Van elk gesprek over (vermoedens van) kindermishandeling of huiselijk geweld wordt zorgvuldig verslag gelegd in het dossier van het kind / gezin (EPD). Richtlijnen hiervoor zijn:

  1. U verzamelt alle aanwijzingen die uw vermoeden van kindermishandeling kunnen onderbouwen of ontkrachten en legt deze vast in het dossier van het kind/gezin (EPD). Daarbij maakt u duidelijk onderscheid tussen uw eigen bevindingen en de (subjectieve) mening van anderen.
  2. Wat u in ieder geval in het dossier vastlegt zijn: uw aantekeningen van (aanwijzingen voor) kindermishandeling, van de onderzoeken die met het oog daarop zijn gedaan, van de uitkomsten daarvan, van de inhoud van het overleg met collega‟s, andere beroepskrachten en/of instanties zoals Veilig Thuis, van het gegeven of voor het verstrekken van gegevens aan derden toestemming werd gevraagd en/of verkregen en van alle andere stappen die u in het kader van (het vermoeden van) kindermishandeling heeft ondernomen. Ook legt u zorgvuldig vast hoe de weging /inschatting van vermoedens van kindermishandeling heeft plaatsgevonden en of (en zo ja welk) risicosignaleringinstrument daarbij is gebruikt. Ook alle afspraken met ouders/kind, informanten, verwijzers en andere betrokken professionals/hulpverleners legt u zorgvuldig vast. Blijkt een vermoeden uiteindelijk onterecht, dan vermeld u dat ook uitdrukkelijk in het dossier.
  3. U bewaart dossiers die gegevens bevatten over (vermoedens van) kindermishandeling, totdat het kind op wie de gegevens betrekking hebben 34 jaar is geworden of zoveel langer als in verband met goed hulpverlenerschap noodzakelijk is.
  4. Vernietiging van gegevens over (vermoedens van) kindermishandeling uit het dossier van het kind vindt uitsluitend plaats op verzoek van het kind zelf en uitsluitend als hij/zij de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.
  5. Een verzoek van een ouder om vernietiging van gegevens over (vermoedens van) kindermishandeling uit diens eigen dossier, kan worden geweigerd vanwege het gerechtvaardigd belang van betrokken kinderen bij bewaring van die gegevens.
  6. Goed hulpverlenerschap kan meebrengen dat u ouders inzage in en/of afschrift van gegevens over kindermishandeling weigert.

Bron: deze tekst is (gedeeltelijk) ontleend aan de KNMG meldcode.

 

JGZ

 

  • De gegevens over de signalen en over de stappen die worden gezet worden in het Digitaal Dossier JGZ vastgelegd. Daarbij houd je rekening met het feit dat signalen niet altijd op kindermishandeling hoeven te wijzen. Een kind kan blauwe plekken tonen door een ziekte of gedrag vertonen dat het gevolg is van iets anders dan kindermishandeling.

Voorzichtigheid is geboden en met name collegiale consultatie kan verhelderend werken.

Schoolmaatschappelijk werk

  • Leerlingvolgsysteem van de school via registratie en rapportage
  • Dossiervorming ten behoeve van de hulpverlening, werksoortontwikkeling en ter verantwoording aan de werkgever en diens opdrachtgever.

 

 

 

Omgaan met privacy

Tijdens het uitvoeren van de stappen in het protocol, is het belangrijk dat er zorgvuldig gehandeld wordt. Er is immers sprake van persoonlijk informatie over kinderen en gezinnen (zie ook de privacyrichtlijnen van de eigen instelling).

De wet op de Jeugdzorg (2005) geeft de gedragslijnen aan over het inzagerecht.

  • Een ouder en/of wettelijk vertegenwoordiger (bijvoorbeeld een voogd) heeft het recht om het dossier van zijn/haar kind in te zien. Kinderen tussen de 12 en 16 jaar hebben gedeeltelijk recht op inzage en vanaf 16 jaar heeft een jongere recht op inzage. 
  • Inzage kan worden geweigerd wanneer het belang van het kind, de melder en/of informant wordt geschaad.

Belangrijke tips bij het omgaan met privacy

  • Betrek bij een overleg niet teveel mensen.
  • Zorg dat informatie over kinderen en gezinnen altijd binnenshuis blijft. Emoties kunnen de privacy in gevaar brengen. Soms willen leidsters hun collega-leidsters als uitlaatklep gebruiken.Dit is begrijpelijk, maar qua privacy niet de juiste manier om met de situatie om te gaan.
  •  Betrek daarom alleen personen die in het stappenplan genoemd worden.
  • Contact met andere instellingen kan alleen na toestemming van de ouder of wettelijk vertegenwoordiger.
  • Contact met andere instellingen zonder toestemming kan alleen anoniem. Het gezin of kind mag dan niet bekend worden gemaakt.
  • Een uitzondering hierop is het contact met Veilig Thuis. Dit kan zonder toestemming van ouders of wettelijke vertegenwoordiger.
  • Wees zorgvuldig met schriftelijke informatie. Verzorger(s) hebben recht op inzage in verslagen,formulieren en observatieverslagen. Alleen als het anonieme werkaantekeningen zijn, hebben ouders geen inzagerecht.
  • Schrijf daarom alsof de verzorger(s) over je schouder meekijken. Beschrijf waarneembaar gedragen wees voorzichtig met interpretaties
  • Als de verzorger(s) een verslag willen inzien, kun je voorstellen om het samen met hen te lezen,erover te praten en waar nodig toe te lichten. Daarna kan een kopie worden meegegeven.
  • Een andere mogelijkheid is om de belangrijkste punten uit het verslag en afspraken tijdens het gesprek op papier te zetten en aan de verzorger(s) te geven. Dit vormt tegelijk een leidraad voor eventuele volgende gesprekken met de verzorger(s)
  • Schriftelijke informatie moet goed worden opgeborgen in een afsluitbare kast.
  • Informatie die niet (meer) relevant is moet worden vernietigd of aan ouders worden meegegeven.
  • Schriftelijke informatie mag niet zonder toestemming van ouders of wettelijke vertegenwoordiger aan derden worden verstuurd. Eén uitzondering hierop vormt Veilig Thuis, het Advies en Meldpunt Kindermishandeling en Huiselijk Geweld.
  • Schriftelijke informatie die de instelling van derden ontvangt, moet ook met toestemming van de ouders of wettelijke vertegenwoordiger zijn verstuurd. Als dit niet zo is, is het verstandig de informatie terug te sturen.

Schrijf op wat je bespreekt met verzorgers en bespreek wat je opschrijft.

Schoolmaatschappelijk werk

  • Leerlingvolgsysteem van de school via registratie en rapportage
  • Dossiervorming ten behoeve van de hulpverlening, werksoortontwikkeling en ter verantwoording aan de werkgever en diens opdrachtgever.

Maatschappelijk werk

  • Dossiervorming ten behoeve van de hulpverlening, werksoortontwikkeling en ter verantwoording aan de werkgever 

Wat is een  Aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling en wat doet hij of zij:

  • De aandachtsfunctionaris heeft een belangrijke rol bij de implementatie van de meldcode in de organisatie
  • Bewaakt de interne procedure van de instelling m.b.t. huiselijk geweld en kindermishandeling en zorgt voor
  • een kwalitatief goed verlopende procedure bij een vermoeden van huiselijk geweld en kindermishandeling.

Functie eisen

  • Ervaring in de uitvoering van het werkproces in de organisatie
  • Deskundigheid op het gebied van kindermishandeling en huiselijk geweld, zowel van de inhoudelijke als van de juridische en organisatorische aspecten
  • Aantoonbare vaardigheid in gespreksvoering
  • Kennis van de sociale kaart van de hulpverleningsinstellingen zowel lokaal, regionaal en landelijk
  • Kennis van de relevante recente literatuur over kindermishandeling/huiselijk geweld
  • Uitstekende en zorgvuldige mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheden;
  • Vaardigheden in het overbrengen van kennis op collega-beroepskrachten en het coachen van collega’s.

Taken

De aandachtsfunctionaris zal:

  • consulent en gesprekspartner zijn voor een collega die een geval van huiselijk geweld en kindermishandeling vermoedt op grond van eigen waarneming of door informatie van derden
  • samen met de betreffende collega een zorgplan opstellen voor de begeleiding van het gezin; bemiddelen bij problemen of knelpunten
  • relevante ontwikkelingen (landelijk en regionaal) t.a.v. huiselijk geweld en kindermishandeling volgen en de literatuur bijhouden
  • de organisatie specifieke informatie voor de website ‘handelingsprotocol’ aanleveren en redigeren of laten redigeren
  • nieuwe medewerkers op de hoogte brengen van de werkwijze bij de instelling met betrekking tot huiselijk geweld en kindermishandeling
  • bijscholing op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling verzorgen
  • overleggen met het management over contact en afspraken op managementniveau met de ketenpartners om een doorgaande lijn te waarborgen
  • zorgen voor de informatie aan het management van meldingen huiselijk geweld en kindermishandeling
  • deelnemen aan een netwerk aandachtsfunctionarissen in de regio. www.LVAK .nl


Aandachtspunten voor een gesprek met het kind

Een gesprek met het kind kan mogelijk extra informatie bieden over de situatie waarin het kind zich bevindt en kan ondersteuning voor het betreffende kind bieden.

 

In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden.

Het bespreken van veiligheid voor kinderen is noodzakelijk 

Bij ouderenmishandeling pdf Ouderen Veilig thuis (1.62 MB)

In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden.

Gesprek


 

 

 

 

  • Het is belangrijk om betrokkenheid uit te stralen en eerlijkheid
  • Direct na het vertellen wat de aanleiding is van het gesprek vraag je aan de ouders wat zij hiervan vinden
  • Door middel van open vragen geef je hen de gelegenheid om hun eigen verhaal te vertellen
  • Hierbij luister je actief en stimuleert door houding, knikken, hummen etc.
  • Je neemt de tijd en raakt niet geïrriteerd of ongeduldig.
  • Het gesprek moet geen verhoor worden maar heeft als doel om de achterliggende problematiek op te sporen. Je probeert de positieve aspecten van het kind en/of het handelen van de ouders te benoemen.
  • Door het benoemen van zichtbare feiten en zichtbaar gedrag zonder eigen waardeoordeel of beschuldigende houding of (stem)toon zal de ouder zich minder in de verdediging gedrukt voelen
  • Reageren in de eerste persoon ('ik') op emoties of uitlatingen , herhalen (in andere woorden) en samenvatten verheldert wat er door jou en de ouders bedoeld wordt
  • Bij de bevindingen hoort het verhaal van de ouders en/of het kind of ,bij huiselijk geweld tegen volwassenen, andere betrokkenen
  • Je analyseert de situatie op grond van de eigen observatie, het verhaal van ouders en/of kind  en de aanwezigheid van risicofactoren en beschermende factoren
  • Je observeert de interactie tussen het kind en de ouders , tussen partners,  oudere en verzorger of ouderen en hun kinderen tijdens het gesprek en bespreekt wat opvalt.

