2009).

 

 

 

 

 

In sommige situaties is een melding bij Veilig Thuis  noodzakelijk. De meeste ouders  of cliënten horen dat liever van u dan van Veilig Thuis. Hierdoor komt de brief of het telefoontje van Veilig Thuis minder onverwacht, en hebben mensen niet het gevoel dat u achter hun rug om te werk bent gegaan.


Internationaal Verdrag van de de Rechten van het Kind

  • Artikel 19 Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind (IVRK): ‘Het is de plicht van de Staat kinderen te beschermen tegen alle vormen van mishandeling door ouders of door anderen die verantwoordelijk zijn voor de verzorging, en maatregelen te nemen ter voorkoming, opvang en behandeling.’
  • Artikel 24 IVRK: ‘Het recht van kinderen de hoogst mogelijke graad van gezondheid te bereiken en het recht op gezondheidsdiensten, met vooral nadruk op basisgezondheidszorg, op gezondheidsvoorlichting en op verminderen van de kindersterfte. De plicht van de Staat om schadelijke traditionele praktijken af te schaffen…’

 

Als het kind gevaar loopt, meldt de medewerker direct bij Veilig Thuis

Handleiding Kindcheck[1]

 

De meldcode bevat een zogeheten kindcheck. Deze kindcheck richt zich op professionals met volwassen cliënten. De kindcheck wil zeggen dat de professional in bepaalde gevallen verplicht is  om te onderzoeken of zijn volwassen cliënt minderjarige kinderen thuis heeft , waar hij voor zorgt. De kindcheck is aan de orde in alle gevallen waarin de professional meent dat door de medische situatie of door andere omstandigheden waarin zijn volwassen cliënt verkeert, een risico bestaat op ernstige schade voor kinderen waar hij zorg voor draagt . Meent de professional dat dit risico aanwezig is, dan onderzoekt hij in een gesprek met de cliënt of er kinderen bij de cliënt wonen en wie er voor hen zorgen. Op basis van deze informatie beslist hij of hij verder actie moet ondernemen door de stappen van de meldcode te zetten.

De kindcheck vraagt van professionals om in contacten met volwassen cliënten ook te denken aan mogelijke ernstige schade die bij kinderen kan ontstaan door de situatie waarin de ouder of opvoeder zich  bevindt. Anders gezegd:  ook oudersignalen kunnen aanleiding zijn om in actie te komen voor de kinderen.

 

Voor wie geldt de kindcheck?

De kindcheck geldt voor alle professionals die onder de Wet verplichte meldcode vallen.

De  kindcheck  is vooral gericht op professionals die contacten hebben met volwassen cliënten.  Daarnaast geldt de kindcheck ook voor professionals die zich zorgen maken op basis van oudersignalen  terwijl er geen kindsignalen zijn. (bijvoorbeeld binnen de kinderopvang en het onderwijs)

 

In welke gevallen is de kindcheck aan de orde?

De kindcheck is in alle gevallen aan de orde waarin de professional zich, vanwege de  ernstige situatie van zijn volwassen cliënt, zorgen maakt over mogelijk aanwezige minderjarige kinderen. De  kindcheck geldt als een professional meent dat er, vanwege de toestand van de cliënt,  risico’s zijn op ernstige schade voor  kinderen of  een bedreiging van de veiligheid van kinderen die afhankelijk zijn van de zorg van cliënt.  Zo geldt de  kindcheck bijvoorbeeld in geval van een ernstige (chronische) depressie, zware verslaving, (dreigende) huisuitzetting, geweld tussen huisgenoten.

NB:

-          Ook het contact met een adolescent  waarbij de professional zich zorgen maakt over eventueel aanwezige broertjes en zusjes in het gezin  kan aanleiding zijn voor het uitvoeren van de kindcheck;

-          De kindcheck geldt ook voor zwangere vrouwen.

 

Wat houdt de kindcheck in?

  1. De professional gaat in gesprek met zijn cliënt;

-          Hij vraagt zijn cliënt  of er minderjarige kinderen bij hem in huis wonen en als dit het geval is  of en zo ja met wie de cliënt de zorg voor deze kinderen  deelt;

Hij onderzoekt samen met zijn cliënt of het hem, ondanks zijn situatie, lukt om de kinderen voldoende verzorging, zorg en veiligheid te bieden, of hij daar hulp bij heeft en of hij (meer) hulp wenst

-          Hij vraagt zijn cliënt of hij een (ex)partner heeft met kinderen waar hij geregeld aanwezig is.

