Aandachtspunten voor een gesprek met het kind

Een gesprek met het kind kan mogelijk extra informatie bieden over de situatie waarin het kind zich bevindt en kan ondersteuning voor het betreffende kind bieden.

 

Onderzoek wijst uit dat het voor mishandelde kinderen een groot verschil uitmaakt als er ooit een volwassene met hem of haar gesproken heeft over de situatie thuis en daarbij heeft laten merken te zien wat er gebeurt en uit te spreken dat het niet de schuld van het kind is. Met die kinderen gaat het later beter dan met kinderen waar nooit iemand zo’n opmerking gemaakt heeft.
Je kunt tegen een kind zeggen: “Ik zie dat je het moeilijk hebt en ik weet dat het niet jouw schuld is .”of : “Ik ga proberen iets te doen aan de problemen bij jou thuis. Het is niet goed dat kinderen geslagen/verwaarloosd/vernederd/misbruikt worden. Kinderen kunnen daar niets aan doen.”
Houd tijdens dit gesprek rekening met de leeftijd en de ontwikkelingsfase van het kind.
Ook met jonge kinderen kan gepraat worden. Het is niet de bedoeling dat het kind ondervraagd wordt. Een gesprek met het kind heeft aanvullende informatie dan wel steunend contact tot doel.
Naast het contact met het kind is het zeer belangrijk om met een open houding het contact met de ouders aan te gaan.
Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik terughoudend in het gesprek met het kind i.v.m. mogelijke toekomstige bewijslast.
Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik voorzichtig met het stellen van gesloten vragen. Dat houdt in dat het kind geen woorden in de mond gelegd moeten worden. Het gesprek heeft niet tot doel het bewijs van seksueel misbruik te leveren. Laat dat over aan een gespecialiseerde deskundige op dit gebied en vraag advies bij Veilig Thuis.

Schakel een tolk in als het kind de Nederlandse taal niet goed beheerst. 

 

Tips voor het gesprek:

  • Bepaal van tevoren het doel van het gesprek
  • Voer het gesprek met een open houding.
  • Sluit aan bij waar het kind op dat moment mee bezig is, bijvoorbeeld spel, een tekening of knutselen.
  • Ga op dezelfde ooghoogte zitten als het kind en kies een rustig moment uit.
  • Steun het kind en stel het op zijn gemak.
  • Gebruik korte zinnen.
  • Vraag belangstellend en betrokken, maar vul het verhaal niet in voor het kind.
  • Begin met open vragen (Wat is er  gebeurd? Wanneer is dat gebeurd? Hoe komt dat?) en wissel deze af met gesloten vragen (Ben je gevallen?, Heb je pijn?, Ging je huilen?, Vond je dat leuk of niet leuk?)
  • Vraag niet verder wanneer het kind niets wil of kan vertellen.
  • Houd het tempo van het kind aan, niet alles hoeft in één gesprek.
  • Laat het kind niet merken dat je van het verhaal schrikt.
  • Val de ouders (of andere belangrijke personen voor het kind) niet af, in verband met loyaliteitsgevoelens.
  • Geef aan dat je niet geheim kunt houden wat het kind vertelt. Leg uit dat je met anderen gaat kijken hoe je het kind het beste kan helpen. Leg het kind uit dat je het op de hoogte houdt van elke stap die je neemt. Het kind moet nooit zelf de verantwoordelijkheid krijgen in de keuze van de te nemen stappen.
  • Vertel het kind dat het heel knap is dat hij/zij het allemaal zo goed kan vertellen.
  • Let tijdens het gesprek goed op de non-verbale signalen van het kind.
  • Stel geen waarom-vragen.
  • Stop het gesprek wanneer de aandacht bij het kind weg is.
  • Vertel wat de volgende stap is die je gaat zetten

Extra tips voor gesprek met jongeren

  • Zorg voor een rustige plaats en voldoende tijd
  • Benoem concreet wat je bij de jongere waarneemt/hebt waargenomen en vraag daarover te vertellen
  • Geef aan dat je niet geheim kan houden wat de jongere vertelt, wanneer dit niet veilig is voor de jongere zelf of voor anderen. Leg uit dat als dit het geval is, je dit direct benoemt en dat je de jongere zoveel mogelijk betrekt bij de te nemen vervolgstappen
  • Vraag de jongere wat hij/zij zelf wil
  • Spreek waardering uit dat de jongere over zijn situatie heeft verteld en benoem dat je je kunt voorstellen dat dat niet makkelijk is
  • Sluit het gesprek af met een luchtig onderwerp, bijvoorbeeld interesses, plannen voor het weekend etc.