Verloop van het gesprek met ouders over vermoeden kindermishandeling of huiselijk geweld

Het gesprek verloopt in vijf fasen:

1. Begin van het gesprek
Je stelt de ouders,  op hun gemak.

2. Aanleiding van het gesprek
Je vertelt de aanleiding voor de afspraak aan de ouder(s): dit kan bijvoorbeeld zijn de zorg om het kind op grond van eigen waarnemingen , door signalen van anderen (school, kinderopvang, andere ouders), door de ouder of het kind zelf aangegeven problemen, of omdat de hulpverlener zich over de ouder zorgen maakt.

3. Reactie ouders
De ouder krijgt de gelegenheid hierop te reageren door een open vraag en door de luisterende houding. Als de ouder(s) de zorg niet delen verduidelijk je de eigen beleving en stimuleert de ouders om vragen te stellen en om hun problemen te uiten. In samenspraak met de ouder(s) wordt een/het probleem vastgesteld.

4. Aanpak van het probleem 
Hierbij tracht je samen met de ouders oplossingen te bedenken. Je geeft de mogelijkheden voor hulp aan die het AMW of Schoolmaatschappelijk Werk of andere instanties kunnen bieden. De ouders worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de zorg van hun kind, maar het moet voor de ouders ook duidelijk zijn dat jijl een eigen verantwoordelijkheid draagt als COA medewerker.

5. Samenvatting
Je vat het besprokene en de gemaakte afspraken samen. Je vraagt aan de ouder(s) of zij het met deze samenvatting eens zijn. Je deelt mee dat de afspraken in het dossier worden genoteerd.

Vervolg

Als de ouder(s) na dit gesprek geen probleem zien en geen verdere stappen willen ondernemen maakt je bij blijvend vermoeden van kindermishandeling/huiselijk geweld een vervolgafspraak met de ouders:

  • In dit gesprek wordt opnieuw de zorg over het kind of de partner aangegeven en verteld waarom gedacht wordt aan kindermishandeling/huiselijk geweld. De inhoud en de afspraken van het eerdere gesprek worden kort genoemd. 
  • Je geeft aan dat de zorgen om het kind en of partner en de verantwoordelijkheid van jou maken dat hulpverlening moet worden ingeschakeld via Veilig Thuis. De ouders krijgen informatie dat Veilig Thuis de instelling is waar iedereen met zorgen over mogelijke kindermishandeling terecht kan en welke hulp daar geboden kan worden. (ouders op de hoogte stellen van melding bij Veilig Thuis)

Ouders verschijnen niet 

Als ouders niet verschijnen voor het tweede gesprek over de problematiek van hun kind,of niet thuis zijn als je op huisbezoek komt,  bel dan , met Veilig Thuis om advies te vragen en overweeg een melding.

 


 

 

 

Verloop van het gesprek over huiselijk geweld volwassenen (Partnergeweld, ouderenmishandeling, oudermishandeling)

Bepaal vooraf met wie je het gesprek aangaat. Zorg ervoor dat er een tolk aanwezig is. Laat niet de buren of kinderen tolken als het over vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling gaat.Neem de tijd.

Het gesprek verloopt in vijf fasen:

1. Begin van het gesprek
Je stelt de cliënt en eventuele partner/verzorger op hun gemak.

2. Aanleiding van het gesprek
Je vertelt de aanleiding voor dit gesprek : dit kan bijvoorbeeld zijn de zorg om de cliënt op grond van eigen waarnemingen , door signalen van anderen , door de partner of het kind zelf aangegeven problemen, of omdat een hulpverlener zich over de cliënt zorgen maakt.

3. Reactie cliënt
De cliënt krijgt de gelegenheid hierop te reageren door een open vraag en door de luisterende houding. Als de cliënt/partner/verzorgende de zorg niet delen verduidelijk je de eigen beleving en stimuleer je de ander  om vragen te stellen en om hun problemen te uiten. In samenspraak met de cliënt wordt een/het probleem vastgesteld.

4. Aanpak van het probleem 
Hierbij tracht je samen oplossingen te bedenken. Je geeft de mogelijkheden voor hulp aan die de COA, Veilig Thuis of  of andere instanties kunnen bieden. De cliënt/partner/ouder wordt aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de zorg van hun partner/kind/ouder , maar het moet ook duidelijk zijn dat jij als hulpverlener een eigen verantwoordelijkheid draagt in deze zorg.

5. Samenvatting
Je vat het besprokene en de gemaakte afspraken samen. Je vraagt aan je gesprekspartners of zij het met deze samenvatting eens zijn. Je deelt mee dat de afspraken indien aan de orde in het dossier worden genoteerd.

Als de cliënt na dit gesprek geen probleem ziet en geen verdere stappen wil ondernemen maak je bij een blijvend vermoeden van huiselijk geweld een vervolgafspraak.

In dit gesprek wordt opnieuw de zorg over de cliënt/partner/ouder aangegeven en verteld waarom gedacht wordt aan huiselijk geweld. De inhoud en de afspraken van het eerdere gesprek worden kort genoemd. 
Je geeft aan dat de zorgen en jouw verantwoordelijkheid maken dat hulpverlening moet worden ingeschakeld via Veilig Thuis.

Cliënt verschijnt niet 
Als cliënt niet reageert als je voor een vervolggesprek komt of niet verschijnt voor het tweede gesprek over de problematiek , bel dan , na overleg met de aandachtsfunctionaris met Veilig Thuis om advies te vragen en overweeg een melding.

 

 


 

 

 

 

 

 

Veiligheid van medewerkers of anderen

Een gesprek over een zorgelijke opvoedingssituatie, huiselijk geweld of kindermishandeling kan emotionele reacties oproepen bij de betreffende ouder(s). Hier gaat het over de fysieke veiligheid van medewerkers. Hieronder staan een aantal uitgangspunten die kunnen meehelpen de veiligheid van medewerkers te bewerkstelligen.

  • Medewerkers zijn goed toegerust om een gesprek te kunnen voeren. Als je bang bent of onzeker vraag dan een collega het gesprek te voeren of om het gesprek samen aan te gaan
  • Medewerkers hebben de mogelijkheid het gesprek met zijn tweeën te voeren
  • De inrichting van de kamer is zodanig dat de medewerker in de nabijheid van een deur kan zitten.
  • Er zijn afspraken over het instellen van een achterwacht gemaakt. (vertel een collega dat er een lastig gesprek gevoerd gaat worden en vraag deze in de buurt te blijven)
  • Er is toezicht op wie er het pand binnenkomt
  • Er is beleid dat er nooit iemand alleen in het pand aanwezig is
  • In geval van crisis wordt de politie gebeld, : 112
  • In crisissituaties is er extra ondersteuning mogelijk
  • Bij huisbezoek kan samen met een collega gegaan worden

Veiligheid van betrokkenen

Het gaat om situaties waarin, door het voeren van het gesprek, de veiligheid van een van de betrokkenen in het geding zou kunnen komen. Zo is het denkbaar dat je besluit om je vermoeden van seksueel misbruik of eergerelateerd geweld nog niet met de vader te bespreken omdat je de kans groot acht dat de vader zich na dit gesprek, op zijn dochter af zal reageren.Het is aan te bevelen om in zo'n situatie Veilig Thuis om advies te vragen.

 


 

 

Tolk inschakelen

Schakel altijd een tolk in om het gesprek zorgvuldig te kunnen voeren. Kindermishandeling en huiselijk geweld zijn onderwerpen waarbij de emoties hoog kunnen oplopen. Als dat met handen en voeten moet worden besproken, wordt er geen recht gedaan aan de intense problematiek en leidt het zeker niet tot een oplossing van het probleem.

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

Aandachtspunten voor een gesprek met het kind

Een gesprek met het kind kan mogelijk extra informatie bieden over de situatie waarin het kind zich bevindt en kan ondersteuning voor het betreffende kind bieden. 
Onderzoek wijst uit dat het voor mishandelde kinderen een groot verschil uitmaakt als er ooit een volwassene met hem of haar gesproken heeft over de situatie thuis en daarbij heeft laten merken te zien wat er gebeurt en uit te spreken dat het niet de schuld van het kind is.(link naar youtubefilmpje van Stukonline.com , Zoë) Met die kinderen gaat het later beter dan met kinderen waar nooit iemand zo’n opmerking gemaakt heeft.Dat geldt ook voor kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld.


Je kunt tegen een kind zeggen: “Ik zie dat je het moeilijk hebt en ik weet dat het niet jouw schuld is .”of : “Ik ga proberen iets te doen aan de problemen bij jou thuis. Het is niet goed dat kinderen geslagen/verwaarloosd/vernederd/misbruikt worden. Kinderen kunnen daar niets aan doen.”

  • Houd tijdens dit gesprek rekening met de leeftijd en de ontwikkelingsfase van het kind.
  • Ook met jonge kinderen kan gepraat worden. Het is niet de bedoeling dat het kind ondervraagd wordt. Een gesprek met het kind heeft aanvullende informatie dan wel steunend contact tot doel.
  • Naast het contact met het kind is het zeer belangrijk om met een open houding het contact met de ouders aan te gaan.
  • Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik terughoudend in het gesprek met het kind i.v.m. mogelijke toekomstige bewijslast.
  • Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik voorzichtig met het stellen van gesloten vragen. Dat houdt in dat het kind geen woorden in de mond gelegd moeten worden. Het gesprek heeft niet tot doel het bewijs van seksueel misbruik te leveren. Laat dat over aan een gespecialiseerde deskundige op dit gebied en vraag advies bij Veilig Thuis.