-          Hij vraagt zijn cliënte of deze mogelijk zwanger is

 

  1. Op basis van dit gesprek en op basis van de situatie waarin de cliënt verkeert, stelt de professional vast of zijn zorgen over de mogelijke ernstige schade voor de kinderen zijn weggenomen, of dat zijn zorgen, ook na het gesprek, zijn gebleven.
  2. Blijven er zorgen na het gesprek met de cliënt, dan zet de professional  op basis van de oudersignalen de stappen van de meldcode. Deze stappen zijn er op gericht de situatie waarin de kinderen zich feitelijk bevinden nader te (laten) onderzoeken en zo nodig (meer)  passende hulp te organiseren voor alle betrokkenen.

 

Kindcheck bij vluchtige of eenmalige contacten

In sommige gevallen, vooral als de contacten met de cliënt vluchtig  en of eenmalig zijn ,  zal het hierboven beschreven gesprek met de cliënt maar in beperkte mate mogelijk zijn. In dat geval vraagt de professional in ieder geval aan zijn cliënt naar de aanwezigheid van minderjarige kinderen bij hem thuis of bij (ex)partner. Zijn er inderdaad kinderen, en lukt het een gesprek met de cliënt te voeren, dan bespreekt de professional zijn zorgen met  de cliënt en zal hij het AMK bellen voor advies (stap 4 meldcode). Wordt het vermoeden niet weggenomen door het overleg dan gaat de professional na of de zorgen over de kinderen kunnen worden weggenomen door de inzet van professionele hulp en/of ondersteuning uit het eigen netwerk van de cliënt. Is dat het geval dan zet de professional de volgende stappen:

  • hij zet professionele hulp en/of ondersteuning van het eigen netwerk van de cliënt in. Daarbij zoekt de professional zo mogelijk de samenwerking met andere professionals die contact hebben met de cliënt en zijn gezin.
  • Hij draagt er zorg voor dat de hulp en/of ondersteuning gevolgd wordt

Beschikt de professional niet over de mogelijkheden om bovenstaande stappen te zetten, dan bespreekt hij met zijn cliënt dat hij een melding zal doen bij het AMK.

Ook wanneer een gesprek met de cliënt over zijn kinderen niet mogelijk is, zal de professional AMK een melding doen bij het AMK.

Bij twijfel kan de professional het AMK altijd om advies vragen.

 

NB: Conform de meldcode: zijn er concrete aanwijzingen dat het voeren van een gesprek over de kinderen veiligheidsrisico’s voor de professional, voor de kinderen of voor anderen  met zich meebrengt, dan kan de professional, bij wijze van uitzondering, besluiten om een melding bij het AMK te doen zonder dat hij een gesprek over zijn zorgen heeft gevoerd met de cliënt.

 

Kindcheck en de stappen van de meldcode

De kindcheck valt onder stap 1 van de meldcode. Bij deze eerste stap, het signaleren, zijn het in dit geval ‘oudersignalen’ die mogelijk een risico vormen op  ernstige schade voor de kinderen.

Niet in alle gevallen zal de kindcheck  leiden tot stap 5 van de meldcode, het doen van een melding bij het AMK of het organiseren van hulp. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de zorgen van de professional door het gesprek met de cliënt  overtuigend worden weggenomen. Daarbij blijft de professional verantwoordelijk tot een andere organisatie of een andere afdeling de zorg heeft overgenomen. Blijven de zorgen en/of  lukt het niet om passende hulp te organiseren, dan zal de professional besluiten om een melding te doen bij het AMK omdat hij meent dat een AMK onderzoek naar de situatie van de kinderen noodzakelijk is om het risico op ernstige schade te beperken.

 

NB1: Als een andere hulpverlener die al bij het gezin betrokken is, in staat is de situatie van de kinderen nader te onderzoeken, kunt u dat ook aan hem vragen en is het wellicht niet nodig om een AMK melding te doen.  Vraag hierover zo nodig advies aan het AMK.