Tips voor het gesprek:

• Bepaal van tevoren het doel van het gesprek
• Voer het gesprek met een open houding.
• Sluit aan bij waar het kind op dat moment mee bezig is, bijvoorbeeld spel, een tekening of knutselen.
• Ga op dezelfde ooghoogte zitten als het kind en kies een rustig moment uit.
• Steun het kind en stel het op zijn gemak.
• Gebruik korte zinnen.
• Vraag belangstellend en betrokken, maar vul het verhaal niet in voor het kind.
• Begin met open vragen (Wat is er iets gebeurd? Wanneer is dat gebeurd? Hoe komt dat?) en wissel deze af met gesloten vragen (Ben je gevallen?, Heb je pijn?, Ging je huilen?, Vond je dat leuk of niet leuk?)
• Vraag niet verder wanneer het kind niets wil of kan vertellen.
• Houd het tempo van het kind aan, niet alles hoeft in één gesprek.
• Laat het kind niet merken dat je van het verhaal schrikt.
• Val de ouders (of andere belangrijke personen voor het kind) niet af, in verband met loyaliteitsgevoelens.
• Geef aan dat je niet geheim kunt houden wat het kind vertelt. Leg uit dat je met anderen gaat kijken hoe je het kind het beste kan helpen. Leg het kind uit dat je het op de hoogte houdt van elke stap die je neemt. Het kind moet nooit zelf de verantwoordelijkheid krijgen in de keuze van de te nemen stappen.
• Vertel het kind dat het heel knap is dat hij/zij het allemaal zo goed kan vertellen.
• Let tijdens het gesprek goed op de non-verbale signalen van het kind.
• Stel geen waarom-vragen.
• Stop het gesprek wanneer de aandacht bij het kind weg is.
• Vertel wat de volgende stap is die je gaat zetten


Extra tips voor gesprek met jongeren

  • Zorg voor een rustige plaats en voldoende tijd
  • Benoem concreet wat je bij de jongere waarneemt/hebt waargenomen en vraag daarover te vertellen
  • Geef aan dat je niet geheim kan houden wat de jongere vertelt, wanneer dit niet veilig is voor de jongere zelf of voor anderen. Leg uit dat als dit het geval is, je dit direct benoemt en dat je de jongere zoveel mogelijk betrekt bij de te nemen vervolgstappen
  • Vraag de jongere wat hij/zij zelf wil
  • Spreek waardering uit dat de jongere over zijn situatie heeft verteld en benoem dat je je kunt voorstellen dat dat niet makkelijk is
  • Sluit het gesprek af met een luchtig onderwerp, bijvoorbeeld interesses, plannen voor het weekend etc.
  • Wijs de jongere op de website www.stukonline.nl waar jongeren hun eigen ervaringen met kindermishandeling en huiselijk geweld delen met andere jongeren


Als je een initiatief neemt om met het kind in gesprek te gaan, zoals bijvoorbeeld de schoolmaatschappelijk werker die een leerling spreekt omdat de school meent dat er signalen zijn die zouden kunnen wijzen op kindermishandeling, behoren de ouders hierover in principe vooraf te worden geïnformeerd. Zeker als het kind nog geen 12 jaar oud is. Maar in verband met de veiligheid van het kind, van de medewerker, of die van anderen, kan worden besloten om een eerste gesprek te voeren zonder dat de ouders hierover van te voren worden geïnformeerd, De medewerker overlegt hierover altijd vooraf met de aandachtsfunctionaris en/of met Veilig Thuis.

 

 

In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden

 

  • Het is belangrijk om betrokkenheid uit te stralen en eerlijkheid
  • Direct na het vertellen wat de aanleiding is van het gesprek vraag je aan de ouders/cliënt wat zij hiervanvinden
  • Door middel van open vragen geef je hen de gelegenheid om hun eigen verhaal te vertellen
  • Hierbij luister je actief en stimuleert door houding, knikken, hummen etc.
  • Je neemt de tijd en raakt niet geïrriteerd of ongeduldig.
  • Het gesprek moet geen verhoor worden maar heeft als doel om de achterliggende problematiek op te sporen. Je probeert de positieve aspecten van het kind en/of het handelen van de ouders /cliënt te benoemen.
  • Door het benoemen van zichtbare feiten en zichtbaar gedrag zonder eigen waardeoordeel of beschuldigende houding of (stem)toon zal de ouder/cliënt zich minder in de verdediging gedrukt voelen
  • Reageren in de eerste persoon ('ik') op emoties of uitlatingen , herhalen (in andere woorden) en samenvatten verheldert wat er door jou en de ouders/cliënt bedoeld wordt
  • Bij de bevindingen hoort het verhaal van de ouders en/of het kind of ,bij huiselijk geweld tegen volwassenen, andere betrokkenen
  • Je analyseert de situatie op grond van de eigen observatie, het verhaal van ouders en/of kind of cliënt en de aanwezigheid van risicofactoren en beschermende factoren
  • Je observeert de interactie tussen het kind en de ouders , tussen partners,  oudere en verzorger of ouderen en hun kinderen tijdens het gesprek en bespreekt wat opvalt.

 


 

 

Verloop van het gesprek met ouders over vermoeden kindermishandeling

Het gesprek verloopt in vijf fasen:

1. Begin van het gesprek
Je stelt de ouders,  op hun gemak.

2. Aanleiding van het gesprek
Je vertelt de aanleiding voor de afspraak aan de ouder(s): dit kan bijvoorbeeld zijn de zorg om het kind op grond van eigen waarnemingen , door signalen van anderen (school, kinderopvang, andere ouders), door de ouder of het kind zelf aangegeven problemen, of omdat de hulpverlener zich over de ouder zorgen maakt.

3. Reactie ouders
De ouder krijgt de gelegenheid hierop te reageren door een open vraag en door de luisterende houding. Als de ouder(s) de zorg niet delen verduidelijk je de eigen beleving en stimuleert de ouders om vragen te stellen en om hun problemen te uiten. In samenspraak met de ouder(s) wordt een/het probleem vastgesteld.

4. Aanpak van het probleem 
Hierbij tracht je samen met de ouders oplossingen te bedenken. Je geeft de mogelijkheden voor hulp aan die het AMW of Schoolmaatschappelijk Werk,Wijkteams of andere instanties kunnen bieden. De ouders worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de zorg van hun kind, maar het moet voor de ouders ook duidelijk zijn dat jij als professional een eigen verantwoordelijkheid draagt in deze zorg.

5. Samenvatting
Je vat het besprokene en de gemaakte afspraken samen. Je vraagt aan de ouder(s) of zij het met deze samenvatting eens zijn. Je deelt mee dat de afspraken in het dossier worden genoteerd.

Als de ouder(s) na dit gesprek geen probleem zien en geen verdere stappen willen ondernemen maakt je bij blijvend vermoeden van kindermishandeling een vervolgafspraak met de ouders.

In dit gesprek wordt opnieuw de zorg over het kind aangegeven en verteld waarom gedacht wordt aan kindermishandeling. De inhoud en de afspraken van het eerdere gesprek worden kort genoemd. 
Je geeft aan dat de zorgen om het kind en de verantwoordelijkheid van jou maken dat hulpverlening moet worden ingeschakeld via Veilig Thuis. De ouders krijgen informatie dat Veilig Thuis de instelling is waar iedereen met zorgen over mogelijke kindermishandeling terecht kan en welke hulp daar geboden kan worden. (ouders op de hoogte stellen van melding bij Veilig Thuis)

Ouders verschijnen niet 
Als ouders niet reageren als je voor een vervolggesprek komt of niet verschijnen voor het tweede gesprek over de problematiek van hun kind, bel dan , na overleg met je deskundige collega, met Veilig Thuis om advies te vragen en overweeg een melding.

 

 


 

 

 

Bovenstaande adviezen gelden voor autochtone en migranten gezinnen. Bij migranten gezinnen is extra aandacht nodig voor een aantal specifieke onderdelen (Ben Rensen):

  • Vraag aan mensen wat hun gewoonten zijn. Niet alle migranten gezinnen zijn hetzelfde.
  • Zoek naar gemeenschappelijkheid .
  • Neem kleine stappen.
  • Biedt ruimte voor het eigen verhaal van de ouders,cliënt of verzorger.
  • Gebruik ook cultuureigen oplossingen, toon respect.
  • Kom tegemoet aan wensen van de ouders.
  • Werk samen met  hulpverleners met migranten achtergrond, de Voorlichters Eigen Taal en Cultuur. (VETCer) of medewerkers van een zelforganisatie.
  • Maak gebruik van de mogelijkheid samen met de VETCer op huisbezoek te gaan
  • Geef uitleg over het Nederlandse hulpverlening systeem.
  • Het verwoorden van de feiten in beelden en voorbeelden werkt vaak beter dan concreet zeggen waar het op staat.
  • Stel je op als autoriteit, maak gebruik van je status.
  • Maak gebruik van een tolk indien nodig.
  • Neem de tijd.

 


Het voeren van gesprekken met gescheiden ouders afzonderlijk kan ingewikkeld zijn. Zeker als het gaat om het bespreken van vermoedens van kindermishandeling of huiselijk geweld. Denk aan de ene ouder die de andere lastig valt of ouders die de bezoekregeling niet nakomen, ruzies en lichamelijk geweld.

 

  • Kinderen van gescheiden ouders lopen meer risico op kindermishandeling en getuige zijn van huiselijk geweld.
  • Tijdens en direct na de scheiding kunnen de ex-partners zodanig ruzie met elkaar hebben dat over de hoofden van de kinderen heen er veel uitgevochten wordt. Van belang is om de ouders voor te houden dat zij geen partners meer zijn, maar wel ouders blijven van hun kinderen. Dat betekent dat ze in het belang van het kind moeten handelen.
  • Na echtscheiding blijft als hoofdregel het gezag bij beide ouders, tenzij door de rechter anders wordt bepaald. De ouder die niet met het gezag belast is, vervult niet de rol van vertegenwoordiger.
  • Deze ouder heeft desgevraagd wel recht op globale informatie over de gezondheidstoestand van zijn of haar minderjarige kind (artikel 1:377c BW). De informatie kan geweigerd worden als dit in het belang van het kind is of als de andere ouder ook geen informatie zou ontvangen.(artikel 1:337 b lid BW)
  • Ouders die beiden het gezag over hun kind hebben, hebben recht op informatie over hun kind. Zij hebben geen recht op inzage in gegevens die hun ex-partner betreffen. Voor het overige gelden dezelfde gespreksregels als voor gehuwde partners.
  • Er zijn ingewikkelde situaties waarin de ene ouder de andere ouder beschuldigt van verwaarlozing of mishandeling. Eén ouder wil bijvoorbeeld de gegevens van de school of het AMW over het kind gebruiken ter ondersteuning van een melding aan Veilig Thuis. Raadt de ouder dan aan de melding bij Veilig Thuis te doen en hen te verzoeken aan jou informatie op te vragen.
  • Als de ouder er toch op staat die gegevens te gebruiken dan geldt het volgende: ouders hebben recht op inzage in het dossier en wat zij met die kennis doen is hun eigen verantwoordelijkheid. Veilig Thuis zal in een dergelijke situatie zeker contact opnemen met het AMW/Schoolmw .
  • Vermoed je dat er sprake is van huiselijk geweld waar het kind getuige van is, dan wordt dit besproken met de ouders en uitgelegd welke schade hun kind kan ondervinden. Blijven je zorgen, dan handel je conform dit protocol kindermishandeling.

Als je een melding doet worden de ouders op de hoogte gesteld. Tenzij dat de veiligheid van kind of medewerker in gevaar brengt. Hoe om te gaan met berichtgeving aan gescheiden ouders:

1.  Je hebt contact met beide ouders. Dan beide ouders inlichten

2.  Je hebt contact met 1 van de ouders. Dan deze ouder persoonlijk inlichten en de andere ouder schriftelijk van de melding op de hoogte stellen.

3.  Je hebt geen contact met de ouders, dan beide ouders schriftelijk informeren

 


Niet met ouders of cliënt praten

Het gaat om situaties waarin, door het voeren van het gesprek, de veiligheid van een van de betrokkenen in het geding zou kunnen komen. Zo is het denkbaar dat je besluit om je vermoeden van seksueel misbruik of eergerelateerd geweld nog niet met de vader te bespreken omdat je de kans groot acht dat de vader zich na dit gesprek, op zijn dochter af zal reageren.

Bij vermoedens van huiselijk geweld of ouderenmishandeling kan zich ook een situatie voordoen waarbij het beter is om niet met de betrokkene of met betrokken mantelzorger in gesprek te gaan.

Het kan ook zijn dat je eigen veiligheid op het spel staat. Overweeg of je het gesprek met een collega voert of niet voert. 
Het is aan te bevelen om in zo'n situatie Veilig Thuis om advies te vragen.

 

 

 


. Aandachtspunten voor een gesprek met het kind

Een gesprek met het kind kan mogelijk extra informatie bieden over de situatie waarin het kind zich bevindt en kan ondersteuning voor het betreffende kind bieden. 
Onderzoek wijst uit dat het voor mishandelde kinderen een groot verschil uitmaakt als er ooit een volwassene met hem of haar gesproken heeft over de situatie thuis en daarbij heeft laten merken te zien wat er gebeurt en uit te spreken dat het niet de schuld van het kind is.(link naar youtubefilmpje van Stukonline.nl  Zoë) Met die kinderen gaat het later beter dan met kinderen waar nooit iemand zo’n opmerking gemaakt heeft. Dat geldt ook voor kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld.


Je kunt tegen een kind zeggen: “Ik zie dat je het moeilijk hebt en ik weet dat het niet jouw schuld is .”of : “Ik ga proberen iets te doen aan de problemen bij jou thuis. Het is niet goed dat kinderen geslagen/verwaarloosd/vernederd/misbruikt worden. Kinderen kunnen daar niets aan doen.”
Houd tijdens dit gesprek rekening met de leeftijd en de ontwikkelingsfase van het kind.
Ook met jonge kinderen kan gepraat worden. Het is niet de bedoeling dat het kind ondervraagd wordt. Een gesprek met het kind heeft aanvullende informatie dan wel steunend contact tot doel.
Naast het contact met het kind is het zeer belangrijk om met een open houding het contact met de ouders aan te gaan.
Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik terughoudend in het gesprek met het kind i.v.m. mogelijke toekomstige bewijslast
Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik voorzichtig met het stellen van gesloten vragen. Dat houdt in dat het kind geen woorden in de mond gelegd moeten worden. Het gesprek heeft niet tot doel het bewijs van seksueel misbruik te leveren. Laat dat over aan een gespecialiseerde deskundige op dit gebied en vraag advies bij Veilig Thuis.

Tips voor het gesprek:

• Bepaal van tevoren het doel van het gesprek
• Voer het gesprek met een open houding.
• Sluit aan bij waar het kind op dat moment mee bezig is, bijvoorbeeld spel, een tekening of knutselen.
• Ga op dezelfde ooghoogte zitten als het kind en kies een rustig moment uit.
• Steun het kind en stel het op zijn gemak.
• Gebruik korte zinnen.
• Vraag belangstellend en betrokken, maar vul het verhaal niet in voor het kind.
• Begin met open vragen (Wat is er iets gebeurd? Wanneer is dat gebeurd? Hoe komt dat?) en wissel deze af met gesloten vragen (Ben je gevallen?, Heb je pijn?, Ging je huilen?, Vond je dat leuk of niet leuk?)
• Vraag niet verder wanneer het kind niets wil of kan vertellen.
• Houd het tempo van het kind aan, niet alles hoeft in één gesprek.
• Laat het kind niet merken dat je van het verhaal schrikt.
• Val de ouders (of andere belangrijke personen voor het kind) niet af, in verband met loyaliteitsgevoelens.
• Geef aan dat je niet geheim kunt houden wat het kind vertelt. Leg uit dat je met anderen gaat kijken hoe je het kind het beste kan helpen. Leg het kind uit dat je het op de hoogte houdt van elke stap die je neemt. Het kind moet nooit zelf de verantwoordelijkheid krijgen in de keuze van de te nemen stappen.
• Vertel het kind dat het heel knap is dat hij/zij het allemaal zo goed kan vertellen.
• Let tijdens het gesprek goed op de non-verbale signalen van het kind.
• Stel geen waarom-vragen.
• Stop het gesprek wanneer de aandacht bij het kind weg is.
• Vertel wat de volgende stap is die je gaat zetten

 


Extra tips voor gesprek met jongeren

  • Zorg voor een rustige plaats en voldoende tijd
  • Benoem concreet wat je bij de jongere waarneemt/hebt waargenomen en vraag daarover te vertellen
  • Geef aan dat je niet geheim kan houden wat de jongere vertelt, wanneer dit niet veilig is voor de jongere zelf of voor anderen. Leg uit dat als dit het geval is, je dit direct benoemt en dat je de jongere zoveel mogelijk betrekt bij de te nemen vervolgstappen
  • Vraag de jongere wat hij/zij zelf wil
  • Spreek waardering uit dat de jongere over zijn situatie heeft verteld en benoem dat je je kunt voorstellen dat dat niet makkelijk is
  • Sluit het gesprek af met een luchtig onderwerp, bijvoorbeeld interesses, plannen voor het weekend etc.
  • Wijs de jongere op de website www.stukonline.com waar jongeren hun eigen ervaringen met kindermishandeling en huiselijk geweld delen met andere jongeren


Als je een initiatief neemt om met het kind in gesprek te gaan, zoals bijvoorbeeld de schoolmaatschappelijk werker die een leerling spreekt omdat de school meent dat er signalen zijn die zouden kunnen wijzen op kindermishandeling, behoren de ouders hierover in principe vooraf te worden geïnformeerd. Zeker als het kind nog geen 12 jaar oud is. Maar in verband met de veiligheid van het kind, van de medewerker, of die van anderen, kan worden besloten om een eerste gesprek te voeren zonder dat de ouders hierover van te voren worden geïnformeerd, De medewerker overlegt hierover altijd vooraf met een deskundige collega en/of met Veilig Thuis.

 

 


Verloop van het gesprek over huiselijk geweld volwassenen (Partnergeweld, ouderenmishandeling, oudermishandeling)

Het gesprek verloopt in vijf fasen:

1. Begin van het gesprek
Je stelt de cliënt en eventuele partner/verzorger op hun gemak.

2. Aanleiding van het gesprek
Je vertelt de aanleiding voor dit gesprek : dit kan bijvoorbeeld zijn de zorg om de cliënt op grond van eigen waarnemingen , door signalen van anderen , door de partner of het kind zelf aangegeven problemen, of omdat een hulpverlener zich over de cliënt zorgen maakt.

3. Reactie cliënt
De cliënt krijgt de gelegenheid hierop te reageren door een open vraag en door de luisterende houding. Als de cliënt/partner/verzorgende de zorg niet delen verduidelijk je de eigen beleving en stimuleer je de ander  om vragen te stellen en om hun problemen te uiten. In samenspraak met de cliënt wordt een/het probleem vastgesteld.

4. Aanpak van het probleem 
Hierbij tracht je samen oplossingen te bedenken. Je geeft de mogelijkheden voor hulp aan die de Thuiszorg, AMW, het Wijkteam of andere instanties kunnen bieden. De cliënt/partner/ouder wordt aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de zorg van hun partner/kind/ouder , maar het moet ook duidelijk zijn dat jij als hulpverlener een eigen verantwoordelijkheid draagt in deze zorg.

5. Samenvatting
Je vat het besprokene en de gemaakte afspraken samen. Je vraagt aan je gesprekspartners of zij het met deze samenvatting eens zijn. Je deelt mee dat de afspraken indien aan de orde in het dossier worden genoteerd.

Als de cliënt na dit gesprek geen probleem ziet en geen verdere stappen wil ondernemen maak je bij een blijvend vermoeden van huiselijk geweld een vervolgafspraak.

In dit gesprek wordt opnieuw de zorg over de cliënt/partner/ouder aangegeven en verteld waarom gedacht wordt aan huiselijk geweld. De inhoud en de afspraken van het eerdere gesprek worden kort genoemd. 
Je geeft aan dat de zorgen en jouw verantwoordelijkheid maken dat hulpverlening moet worden ingeschakeld via Veilig Thuis.

Cliënt verschijnt niet 
Als cliënt niet reageert als je voor een vervolggesprek komt of niet verschijnt voor het tweede gesprek over de problematiek , bel dan , na overleg met je deskundige collega, met Veilig Thuis om advies te vragen en overweeg een melding

 

 

 

 

(Bron: onderstaande tekst is gedeeltelijk ontleend aan het 'Protocol kindermishandeling' van GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen, 2009)

 

 

 

 


Intakegesprek en Consult met volwassene in GGZ setting, Verslavingszorg of Vrouwenopvang over kinderen.

Zie ook de Kindcheck

 

Hierronder  staan de vragen die gesteld moeten worden bij de intake en later weer tijdens de behandeling. Bij voorkeur tijdens een apart consult dat gaat over de thuissituatie:

 

  • Heeft u kinderen? Hoeveel? Welke leeftijden?
  • Maakt u zich zorgen over uw kind(eren)?
  • Wat denkt u zelf dat uw aandoening/problematiek/stoornis/ziekte voor invloed heeft op uw kind(eren)?
  • Welke hulp cq steunfiguren is/zijn er voor uw kinderen?
  • Zijn er andere instanties betrokken in het gezin of voor ouders alleen. Is er een  Onder Toezicht Stelling uitgesproken (O.T.S.)?
  • Gaan de kinderen naar school?
  • Mogen we contact opnemen met onze afdeling Preventie of Jeugd of met de huisarts/jeugdarts?
  • Kan de Psychologische Thuiszorg of  SPV-er van GGZ Jeugd een afspraak maken om uw kind(eren) te zien.?

 

 

 


 

 

Doel van het gesprek

Wanneer u met uw cliënt uw zorgen wilt bespreken over de kinderen in de thuissituatie, bepaal dan van te voren het doel dat u wilt bereiken. Dat kan zijn dat u meer duidelijkheid wilt krijgen over de risico's of de beschermende factoren die een rol spelen. Als u al weet dat er risico's zijn dan kan het doel zijn om met de ouder te komen tot afspraken zodat er aandacht voor de kinderen komt en voorkomen kan worden dat zij schade lijden. Als er signalen zijn van kindermishandeling of huiselijk geweld, dan is het belangrijk om u te realiseren dat er een andere logische verklaring kán zijn voor de signalen.

Zorgen delen

Als u zich zorgen maakt over over een kind, bespreek dit dan zo snel mogelijk met ouders. De meeste ouders willen hun kind helemaal niet mishandelen, maar door hun eigen problemen gebeurt het soms toch. Niets is zo vervelend voor ouders als dat zorgen achter hun rug om worden besproken, zonder dat zij daar zelf in gekend zijn. Het is daarom belangrijk om uw zorgen met ouders te delen, zodat ze hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. Houd bij het delen van de zorg rekening met mogelijke reacties van schrik, boosheid of verdriet en wees ervan bewust dat dit doorgaans normale reacties zijn op een vervelende boodschap. 