 

NB2: Besluit de professional om geen AMK melding te doen, dan is het van belang dat hij zelf blijft letten op risico’s op ernstige schade voor de kinderen en dat hij zo nodig alsnog een melding doet als hij meent dat, ondanks het gevoerde gesprek en/of de gemaakte afspraken met de cliënt, er toch risico’s blijven bestaan op ernstige schade voor de kinderen.

 

Kindcheck en dossiervorming

De professional legt zijn bevindingen naar aanleiding van de kindcheck vast in het cliëntdossier. Hij beschrijft:

-          de conditie of de omstandigheden van de cliënt waardoor naar zijn mening het risico ontstaat  op ernstige schade of bedreiging van de veiligheid en welzijn  bij de kinderen;

-          of er inderdaad minderjarige kinderen bij de cliënt thuis wonen,  wie er voor hen zorgt of zorgen en of de cliënte zwanger is

-          de beslissing die de professional op basis van de situatie van de cliënt en op basis van het gesprek met de cliënt neemt over eventuele vervolgstappen.

 

NB: Zeker als de professional zelf geen contact heeft met de kinderen, kan hij geen uitspraken doen over de feitelijke situatie waarin de kinderen zich bevinden. Hij kan alleen beschrijven waarom de conditie of de situatie van de cliënt naar zijn mening  risicovol is voor de kinderen van de cliënt en dat hij daarom nader onderzoek nodig vindt.

 

NB: In iedere fase van de kindcheck en van de meldcode kan, op basis van anonieme cliëntgegevens, advies worden gevraagd aan het AMK.

 

Situaties waarin een kindcheck aan de orde kan zijn

 

Hieronder volgt een aantal voorbeelden waarin een kindcheck, dit wil zeggen onderzoeken of er kinderen zijn die van de volwassen cliënt afhankelijk zijn, of als cliënt zwanger is aan de orde kan zijn:

 

  • ernstige chronische of acute psychiatrische stoornis;
  • ernstige of acute suïcidale gedachten of gedrag;
  • ernstig agressief gedrag;
  • ernstige uitingen van middelengebruik (alcohol, drugs of medicijnen);
  • vermoedens van huiselijk geweld tussen huisgenoten van de minderjarige kinderen;
  • (dreigende) huisuitzetting, afsluiting van gas, water en licht;
  • ernstige chronische lichamelijke problematiek of andere problematiek waarbij er sprake is van overbelaste volwassenen waardoor het risico ontstaat op overbelasting van de kinderen;
  • extreem slechte hygiëne in huis, of onveilige of zeer slechte huisvesting;
  • verstandelijke beperking op gebied van sociale interactie, waarbij vermoed wordt dat opvoeden een probleem is en er schade dreigt voor mogelijke kinderen;
  • gewelddadig gedrag, wapenbezit;
  • extreme angst voor familieleden in verband met eerschendingen;
  • aanwijzingen van huwelijksdwang;
  • echtscheiding waardoor de verblijfsstatus dreigt te worden ingetrokken;
  • aanwijzingen dat cliënt vrouwelijke genitale verminking  voor zichzelf of voor de vrouwelijke partner  en mogelijke dochters vanzelfsprekend vindt.

 

Voorbeelden van situaties waarin de kindcheck gedaan moet worden:

 

-          ernstige/acute psychische stoornis of problematiek (waaronder ernstige depressie of manie, psychose, dissociatie)

  • voorbeeld: zodanige escalatie dat opname op een SEH of inschakeling crisisdienst noodzakelijk is, acute psychose of verwardheid

 

-          ernstige/acute suïcidale of agressieve gedachten of gedrag

  • voorbeeld: cliënt[2] heeft suïcidepoging gedaan, vertoont signalen van automutilatie, zegt dat hij er een eind aan wil maken, dat hij thuis de boel kort en klein gaat slaan, dat hij zijn partner of de kinderen iets gaat aandoen,
  • ouders in asielzoekerscentra met post traumatische stress stoornis, gecombineerd met onzekerheid over verblijf en of  samenwonend met andere volwassenen met vergelijkbare problematiek. Deze situatie kan een continue bedreiging vormen voor de veiligheid van anderen.