Belang van gesprek met ouders

Wanneer u een vermoeden heeft van kindermishandeling kan het heel lastig lijken om met ouders in gesprek te gaan. Toch zal een dergelijk gesprek nodig zijn voor een juiste beeldvorming. In zo'n gesprek kan bijvoorbeeld blijken dat er iets anders aan de hand is. Het kan ook net het duwtje zijn dat ouders nodig hebben om te accepteren dat ook voor de kinderen hulp nodig is. En in situaties waarin ouders terughoudend, defensief of agressief reageren, heeft u een reden te meer om u ernstige zorgen te maken. Daarnaast is het goed om uzelf de vraag te stellen: welke ouder vindt het nu vervelend dat iemand oog heeft voor zijn of haar kind? En houd rekening met het feit dat het kind ook door iemand anders dan de ouders mishandeld kan worden. Probeer in het gesprek met ouders de zorgen die u heeft te delen door naast de ouder te gaan staan in plaats van tegenover de ouder.

Hulpaanbod

Kijk tijdens het gesprek wat het verhaal bij ouders losmaakt, hoe ze reageren,  en wat er kan gebeuren om de zorg te verminderen. Ga na wat de eigen mogelijkheden voor hulp zijn binnen het sociale netwerk van het gezin, bijvoorbeeld om het gezin te ontlasten. Ouders hebben vaak tijd nodig om over de geuite zorgen na te denken. Het kan zijn dat één gesprek niet voldoende is en dat het belangrijk is met ouders een vervolgafspraak te maken, om te bespreken of de zorgelijke situatie inderdaad verandert. Bepaal van tevoren welke hulp u als organisatie aan ouders biedt en voor welke hulp andere instanties zijn. Binnen uw eigen GGZ instelling is die hulp wellicht snel mogelijk. Ga na of de andere instantie een wachtlijst heeft voor de gewenste hulp in deze specifieke situatie. Bereid zonodig ouders voor op de mogelijkheid van een wachtlijst en overleg hoe deze periode te overbruggen.

Organiseer een warme overdracht naar de afdeling Preventie of Jeugd van uw eigen instelling. Dat betekent dat u samen de afspraak maakt en u de overdracht naar uw collega begeleidt.

Aandachtspunten voor het gesprek

Het is belangrijk om betrokkenheid uit te stralen en eerlijkheid. Vraag direct na het vertellen wat de aanleiding is van het gesprek aan de ouder( )wat zij hiervan vinden. Stel vooral open vraagen (wie, wat, wanneer, hoe etc). Hierdoor krijgen de ouders de gelegenheid om hun eigen verhaal te vertellen. Luister actief en stimuleer dit door uw houding, knikken, hummen etc. Neemt de tijd en raak niet geïrriteerd of ongeduldig. Het gesprek moet geen verhoor worden maar heeft als doel om de achterliggende problematiek op te sporen. Probeer ook de positieve aspecten van het kind en/of het handelen van de ouders te benoemen. Door het benoemen van zichtbare feiten en zichtbaar gedrag zonder eigen waardeoordeel of beschuldigende houding of (stem)toon zal de ouder zich minder in de verdediging gedrukt voelen. Reageer in de eerste persoon ('ik') op emoties of uitlatingen van de oude en herhaal (in andere woorden) en vat samen wat door de ouders gezegd wordt.


Verloop van het gesprek

Het gesprek verloopt in vijf fasen:

1. Begin van het gesprek
Stel de ouders op hun gemak.

2. Aanleiding van het gesprek
Vertel de aanleiding voor dit consult aan de ouder(s): dit kan bijvoorbeeld zijn de zorg om het kind op grond van de aandoening/ziekte/stoornis die de cliënt heeft,  eigen waarnemingen bij een consult, door signalen van anderen (bijv. GGZ Jeugd, school of kinderopvang), door de ouder zelf aangegeven problemen, of omdat de hulpverlener zich over de ouder zorgen maakt.

3. Reactie ouders
Geef de ouder(s) de gelegenheid hierop te reageren. Stel open vragen en neem een luisterende houding aan. Als de ouder(s) de zorg niet delen, geef dan duidelijk aan welke zorgen of signalen u hebt. Spreek in de 'ik-persoon'. Stimuleer de ouders om vragen te stellen en om hun problemen te uiten. Stel in samenspraak met de ouder(s) vast welke problemen of risico's gezamenlijk worden vastgesteld.

4. Aanpak van het probleem 
Probeer samen met de ouders oplossingen te bedenken. Geef de mogelijkheden voor hulp aan die uw eigen organisatie of andere instanties kunnen bieden. Spreek de ouders aan op hun verantwoordelijkheid voor de zorg van hun kind. Maak tegelijkertijd duidelijk dat u vanuit uw professionele betrokkenheid ook een eigen verantwoordelijkheid draagt in deze zorg.

5. Samenvatting
Vat het besprokene en de gemaakte afspraken duidelijk samen. Vraag aan de ouder(s) of zij het met deze samenvatting eens zijn. Deel mee dat de afspraken in het dossier worden genoteerd.

Tips voor het gesprek met ouders

  • Maak het doel van het gesprek duidelijk
  • Omschrijf bij het delen van zorgen concreet wat uw zorg is zonder het woord kindermishandeling te gebruiken.
  • Vraag of ouders de genoemde concrete waarnemingen herkennen.
  • Vraag hoe ouders het kind thuis beleven.
  • Respecteer de (ervarings)deskundigheid van ouders m.b.t. hun kind.
  • Spreek de ouders aan op hun verantwoordelijkheid als opvoeder.
  • Nodig de ouders uit om te praten door open vragen te stellen (wie, wat, waar, hoe, etc.)
  • Praat vanuit uzelf (ik zie dat..)
  • Wees eerlijk en open, pas op voor vrijblijvendheid.
  • Vraag hoe ouders de geuite zorgen beleven.
  • Kies in het gesprek die invalshoek die aansluit bij de specifieke cultuur en gewoonten van een gezin.
  • Laat een kind niet tolken voor zijn ouders.
  • Doe geen toezeggingen die u niet waar kunt maken.
  • Ga na of er al hulp in het gezin is.
  • Als ouders zich dreigend uitlaten (wat uitzonderlijk is), benoem dan dat de ouder dreigt en stop het gesprek.
  • Wanneer de ouders helemaal opgaan in hun eigen emoties, haal de ouder dan terug naar het hier en nu, bijvoorbeeld door te vragen of er nog geld in de parkeermeter moet, of suiker of melk in de koffie.
  • Leg afspraken en besluiten na afloop van het gesprek kort en zakelijk vast en geef de ouders een kopie.
  • Bij gescheiden ouders: Altijd goed letten op gezag. Als een ouder geen gezag heeft, heeft deze wel recht op globale informatie zie ook juridisch kader (bijlage 1: wet- en regelgeving)

Vervolggesprek bij blijvend vermoeden van kindermishandeling

Als de ouder(s) tijdens het eerste gesprek aangeven zich niet te herkennen in de zorgen die u heeft geuit, de problematiek geen erkenning geven of geen verdere stappen willen ondernemen, dan maakt u (indien u nog altijd vermoedens heef van kindermishandeling) op korte termijn een vervolgafspraak met de ouders. Geef in dit tweede gesprek opnieuw uw zorgen aan over het kind en vertel op basis van welke signalen/ zorgen u vermoedens heeft van kindermishandeling. Benoem kort de inhoud en de afspraken van het eerdere gesprek. Geef aan dat u vanuit de zorg voor het kind en vanuit uw professionele verantwoordelijkheid genoodzaakt bent om hulp in te schakelen via Veilig Thuis. Vertel de ouders dat Veilig Thuis de instelling is waar iedereen met zorgen over mogelijke kindermishandeling terecht kan en welke hulp daar geboden kan worden.

Veiligheid van medewerkers

Bij het voeren van gesprekken over vermoedens van kindermishandeling/huiselijk geweld, is het belangrijk dat de organisatie heeft nagedacht over de veiligheid van de medewerkers.

 

 


 

 

 

Verloop van het gesprek over huiselijk geweld volwassenen (Partnergeweld, ouderenmishandeling, oudermishandeling)

Het gesprek verloopt in vijf fasen:

1. Begin van het gesprek
Je stelt de cliënt en eventuele partner/verzorger op hun gemak.

2. Aanleiding van het gesprek
Je vertelt de aanleiding voor dit gesprek : dit kan bijvoorbeeld zijn de zorg om de cliënt op grond van eigen waarnemingen , door signalen van anderen , door de partner of het kind zelf aangegeven problemen, of omdat een hulpverlener zich over de cliënt zorgen maakt.

3. Reactie cliënt
De cliënt krijgt de gelegenheid hierop te reageren door een open vraag en door de luisterende houding. Als de cliënt/partner/verzorgende de zorg niet delen verduidelijk je de eigen beleving en stimuleer je de ander  om vragen te stellen en om hun problemen te uiten. In samenspraak met de cliënt wordt een/het probleem vastgesteld.

4. Aanpak van het probleem 
Hierbij tracht je samen oplossingen te bedenken. Je geeft de mogelijkheden voor hulp aan die het Wijkteam, de Thuiszorg, AMW , de Waag of  of andere instanties kunnen bieden. De cliënt/partner/ouder wordt aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de zorg van hun partner/kind/ouder , maar het moet ook duidelijk zijn dat jij als hulpverlener een eigen verantwoordelijkheid draagt in deze zorg.

5. Samenvatting
Je vat het besprokene en de gemaakte afspraken samen. Je vraagt aan je gesprekspartners of zij het met deze samenvatting eens zijn. Je deelt mee dat de afspraken indien aan de orde in het dossier worden genoteerd.

Als de cliënt na dit gesprek geen probleem ziet en geen verdere stappen wil ondernemen maak je bij een blijvend vermoeden van huiselijk geweld een vervolgafspraak om dit te bespreken.

In dit gesprek wordt opnieuw de zorg over de cliënt/partner/ouder aangegeven en verteld waarom gedacht wordt aan huiselijk geweld. De inhoud en de afspraken van het eerdere gesprek worden kort genoemd. 
Je geeft aan dat de zorgen en jouw verantwoordelijkheid maken dat hulpverlening moet worden ingeschakeld via Veilig Thuis of een andere relevante instantie.

Cliënt verschijnt niet 
Als cliënt niet reageert als je voor een vervolggesprek komt of niet verschijnt voor het tweede gesprek over de problematiek , bel dan  na overleg met je deskundige collega/aandachtsfunctionaris, met Veilig Thuis om advies te vragen en overweeg een melding.

 

 


 

 

 

Praten met migranten gezinnen

Bovenstaande adviezen gelden voor zowel autochtone als migranten gezinnen. Bij migranten gezinnen is daarnaast extra aandacht nodig voor een aantal specifieke onderdelen (Ben Rensen):

  • Vraag aan mensen wat hun gewoonten zijn. Niet alle migranten gezinnen zijn hetzelfde.
  • Zoek naar gemeenschappelijkheid.
  • Neem kleine stappen.
  • Bied ruimte voor het eigen verhaal van de ouders.
  • Gebruik ook cultuureigen oplossingen, toon respect.
  • Kom tegemoet aan wensen van de ouders.
  • Werk samen met  hulpverleners met migranten achtergrond, de Voorlichters Eigen Taal en Cultuur. (VETCer)
  • Maak gebruik van de mogelijkheid samen met de VETCer op huisbezoek te gaan.
  • Werk samen met somatische zorg. (huisarts, kinderarts enz.)
  • Geef uitleg over het Nederlandse hulpverlening systeem.
  • Het verwoorden van de feiten in beelden en voorbeelden werkt vaak beter dan concreet zeggen waar het op staat.
  • Stel je op als autoriteit, maak gebruik van je status.
  • Maak gebruik van een tolk indien nodig.
  • Neem de tijd.

 

 


 

 

 

Praten met ouders die gescheiden zijn

Het voeren van gesprekken met gescheiden ouders afzonderlijk kan ingewikkeld zijn. Zeker als het gaat om het bespreken van vermoedens van kindermishandeling of huiselijk geweld. Denk aan de ene ouder die de andere lastig valt of ouders die de bezoekregeling niet nakomen, ruzies en lichamelijk geweld.

  • Kinderen van gescheiden ouders lopen meer risico op kindermishandeling en getuige zijn van huiselijk geweld.
  • Tijdens en direct na de scheiding kunnen de ex-partners zodanig ruzie met elkaar hebben dat over de hoofden van de kinderen heen er veel uitgevochten wordt. Van belang is om de ouders voor te houden dat zij geen partners meer zijn, maar wel ouders blijven van hun kinderen. Dat betekent dat ze in het belang van het kind moeten handelen.
  • Na echtscheiding blijft als hoofdregel het gezag bij beide ouders, tenzij door de rechter anders wordt bepaald. De ouder die niet met het gezag belast is, vervult niet de rol van vertegenwoordiger.
  • Deze ouder heeft desgevraagd wel recht op globale informatie over de gezondheidstoestand van zijn of haar minderjarige kind (artikel 1:377c BW). De informatie kan geweigerd worden als dit in het belang van het kind is of als de andere ouder ook geen informatie zou ontvangen. (artikel 1:337 b lid BW)
  • Ouders die beiden het gezag over hun kind hebben, hebben recht op informatie over hun kind. Zij hebben geen recht op inzage in gegevens die hun ex-partner betreffen. Voor het overige gelden dezelfde gespreksregels als voor gehuwde partners. Zo zijn ouders verplicht elkaar te informeren als zij beiden het gezag hebben. Ook is de hulpverlener verplicht de - niet bij de hulp betrokken - ouder op de hoogte te stellen van de behandeling van zijn/haar kind, als de andere ouder dit niet doet.
  • Er zijn ingewikkelde situaties waarin de ene ouder de andere ouder beschuldigt van verwaarlozing of mishandeling. Eén ouder wil bijvoorbeeld de gegevens van uw organisatie over het kind gebruiken ter ondersteuning van een melding aan Veilig Thuis. Raad de ouder dan aan de melding bij Veilig Thuis te doen en hen te verzoeken aan uw organisatie informatie op te vragen.
  • Als de ouder er toch op staat die gegevens te gebruiken dan geldt het volgende: ouders hebben recht op inzage in het dossier en wat zij met die kennis doen is hun eigen verantwoordelijkheid. Veilig Thuis zal in een dergelijke situatie zeker contact opnemen met uw organisatie.
  • Vermoed u dat er sprake is van huiselijk geweld waar het kind getuige van is, dan wordt dit besproken met de ouders en uitgelegd welke schade hun kind kan ondervinden. Blijven uw zorgen bestaan, dan handelt u conform het handelingsprotocol kindermishandeling.

 

Indien u een melding doet bij Veilig Thuis worden de ouders hiervan op de hoogte gesteld. Tenzij dat de veiligheid van kind of medewerker in gevaar brengt. Hoe om te gaan met berichtgeving aan gescheiden ouders:

  1. Uw organisatie heeft contact met beide ouders. Dan beide ouders inlichten.
  2. Uw organisatie heeft contact met één van de ouders. Dan deze ouder persoonlijk inlichten en de andere ouder schriftelijk van de melding op de hoogte stellen.
  3. Uw organisatie heeft geen contact met de ouders. Dan beide ouders schriftelijk informeren.

 

 

Tot slot

  • Vraag Veilig Thuis of andere betrokken instellingen om advies of ondersteuning voor gespreksvoering met ouders.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wanneer niet met ouders praten?

Het gaat om situaties waarin, door het voeren van het gesprek, de veiligheid van één van de betrokkenen in het geding zou kunnen komen. Zo is het denkbaar dat u besluit om uw vermoeden van seksueel misbruik of eergerelateerd geweld nog niet met de vader te bespreken omdat u de kans groot acht dat de vader zich na dit gesprek, op zijn dochter af zal reageren. Het is aan te bevelen om in zo'n situatie Veilig Thuis om advies te vragen.

 

 

 


 

 

 

Aandachtspunten voor een gesprek met het kind

Een gesprek met het kind kan mogelijk extra informatie bieden over de situatie waarin het kind zich bevindt en kan ondersteuning voor het betreffende kind bieden.

Onderzoek wijst uit dat het voor mishandelde kinderen een groot verschil uitmaakt als er ooit een volwassene met hem of haar gesproken heeft over de situatie thuis en daarbij heeft laten merken te zien wat er gebeurt en uit te spreken dat het niet de schuld van het kind is. Met die kinderen gaat het later beter dan met kinderen waar nooit iemand zo’n opmerking gemaakt heeft. Dat geldt ook voor kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld.Filmpje Zoë
U kunt tegen een kind zeggen: “Ik zie dat je het moeilijk hebt en ik weet dat het niet jouw schuld is.”of: “Ik ga proberen iets te doen aan de problemen bij jou thuis. Het is niet goed dat kinderen geslagen/verwaarloosd/vernederd/misbruikt worden. Kinderen kunnen daar niets aan doen.”

Houd tijdens dit gesprek rekening met de leeftijd en de ontwikkelingsfase van het kind.
Ook met jonge kinderen kan gepraat worden. Het is niet de bedoeling dat het kind ondervraagd wordt. Een gesprek met het kind heeft aanvullende informatie dan wel steunend contact tot doel. Naast het contact met het kind is het zeer belangrijk om met een open houding het contact met de ouders aan te gaan.

Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik terughoudend in het gesprek met het kind i.v.m. mogelijke toekomstige bewijslast. Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik voorzichtig met het stellen van gesloten of suggestieve vragen. Dat houdt in dat het kind geen woorden in de mond gelegd moeten worden. Het gesprek heeft niet tot doel het bewijs van seksueel misbruik te leveren. Laat dat over aan een gespecialiseerde deskundige op dit gebied en vraag advies bij Veilig Thuis.

Tips voor gesprek met kind

• Bepaal van tevoren het doel van het gesprek
• Voer het gesprek met een open houding.
• Sluit aan bij waar het kind op dat moment mee bezig is, bijvoorbeeld spel, een tekening of knutselen.
• Ga op dezelfde ooghoogte zitten als het kind en kies een rustig moment uit.
• Steun het kind en stel het op zijn gemak.
• Gebruik korte zinnen.
• Vraag belangstellend en betrokken, maar vul het verhaal niet in voor het kind.
• Begin met open vragen (Wat is er iets gebeurd? Wanneer is dat gebeurd? Hoe komt dat?) en wissel deze af met gesloten vragen (Ben je gevallen?, Heb je pijn?, Ging je huilen?, Vond je dat leuk of niet leuk?)
• Vraag niet verder wanneer het kind niets wil of kan vertellen.
• Houd het tempo van het kind aan, niet alles hoeft in één gesprek.
• Laat het kind niet merken dat u van het verhaal schrikt.
• Val de ouders (of andere belangrijke personen voor het kind) niet af, in verband met loyaliteitsgevoelens.
• Geef aan dat u niet geheim kunt houden wat het kind vertelt. Leg uit dat u met anderen gaat kijken hoe u het kind het beste kan helpen. Leg het kind uit dat u het op de hoogte houdt van elke stap die u neemt. Het kind moet nooit zelf de verantwoordelijkheid krijgen in de keuze van de te nemen stappen.
• Vertel het kind dat het heel knap is dat hij/zij het allemaal zo goed kan vertellen.
• Let tijdens het gesprek goed op de non-verbale signalen van het kind.
• Stel geen waarom-vragen.
• Stop het gesprek wanneer de aandacht bij het kind weg is.
• Vertel wat de volgende stap is die u gaat zetten.

Extra tips voor gesprek met jongeren

  • Zorg voor een rustige plaats en voldoende tijd.
  • Benoem concreet wat u bij de jongere waarneemt/hebt waargenomen en vraag daarover te vertellen.
  • Geef aan dat u niet geheim kan houden wat de jongere vertelt, wanneer dit niet veilig is voor de jongere zelf of voor anderen. Leg uit dat als dit het geval is, u dit direct benoemt en dat u de jongere zoveel mogelijk betrekt bij de te nemen vervolgstappen.
  • Vraag de jongere wat hij/zij zelf wil.
  • Spreek waardering uit dat de jongere over zijn situatie heeft verteld en benoem dat u zich kunt voorstellen dat dat niet makkelijk is.
  • Sluit het gesprek af met een luchtig onderwerp, bijvoorbeeld interesses, plannen voor het weekend etc.

 

 

 

 

 

 

 


Intakegesprek en Consult met volwassene in GGZ setting, Verslavingszorg of Vrouwenopvang over kinderen.

Zie ook de Kindcheck

 

Hierronder  staan de vragen die gesteld moeten worden bij de intake en later weer tijdens de behandeling. Bij voorkeur tijdens een apart consult dat gaat over de thuissituatie:

 

  • Heeft u kinderen? Hoeveel? Welke leeftijden?
  • Maakt u zich zorgen over uw kind(eren)?
  • Wat denkt u zelf dat uw aandoening/problematiek/stoornis/ziekte voor invloed heeft op uw kind(eren)?
  • Welke hulp cq steunfiguren is/zijn er voor uw kinderen?
  • Zijn er andere instanties betrokken in het gezin of voor ouders alleen. Is er een  Onder Toezicht Stelling uitgesproken (O.T.S.)?
  • Gaan de kinderen naar school?
  • Mogen we contact opnemen met onze afdeling Preventie of Jeugd of met de huisarts/jeugdarts?
  • Kan de Psychologische Thuiszorg of  SPV-er van GGZ Jeugd een afspraak maken om uw kind(eren) te zien.?