 

-          ernstige manifestaties van middelengebruik (alcohol, drugs, medicatie)

  • voorbeeld: cliënt kan door overmatig gebruik of overdosis van middelen geen coherent en duidelijk verhaal meer vertellen over zijn (thuis)situatie of over zijn eigen gedrag

 

-          volwassene is duidelijk slachtoffer van partnergeweld, heeft ernstige ruzie of conflicten met een gewelddadige partner

  • voorbeeld: cliënt meldt dat hij door partner in elkaar is geslagen, dat de partner agressief is naar de kinderen, dat de partner heeft gedreigd (ook) de kinderen iets aan te doen

 

-          andere crisissituaties dan bovengenoemd, bijv. huisuitzetting,  afsluiting gas/water/licht, deurwaarder

  • voorbeeld: cliënt maakt melding van deze crisissituaties (of de professional neemt dit waar) en maakt duidelijk dat hij nu geen dak meer boven zijn hoofd heeft, of dat hij niet meer weet hoe hij zijn huishouden overeind moet houden
  • de professional weet dat er kinderen zijn. Ze zijn buiten beeld omdat het gezin na huisuitzetting vertrokken is én de professional maakt zich zorgen over de kinderen.

 

-          extreem slechte hygiëne in huis of onveilige of slechte huisvesting

  • voorbeeld: cliënt meldt dat de situatie thuis onleefbaar, gevaarlijk of hygiënisch onverantwoord is, of tijdens een huisbezoek merkt de professional dat het door stank, vuil, of inrichting een onleefbare situatie is

 

 

 

 

Handreiking voor het voeren van het gesprek met de cliënt in verband met de kindcheck

 

 

De kindcheck vraagt van een professional om in sommige ernstige gevallen in gesprek te gaan met de volwassen cliënt over zijn kinderen. Een dergelijk gesprek is aan de orde in alle gevallen waarin de professional meent dat de fysieke en geestelijke conditie of andere omstandigheden waarin de volwassen cliënt verkeert, een ernstig risico vormen op schade voor de kinderen waar de cliënt de zorg voor draagt.  Doel van het gesprek is om  duidelijkheid te krijgen of er kinderen zijn en of nader onderzoek naar de veiligheid van deze kinderen nodig is.

 

NB1: Het gaat er in het gesprek niet om dat de professional de kans op ernstige schade bij de kinderen vaststelt, maar dat hij op een zorgvuldige manier beslist of het nodig is dat nader onderzoek daar (door een ander) naar wordt gedaan.

 

Houding en inzet

Maak in uw houding en door de wijze waarop u vragen stelt duidelijk dat u met uw cliënt in gesprek gaat uit oprechte zorg voor zijn kinderen die doorgaans zo onlosmakelijk met hem verbonden zijn en dat uw inzet is de cliënt en zijn kinderen zo goed mogelijk te helpen. Vermijd interpretaties en oordelen, maar vraag wel goed door naar de feiten. Toon interesse en begrip voor de situatie waarin de cliënt zich bevindt en deel zo mogelijk uw zorgen over de kinderen met hem.

 

Algemene vragen over de zorg voor de kinderen

-          Wonen er minderjarige kinderen bij u in huis, zo ja, hoeveel en van welke leeftijd? Wonen ze de hele week bij u of een deel van de week?

-          Zijn er meer volwassenen bij u in huis die voor deze kinderen zorgen, zo ja, wie zijn dat (partner, ex partner) en welk aandeel hebben zij in de zorg voor de kinderen?

-          Zijn er ook volwassenen die niet bij u in huis wonen maar wel een deel van de zorg voor de kinderen bij u thuis hebben, zo ja wie zijn dat (oma, zus, broer, enzovoort).Zo ja waaruit bestaat hun aandeel in de zorg?

-          Waar zijn de kinderen overdag? (school, kinderdagverblijf, oppas)

-          Als uw kinderen niet bij u wonen maar ergens anders, hoe vaak bezoekt u hen?

-          Hebt u een partner die kinderen heeft en hoe vaak bent u bij uw partner als de kinderen er ook zijn?

 

 

Vragen over de zorg voor de kinderen in relatie tot de situatie van de cliënt

-          Hoe lukt het u, ondanks uw situatie, om uw kinderen voldoende zorg te bieden? Wie brengt de kinderen naar school / opvang?  Wie kookt er, en wie brengt de kinderen naar bed, enzovoort?

-          Vindt u dat u hen voldoende verzorging  en veiligheid kunt bieden en kunt u voldoende toezicht op uw (kleine) kinderen  houden. Zo ja, hoe doet u dit ?

-          Op wie kunt u een beroep doen als de zorg voor uw kinderen u, vanwege uw situatie, te veel wordt? Wat kunnen zij voor u en uw kinderen doen?

-          Wat denkt u dat de kinderen merken van uw situatie, hebt u enig idee wat uw situatie voor hen betekent, hebt u het daar wel eens over met hen?

-           Maakt u zich zorgen over uw kinderen vanwege uw situatie?

-          Hebt u, of hebben uw kinderen professionele hulp, zo ja vindt u het goed dat we samen met hem of hen overleggen of, en zo ja wat we kunnen doen voor u en uw kinderen?

 

 

Geeft de cliënt gericht antwoord op uw feitelijke vragen, hebt u de indruk dat uw cliënt u feitelijk juiste informatie geeft en is hij zich bewust van de reële risico’s die zijn situatie voor zijn kinderen heeft?

  1. Stel dan vast of de antwoorden van uw cliënt uw zorgen over de kinderen overtuigend hebben weggenomen.
  2. Twijfelt u, vraag dan een collega, een hulpverlener  uit uw eigen kring of die van cliënt of het AMK om mee te denken
  3. Blijven de zorgen bestaan,  leg uw cliënt dan uit dat u het AMK gaat vragen om een onderzoek te doen naar de situatie van de kinderen zodat op basis daarvan zo nodig (extra) hulp voor hen in gang kan worden gezet.

 

Ontwijkt uw cliënt uw vragen door geen of alleen maar zeer algemene antwoorden te geven, of acht  u de cliënt door zijn situatie niet in staat om feitelijk juiste informatie te geven  en/of is hij zich niet bewust van de reële risico’s die zijn situatie heeft voor zijn kinderen ?

 

  1. Stel dan vast, op basis van de situatie waarin de cliënt verkeert en op basis van het gesprek dat u hebt gevoerd, of u nog steeds risico’s aanwezig acht op ernstige schade of onveiligheid voor de kinderen.
  2. Als een andere hulpverlener die al bij het gezin betrokken is, in staat is de situatie van de kinderen te beoordelen , kunt u dat ook aan hem vragen, in plaats van een AMK melding te doen. Vraag over uw keuze zo nodig advies aan het AMK.
  3. Lukt dat niet,  leg  uw cliënt dan uit dat u de stappen van de meldcode gaat uitvoeren waarbij  u mogelijk het AMK gaat vragen om een onderzoek te doen naar de situatie waarin de kinderen zich bevinden zodat op basis daarvan zo nodig (extra) hulp voor hen in gang kan worden gezet.

 

Beroepsgeheim[3]

Professionals zoeken naar een oplossing die de veiligheid van het kind waarborgt. Deze handleiding helpt om op een adequate wijze te handelen met in achtneming van het beroepsgeheim en de beginselen van doelmatigheid, proportionaliteit en subsidiariteit,. Het melden van kindermishandeling is een schending van het beroepsgeheim. Die schending moet te rechtvaardigen zijn. Dit vraagt om het zorgvuldig hanteren van de regels, een goede onderbouwing van de beslissing, goed overleg met collega’s en zorgvuldige verslaglegging. Het meldrecht voor kindermishandeling is vastgelegd in de Wet op de Jeugdzorg. In de Wjz is bepaald dat een geheimhouder zijn beroepsgeheim mag schenden als hij een vermoeden van kindermishandeling heeft. Het gaat hier zeer uitdrukkelijk om een meldrecht, geen meldplicht.[4] In de wet meldcode is een meldrecht voor huiselijk geweld opgenomen. Een meldrecht houdt in dat professionals met een beroepsgeheim (vermoedens van) kindermishandeling en huiselijk geweld mogen melden bij het AMK en SHG. Zo nodig zonder toestemming van de betrokkenen.[5]

 

 

Lijst met handige links en hulpmiddelen

 

Meldcode stappenplan. www.meldcode.nlBeoordeling veiligheid (Lirik)

Website Kindcheck in voorbereiding

 

©2013 Augeo Foundation

Deze handleiding is ontwikkeld in opdracht van VWS door Augeo Foundation, AMK Haaglanden en MC Haaglanden  in samenwerking met mr. Lydia Janssen en het Nederlands Jeugd instituut.