 

 

 


 

 

Doel van het gesprek

Wanneer u met uw cliënt uw zorgen wilt bespreken over de kinderen in de thuissituatie, bepaal dan van te voren het doel dat u wilt bereiken. Dat kan zijn dat u meer duidelijkheid wilt krijgen over de risico's of de beschermende factoren die een rol spelen. Als u al weet dat er risico's zijn dan kan het doel zijn om met de ouder te komen tot afspraken zodat er aandacht voor de kinderen komt en voorkomen kan worden dat zij schade lijden. Als er signalen zijn van kindermishandeling of huiselijk geweld, dan is het belangrijk om u te realiseren dat er een andere logische verklaring kán zijn voor de signalen.

Zorgen delen

Als u zich zorgen maakt over over een kind, bespreek dit dan zo snel mogelijk met ouders. De meeste ouders willen hun kind helemaal niet mishandelen, maar door hun eigen problemen gebeurt het soms toch. Niets is zo vervelend voor ouders als dat zorgen achter hun rug om worden besproken, zonder dat zij daar zelf in gekend zijn. Het is daarom belangrijk om uw zorgen met ouders te delen, zodat ze hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. Houd bij het delen van de zorg rekening met mogelijke reacties van schrik, boosheid of verdriet en wees ervan bewust dat dit doorgaans normale reacties zijn op een vervelende boodschap. 

Belang van gesprek met ouders

Wanneer u een vermoeden heeft van kindermishandeling kan het heel lastig lijken om met ouders in gesprek te gaan. Toch zal een dergelijk gesprek nodig zijn voor een juiste beeldvorming. In zo'n gesprek kan bijvoorbeeld blijken dat er iets anders aan de hand is. Het kan ook net het duwtje zijn dat ouders nodig hebben om te accepteren dat ook voor de kinderen hulp nodig is. En in situaties waarin ouders terughoudend, defensief of agressief reageren, heeft u een reden te meer om u ernstige zorgen te maken. Daarnaast is het goed om uzelf de vraag te stellen: welke ouder vindt het nu vervelend dat iemand oog heeft voor zijn of haar kind? En houd rekening met het feit dat het kind ook door iemand anders dan de ouders mishandeld kan worden. Probeer in het gesprek met ouders de zorgen die u heeft te delen door naast de ouder te gaan staan in plaats van tegenover de ouder.

Hulpaanbod

Kijk tijdens het gesprek wat het verhaal bij ouders losmaakt, hoe ze reageren,  en wat er kan gebeuren om de zorg te verminderen. Ga na wat de eigen mogelijkheden voor hulp zijn binnen het sociale netwerk van het gezin, bijvoorbeeld om het gezin te ontlasten. Ouders hebben vaak tijd nodig om over de geuite zorgen na te denken. Het kan zijn dat één gesprek niet voldoende is en dat het belangrijk is met ouders een vervolgafspraak te maken, om te bespreken of de zorgelijke situatie inderdaad verandert. Bepaal van tevoren welke hulp u als organisatie aan ouders biedt en voor welke hulp andere instanties zijn. Binnen uw eigen GGZ instelling is die hulp wellicht snel mogelijk. Ga na of de andere instantie een wachtlijst heeft voor de gewenste hulp in deze specifieke situatie. Bereid zonodig ouders voor op de mogelijkheid van een wachtlijst en overleg hoe deze periode te overbruggen.

Organiseer een warme overdracht naar de afdeling Preventie of Jeugd van uw eigen instelling. Dat betekent dat u samen de afspraak maakt en u de overdracht naar uw collega begeleidt.

Aandachtspunten voor het gesprek

Het is belangrijk om betrokkenheid uit te stralen en eerlijkheid. Vraag direct na het vertellen wat de aanleiding is van het gesprek aan de ouder( )wat zij hiervan vinden. Stel vooral open vraagen (wie, wat, wanneer, hoe etc). Hierdoor krijgen de ouders de gelegenheid om hun eigen verhaal te vertellen. Luister actief en stimuleer dit door uw houding, knikken, hummen etc. Neemt de tijd en raak niet geïrriteerd of ongeduldig. Het gesprek moet geen verhoor worden maar heeft als doel om de achterliggende problematiek op te sporen. Probeer ook de positieve aspecten van het kind en/of het handelen van de ouders te benoemen. Door het benoemen van zichtbare feiten en zichtbaar gedrag zonder eigen waardeoordeel of beschuldigende houding of (stem)toon zal de ouder zich minder in de verdediging gedrukt voelen. Reageer in de eerste persoon ('ik') op emoties of uitlatingen van de oude en herhaal (in andere woorden) en vat samen wat door de ouders gezegd wordt.


Verloop van het gesprek

Het gesprek verloopt in vijf fasen:

1. Begin van het gesprek
Stel de ouders op hun gemak.

2. Aanleiding van het gesprek
Vertel de aanleiding voor dit consult aan de ouder(s): dit kan bijvoorbeeld zijn de zorg om het kind op grond van de aandoening/ziekte/stoornis die de cliënt heeft,  eigen waarnemingen bij een consult, door signalen van anderen (bijv. GGZ Jeugd, school of kinderopvang), door de ouder zelf aangegeven problemen, of omdat de hulpverlener zich over de ouder zorgen maakt.

3. Reactie ouders
Geef de ouder(s) de gelegenheid hierop te reageren. Stel open vragen en neem een luisterende houding aan. Als de ouder(s) de zorg niet delen, geef dan duidelijk aan welke zorgen of signalen u hebt. Spreek in de 'ik-persoon'. Stimuleer de ouders om vragen te stellen en om hun problemen te uiten. Stel in samenspraak met de ouder(s) vast welke problemen of risico's gezamenlijk worden vastgesteld.

4. Aanpak van het probleem 
Probeer samen met de ouders oplossingen te bedenken. Geef de mogelijkheden voor hulp aan die uw eigen organisatie of andere instanties kunnen bieden. Spreek de ouders aan op hun verantwoordelijkheid voor de zorg van hun kind. Maak tegelijkertijd duidelijk dat u vanuit uw professionele betrokkenheid ook een eigen verantwoordelijkheid draagt in deze zorg.

5. Samenvatting
Vat het besprokene en de gemaakte afspraken duidelijk samen. Vraag aan de ouder(s) of zij het met deze samenvatting eens zijn. Deel mee dat de afspraken in het dossier worden genoteerd.

Tips voor het gesprek met ouders

  • Maak het doel van het gesprek duidelijk
  • Omschrijf bij het delen van zorgen concreet wat uw zorg is zonder het woord kindermishandeling te gebruiken.
  • Vraag of ouders de genoemde concrete waarnemingen herkennen.
  • Vraag hoe ouders het kind thuis beleven.
  • Respecteer de (ervarings)deskundigheid van ouders m.b.t. hun kind.
  • Spreek de ouders aan op hun verantwoordelijkheid als opvoeder.
  • Nodig de ouders uit om te praten door open vragen te stellen (wie, wat, waar, hoe, etc.)
  • Praat vanuit uzelf (ik zie dat..)
  • Wees eerlijk en open, pas op voor vrijblijvendheid.
  • Vraag hoe ouders de geuite zorgen beleven.
  • Kies in het gesprek die invalshoek die aansluit bij de specifieke cultuur en gewoonten van een gezin.
  • Laat een kind niet tolken voor zijn ouders.
  • Doe geen toezeggingen die u niet waar kunt maken.
  • Ga na of er al hulp in het gezin is.
  • Als ouders zich dreigend uitlaten (wat uitzonderlijk is), benoem dan dat de ouder dreigt en stop het gesprek.
  • Wanneer de ouders helemaal opgaan in hun eigen emoties, haal de ouder dan terug naar het hier en nu, bijvoorbeeld door te vragen of er nog geld in de parkeermeter moet, of suiker of melk in de koffie.
  • Leg afspraken en besluiten na afloop van het gesprek kort en zakelijk vast en geef de ouders een kopie.
  • Bij gescheiden ouders: Altijd goed letten op gezag. Als een ouder geen gezag heeft, heeft deze wel recht op globale informatie zie ook juridisch kader (bijlage 1: wet- en regelgeving)

Vervolggesprek bij blijvend vermoeden van kindermishandeling

Als de ouder(s) tijdens het eerste gesprek aangeven zich niet te herkennen in de zorgen die u heeft geuit, de problematiek geen erkenning geven of geen verdere stappen willen ondernemen, dan maakt u (indien u nog altijd vermoedens heef van kindermishandeling) op korte termijn een vervolgafspraak met de ouders. Geef in dit tweede gesprek opnieuw uw zorgen aan over het kind en vertel op basis van welke signalen/ zorgen u vermoedens heeft van kindermishandeling. Benoem kort de inhoud en de afspraken van het eerdere gesprek. Geef aan dat u vanuit de zorg voor het kind en vanuit uw professionele verantwoordelijkheid genoodzaakt bent om hulp in te schakelen via Veilig Thuis. Vertel de ouders dat Veilig Thuis de instelling is waar iedereen met zorgen over mogelijke kindermishandeling terecht kan en welke hulp daar geboden kan worden.

Veiligheid van medewerkers

Bij het voeren van gesprekken over vermoedens van kindermishandeling/huiselijk geweld, is het belangrijk dat de organisatie heeft nagedacht over de veiligheid van de medewerkers.

 

 


 

 

 

Verloop van het gesprek over huiselijk geweld volwassenen (Partnergeweld, ouderenmishandeling, oudermishandeling)

Het gesprek verloopt in vijf fasen:

1. Begin van het gesprek
Je stelt de cliënt en eventuele partner/verzorger op hun gemak.

2. Aanleiding van het gesprek
Je vertelt de aanleiding voor dit gesprek : dit kan bijvoorbeeld zijn de zorg om de cliënt op grond van eigen waarnemingen , door signalen van anderen , door de partner of het kind zelf aangegeven problemen, of omdat een hulpverlener zich over de cliënt zorgen maakt.

3. Reactie cliënt
De cliënt krijgt de gelegenheid hierop te reageren door een open vraag en door de luisterende houding. Als de cliënt/partner/verzorgende de zorg niet delen verduidelijk je de eigen beleving en stimuleer je de ander  om vragen te stellen en om hun problemen te uiten. In samenspraak met de cliënt wordt een/het probleem vastgesteld.

4. Aanpak van het probleem 
Hierbij tracht je samen oplossingen te bedenken. Je geeft de mogelijkheden voor hulp aan die het Wijkteam, de Thuiszorg, AMW , de Waag of  of andere instanties kunnen bieden. De cliënt/partner/ouder wordt aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de zorg van hun partner/kind/ouder , maar het moet ook duidelijk zijn dat jij als hulpverlener een eigen verantwoordelijkheid draagt in deze zorg.

5. Samenvatting
Je vat het besprokene en de gemaakte afspraken samen. Je vraagt aan je gesprekspartners of zij het met deze samenvatting eens zijn. Je deelt mee dat de afspraken indien aan de orde in het dossier worden genoteerd.