 


[1] Naast deze algemene module over de kindcheck is er ook een module ontwikkeld over de kindcheck in de geestelijke gezondheidszorg, de verslavingszorg en bij huisartsenposten, spoedeisende hulpen en ambulancediensten .

[2] Voor het gemak gebruiken we steeds de termen ‘cliënt’ en ‘hij’.

[3] www.meldcode.nl

[4] WLJM Duijst. Wetgeving en meldcode. In: EM van de Putte, IMA Lukkassen , IMB Russel, AH Teeuw (red). Medisch handboek kindermishandeling. Houten:Bohn, Stafleu van Loghum; 2013; 488-489.

 

[5] www.meldcode.nl


Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat kinderen met een beperking, ontwikkelingsachterstand of (gedrags)stoornis een verhoogd risico lopen om slachtoffer te worden van kindermishandeling. Daar zijn diverse redenen voor.

Meldplicht bij vermoedens van kindermishandeling door professional?

In hoeverre ben je als professional verplicht om melding te maken van kindermishandeling, seksueel misbruik en machtsmisbruik door een collega-professional, binnen of buiten je eigen instelling?

Meldplicht binnen de jeugdzorg                                                                                    

De Wet meldcode kent geen meldplicht.  In artikel 4.1.8 van de Jeugdwet is opgenomen dat een jeugdhulp aanbieder,de jeugdhulpverlener en de gecertificeerde instelling bij een calamiteit de met toezicht belaste ambtenaren informeren.  een medewerker die in de jeugdzorg werkt en weet dat een collega zich schuldig maakt aan kindermishandeling , is verplicht dit te melden bij (de directie) van de zorgaanbieder. De wettelijke meldplicht voor kindermishandeling blijft beperkt  voor werkers in de jeugdzorg (alleen bij zorgaanbieders). Andere beroepsbeoefenaren hebben geen meldplicht.

 

Meldplicht seksueel misbruik binnen het onderwijs

Het onderwijs kent de verplichting om (een vermoeden van) zedendelicten bij de politie aan te geven; schooldirecties mogen dat niet ‘onder de pet’ houden. Dit is vastgelegd in artikel 3 van de Wet op het voortgezet onderwijs.

http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/veilig-leren-en-werken-in-het-onderwijs/vraag-en-antwoord/moet-de-school-seksueel-misbruik-melden-en-aangeven.html

Op dit moment geldt de meldplicht dus alleen voor de jeugdzorg. De staatssecretaris van VWS is van plan deze meldplicht voor de gehele zorgsector en de sectoren Kinderopvang en Maatschappelijke ondersteuning in te voeren.

Kindermishandeling binnen zorginstellingen: Melden bij Inspectie Gezondheidszorg (IGZ)

 

De Kwaliteitswet zorginstellingen (KWZ) is per 1-1-2016 vervangen door de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz).

Informatie over de Wkkgz is hier te vinden.

De KWZ verplichtte zorginstellingen hun eigen kwaliteit te bewaken, te beheersen en te verbeteren. De wet noemt vier kwaliteitseisen waaraan een instelling moet voldoen: verantwoorde zorg, op kwaliteit gericht beleid, het opzetten van een kwaliteitssysteem en het maken van een jaarverslag. 
Een zorginstelling moet verantwoorde zorg leveren. Het beleid dat de instelling voert, moet daarom gericht zijn op het in stand houden en verbeteren van de kwaliteit van zorg. Zorginstellingen zijn op grond van deze wet verplicht calamiteiten en seksueel misbruik waarbij een cliënt of een zorgverlener van de instelling is betrokken, bij de inspectie te melden. Ook moeten zorginstellingen hun kwaliteitsjaarverslag, waarin zij verantwoording over hun kwaliteitsbeleid afleggen, naar de inspectie en naar patiëntenorganisaties sturen.