Als de cliënt na dit gesprek geen probleem ziet en geen verdere stappen wil ondernemen maak je bij een blijvend vermoeden van huiselijk geweld een vervolgafspraak om dit te bespreken.

In dit gesprek wordt opnieuw de zorg over de cliënt/partner/ouder aangegeven en verteld waarom gedacht wordt aan huiselijk geweld. De inhoud en de afspraken van het eerdere gesprek worden kort genoemd. 
Je geeft aan dat de zorgen en jouw verantwoordelijkheid maken dat hulpverlening moet worden ingeschakeld via Veilig Thuis of een andere relevante instantie.

Cliënt verschijnt niet 
Als cliënt niet reageert als je voor een vervolggesprek komt of niet verschijnt voor het tweede gesprek over de problematiek , bel dan  na overleg met je deskundige collega/aandachtsfunctionaris, met Veilig Thuis om advies te vragen en overweeg een melding.

 

 


 

 

 

Praten met migranten gezinnen

Bovenstaande adviezen gelden voor zowel autochtone als migranten gezinnen. Bij migranten gezinnen is daarnaast extra aandacht nodig voor een aantal specifieke onderdelen (Ben Rensen):

  • Vraag aan mensen wat hun gewoonten zijn. Niet alle migranten gezinnen zijn hetzelfde.
  • Zoek naar gemeenschappelijkheid.
  • Neem kleine stappen.
  • Bied ruimte voor het eigen verhaal van de ouders.
  • Gebruik ook cultuureigen oplossingen, toon respect.
  • Kom tegemoet aan wensen van de ouders.
  • Werk samen met  hulpverleners met migranten achtergrond, de Voorlichters Eigen Taal en Cultuur. (VETCer)
  • Maak gebruik van de mogelijkheid samen met de VETCer op huisbezoek te gaan.
  • Werk samen met somatische zorg. (huisarts, kinderarts enz.)
  • Geef uitleg over het Nederlandse hulpverlening systeem.
  • Het verwoorden van de feiten in beelden en voorbeelden werkt vaak beter dan concreet zeggen waar het op staat.
  • Stel je op als autoriteit, maak gebruik van je status.
  • Maak gebruik van een tolk indien nodig.
  • Neem de tijd.

 

 


 

 

 

Praten met ouders die gescheiden zijn

Het voeren van gesprekken met gescheiden ouders afzonderlijk kan ingewikkeld zijn. Zeker als het gaat om het bespreken van vermoedens van kindermishandeling of huiselijk geweld. Denk aan de ene ouder die de andere lastig valt of ouders die de bezoekregeling niet nakomen, ruzies en lichamelijk geweld.

  • Kinderen van gescheiden ouders lopen meer risico op kindermishandeling en getuige zijn van huiselijk geweld.
  • Tijdens en direct na de scheiding kunnen de ex-partners zodanig ruzie met elkaar hebben dat over de hoofden van de kinderen heen er veel uitgevochten wordt. Van belang is om de ouders voor te houden dat zij geen partners meer zijn, maar wel ouders blijven van hun kinderen. Dat betekent dat ze in het belang van het kind moeten handelen.
  • Na echtscheiding blijft als hoofdregel het gezag bij beide ouders, tenzij door de rechter anders wordt bepaald. De ouder die niet met het gezag belast is, vervult niet de rol van vertegenwoordiger.
  • Deze ouder heeft desgevraagd wel recht op globale informatie over de gezondheidstoestand van zijn of haar minderjarige kind (artikel 1:377c BW). De informatie kan geweigerd worden als dit in het belang van het kind is of als de andere ouder ook geen informatie zou ontvangen. (artikel 1:337 b lid BW)
  • Ouders die beiden het gezag over hun kind hebben, hebben recht op informatie over hun kind. Zij hebben geen recht op inzage in gegevens die hun ex-partner betreffen. Voor het overige gelden dezelfde gespreksregels als voor gehuwde partners. Zo zijn ouders verplicht elkaar te informeren als zij beiden het gezag hebben. Ook is de hulpverlener verplicht de - niet bij de hulp betrokken - ouder op de hoogte te stellen van de behandeling van zijn/haar kind, als de andere ouder dit niet doet.
  • Er zijn ingewikkelde situaties waarin de ene ouder de andere ouder beschuldigt van verwaarlozing of mishandeling. Eén ouder wil bijvoorbeeld de gegevens van uw organisatie over het kind gebruiken ter ondersteuning van een melding aan Veilig Thuis. Raad de ouder dan aan de melding bij Veilig Thuis te doen en hen te verzoeken aan uw organisatie informatie op te vragen.
  • Als de ouder er toch op staat die gegevens te gebruiken dan geldt het volgende: ouders hebben recht op inzage in het dossier en wat zij met die kennis doen is hun eigen verantwoordelijkheid. Veilig Thuis zal in een dergelijke situatie zeker contact opnemen met uw organisatie.
  • Vermoed u dat er sprake is van huiselijk geweld waar het kind getuige van is, dan wordt dit besproken met de ouders en uitgelegd welke schade hun kind kan ondervinden. Blijven uw zorgen bestaan, dan handelt u conform het handelingsprotocol kindermishandeling.

 

Indien u een melding doet bij Veilig Thuis worden de ouders hiervan op de hoogte gesteld. Tenzij dat de veiligheid van kind of medewerker in gevaar brengt. Hoe om te gaan met berichtgeving aan gescheiden ouders:

  1. Uw organisatie heeft contact met beide ouders. Dan beide ouders inlichten.
  2. Uw organisatie heeft contact met één van de ouders. Dan deze ouder persoonlijk inlichten en de andere ouder schriftelijk van de melding op de hoogte stellen.
  3. Uw organisatie heeft geen contact met de ouders. Dan beide ouders schriftelijk informeren.

 

 

Tot slot

  • Vraag Veilig Thuis of andere betrokken instellingen om advies of ondersteuning voor gespreksvoering met ouders.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wanneer niet met ouders praten?

Het gaat om situaties waarin, door het voeren van het gesprek, de veiligheid van één van de betrokkenen in het geding zou kunnen komen. Zo is het denkbaar dat u besluit om uw vermoeden van seksueel misbruik of eergerelateerd geweld nog niet met de vader te bespreken omdat u de kans groot acht dat de vader zich na dit gesprek, op zijn dochter af zal reageren. Het is aan te bevelen om in zo'n situatie Veilig Thuis om advies te vragen.

 

 

 


 

 

 

Aandachtspunten voor een gesprek met het kind

Een gesprek met het kind kan mogelijk extra informatie bieden over de situatie waarin het kind zich bevindt en kan ondersteuning voor het betreffende kind bieden.

Onderzoek wijst uit dat het voor mishandelde kinderen een groot verschil uitmaakt als er ooit een volwassene met hem of haar gesproken heeft over de situatie thuis en daarbij heeft laten merken te zien wat er gebeurt en uit te spreken dat het niet de schuld van het kind is. Met die kinderen gaat het later beter dan met kinderen waar nooit iemand zo’n opmerking gemaakt heeft. Dat geldt ook voor kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld.Filmpje Zoë
U kunt tegen een kind zeggen: “Ik zie dat je het moeilijk hebt en ik weet dat het niet jouw schuld is.”of: “Ik ga proberen iets te doen aan de problemen bij jou thuis. Het is niet goed dat kinderen geslagen/verwaarloosd/vernederd/misbruikt worden. Kinderen kunnen daar niets aan doen.”

Houd tijdens dit gesprek rekening met de leeftijd en de ontwikkelingsfase van het kind.
Ook met jonge kinderen kan gepraat worden. Het is niet de bedoeling dat het kind ondervraagd wordt. Een gesprek met het kind heeft aanvullende informatie dan wel steunend contact tot doel. Naast het contact met het kind is het zeer belangrijk om met een open houding het contact met de ouders aan te gaan.

Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik terughoudend in het gesprek met het kind i.v.m. mogelijke toekomstige bewijslast. Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik voorzichtig met het stellen van gesloten of suggestieve vragen. Dat houdt in dat het kind geen woorden in de mond gelegd moeten worden. Het gesprek heeft niet tot doel het bewijs van seksueel misbruik te leveren. Laat dat over aan een gespecialiseerde deskundige op dit gebied en vraag advies bij Veilig Thuis.

Tips voor gesprek met kind

• Bepaal van tevoren het doel van het gesprek
• Voer het gesprek met een open houding.
• Sluit aan bij waar het kind op dat moment mee bezig is, bijvoorbeeld spel, een tekening of knutselen.
• Ga op dezelfde ooghoogte zitten als het kind en kies een rustig moment uit.
• Steun het kind en stel het op zijn gemak.
• Gebruik korte zinnen.
• Vraag belangstellend en betrokken, maar vul het verhaal niet in voor het kind.
• Begin met open vragen (Wat is er iets gebeurd? Wanneer is dat gebeurd? Hoe komt dat?) en wissel deze af met gesloten vragen (Ben je gevallen?, Heb je pijn?, Ging je huilen?, Vond je dat leuk of niet leuk?)
• Vraag niet verder wanneer het kind niets wil of kan vertellen.
• Houd het tempo van het kind aan, niet alles hoeft in één gesprek.
• Laat het kind niet merken dat u van het verhaal schrikt.
• Val de ouders (of andere belangrijke personen voor het kind) niet af, in verband met loyaliteitsgevoelens.
• Geef aan dat u niet geheim kunt houden wat het kind vertelt. Leg uit dat u met anderen gaat kijken hoe u het kind het beste kan helpen. Leg het kind uit dat u het op de hoogte houdt van elke stap die u neemt. Het kind moet nooit zelf de verantwoordelijkheid krijgen in de keuze van de te nemen stappen.
• Vertel het kind dat het heel knap is dat hij/zij het allemaal zo goed kan vertellen.
• Let tijdens het gesprek goed op de non-verbale signalen van het kind.
• Stel geen waarom-vragen.
• Stop het gesprek wanneer de aandacht bij het kind weg is.
• Vertel wat de volgende stap is die u gaat zetten.

Extra tips voor gesprek met jongeren

  • Zorg voor een rustige plaats en voldoende tijd.
  • Benoem concreet wat u bij de jongere waarneemt/hebt waargenomen en vraag daarover te vertellen.
  • Geef aan dat u niet geheim kan houden wat de jongere vertelt, wanneer dit niet veilig is voor de jongere zelf of voor anderen. Leg uit dat als dit het geval is, u dit direct benoemt en dat u de jongere zoveel mogelijk betrekt bij de te nemen vervolgstappen.
  • Vraag de jongere wat hij/zij zelf wil.
  • Spreek waardering uit dat de jongere over zijn situatie heeft verteld en benoem dat u zich kunt voorstellen dat dat niet makkelijk is.
  • Sluit het gesprek af met een luchtig onderwerp, bijvoorbeeld interesses, plannen voor het weekend etc.

 

 

 

 

 

 

 

  

In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden.

 

In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden.

In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden.

In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden.

 

In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden.

Subcategorieën