1. De zorgaanbieder meldt aan de de inspectie:

a. iedere calamiteit die in de instelling heeft plaatsgevonden;

b. seksueel misbruik waarbij een patiënt of cliënt dan wel hulpverlener van de instelling is betrokken, uitgezonderd seksueel misbruik van hulpverleners onderling.

2. Onder calamiteit wordt verstaan een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor een patiënt of cliënt van de instelling heeft geleid.

3.Onder seksueel misbruik wordt verstaan grensoverschrijdend seksueel gedrag waarbij sprake is van lichamelijk, geestelijk of relationeel overwicht.

4.Onder hulpverlener wordt verstaan iedere medewerker van een instelling.

 

Meldpunt Ouderenmishandeling in de zorg

Het Meldpunt Ouderenmishandeling in de zorg van de IGZ is er voor slachtoffers van ouderenmishandeling, hun naasten, zorgprofessionals en bestuurders van zorginstellingen. Zij kunnen bij het Meldpunt melding maken van ouderenmishandeling gepleegd door medewerkers in de zorg. De IGZ doet in samenspraak met de betrokken zorginstelling onderzoek naar de melding.

De maatregelen van de IGZ lopen uiteen. De IGZ kan de zorginstelling stimuleren om een betere aanpak te realiseren om ouderenmishandeling te voorkomen. Maar de IGZ kan ook aangifte doen tegen vermoedelijke plegers van ouderenmishandeling of in het uiterste geval een tuchtzaak aanspannen.   
Wanneer het Meldpunt een melding ontvangt van ouderenmishandeling in huiselijke kring, door bijvoorbeeld een mantelzorger of familielid, dan verwijst de IGZ door naar de Steunpunten Huiselijk Geweld (SHG’S).

 

Lichamelijke mishandeling

Er is sprake van lichamelijke kindermishandeling als de dader lichamelijk geweld tegen het kind gebruikt zoals slaan, schudden, schoppen, bijten, knijpen, krabben, het toebrengen van brandwonden, laten vallen etc.

 

document Blauwe plekken (280 KB)

pdf Richtlijn blauwe plekken (1.26 MB)

Bij lichamelijke verwaarlozing heeft de ouder geen oog voor het lichamelijk welzijn van het kind en verwaarloost de verzorging van het kind op het gebied van voeding, hygiëne en kleding.

Onder lichamelijke verwaarlozing wordt onder andere verstaan:

  • het niet toedienen van noodzakelijke medicatie
  • geen enkele aandacht voor de veiligheid van de leefomgeving van het kind
  • het kind wordt regelmatig zonder toezicht alleen gelaten
  • de verzorging van het kind wordt veronachtzaamd
  • het kind krijgt ongezonde voeding en of veel te veel voeding. (obesitas
  •  Verwaarlozing kan zo ver gaan dat ouders geen arts bezoeken als de situatie er duidelijk wel om vraagt, geen medicatie geven, geen vaccinatie
  • Geen gebruik maken van de JGZ kán een signaal zijn van lichamelijke verwaarlozing.


Huiselijk geweld

 

Kindermishandeling

 

Voor kinderen en jongeren

 

OVERIG voor kinderen en jongeren

 

Hulpverlening algemeen

 

Regionale sociale kaart

 

Overig

 

Internetadressen specifieke expertise

 

Eergerelateerd geweld

 

Loverboys

 

Vrouwelijke genitale verminking

 

Seksueel geweld

 

Ouderenmishandeling

 

Geweld tegen homoseksuelen

Loverboys zijn mensenhandelaren die met verleidingstactieken, manipulaties, chantage en geweld meisjes inpalmen met als oogmerk hen later voor zich te laten werken in de prostitutie of in andere (illegale) sectoren.

Het gaat om een ernstig misdrijf, waarbij de slachtoffers ernstig getraumatiseerd kunnen raken en veelal intensieve zorg en hulpverlening nodig hebben om te herstellen. De hulpverlening geeft regelmatig signalen af dat de slachtoffers vaak kwetsbare meisjes zijn met regelmatig een licht verstandelijke handicap.

Steeds vaker worden deze meisjes via sociale netwerksites op het internet door de loverboys benaderd.

Meer informatie:

 

 

Subcategorieën