In de Verwijsindex Risico's Jeugdigen registreren professionals , waaronder artsen, hulpverleners en begeleiders van kinderen en jongeren tot 23 jaar, het als er iets mis gaat met een jeugdige.

Bijvoorbeeld als er sprake is van kindermishandeling of huiselijk geweld, het kind of de jongere spijbelt, in aanraking komt met de politie, of drugs gebruikt.  Met deze registratie wil men vroegtijdig gezamenlijk afgestemde hulp of ondersteuning kunnen bieden. Om de privacy van kinderen te beschermen staat in het systeem alleen dat er iets is en niet wat er aan de hand is.

Het systeem koppelt de verschillende hulpverleners aan elkaar zodat er besproken kan worden wie wat doet. 


Achterlating

Meisjes worden in de vakantie in het land van herkomst achtergelaten.

Signalen

Na de zomer verschijnen veel meisjes niet meer op hun opleiding. Er kan sprake zijn van gedwongen achterlating van meisjes, in enkele gevallen ook jongens. 
Hiermee samenhangend kan er sprake zijn van een gedwongen huwelijk.

Huwelijksdwang is het dwingen van een meisje, vrouw, jongen of man tot een huwelijk, door ouders, familie of gemeenschap. Huwelijksdwang komt voor in diverse etnische en religieuze gemeenschappen in Nederland, zoals de Turkse, Marokkaanse, Surinaams-Hindoestaanse, Somalische, Iraanse, Iraakse, Afghaanse, Pakistaanse, Koerdische en Chinese gemeenschap. De
verwachting is dat de problematiek zich ook voordoet in zeer gesloten (religieuze) autochtone gemeenschappen. 
De slachtoffers zijn vooral meisjes en vrouwen. Echter, jongens en mannen worden soms ook gedwongen.

Signalen: Vele hindoestaanse en moslimmeisjes  lopen net voor de zomervakantie weg uit angst gedwongen te worden tot een huwelijk met een partner in het land van herkomst.

Wat kan de opleiding doen

  • download het basispakket Signalen en handelen  bij huwelijksdwang 
  • Praat erover met de studenten in de klas (Your Right 2Choose!)
  • bespreek met mogelijke slachtoffers wat zij kunnen doen. Zie hieronder.
  • Neem contact op met het ASHG

Wat kunnen meisjes doen die bang zijn dat ze tijdens de vakantie achtergelaten en/of uitgehuwelijkt worden

Veilig Thuis (Advies en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling)  geeft advies, ondersteunt, doet onderzoek en brengt hulpverlening op gang om de situatie voor alle betrokkenen veiliger te maken. Er kan Advies  gevraagd worden en/of een Melding gedaan worden.Kinderen en ouders kunnen zelf ook bellen als ze behoefte hebben aan ondersteuning of advies.

Het landelijke telefoonnummer 0800 2000 verbindt u 24/7  direct door naar de Veilig Thuis organisatie in uw regio of woonplaats. 

Voor problematische opvoedsituaties kunt u terecht bij de Wijkteams of de Centra voor Jeugd en Gezin. Dat hangt af van de gemeente waar u werkt of woont. 

Veilig Thuis heeft een handelingsprotocol Veilig thuis. Daarin staat wat de werkwijze is, gebaseerd op de wet. 

Sinds 2015 is er ook een triage instrument waarin het besluitvormingsproces staat beschreven binnen Veilig Thuis.

Alert lijst

In contacten over eergerelateerd geweld zijn een aantal aandachtspunten waar je op bedacht moet zijn. 


Belangrijk!

  • Uw verantwoordelijkheid op basis van de Wet meldcode houdt niet op bij het doen van een melding of het doorverwijzen naar hulp/behandeling.
  • U bent er (mede) verantwoordelijk voor dat het slachtoffer van kindermishandeling of huiselijk geweld ook daadwerkelijk de hulp/bescherming krijgt die hij of zij nodig heeft.
  • Deze hulp moet erop gericht zijn dat de veiligheid van het kind/de volwassene gegarandeerd is, dat er hulp is om de opgedane schade (zoveel mogelijk) te herstellen én dat er hulp is om de risico's op herhaald geweld/mishandeling/verwaarlozing/misbruik in de toekomst te voorkómen.

Wat u moet doen indien er zorgen blijven, óók na doorverwijzing naar hulp:

  • Zijn de ouders en het kind  of de cliënt doorverwezen naar een hulpverlenende instantie, intern of extern, dan is het van belang om het kind of het cliëntsysteem te blijven volgen. 
  • Wanneer de zorgen blijven bestaan of wanneer er zich opnieuw signalen van kindermishandeling / huiselijk geweld voordoen, dan dient u opnieuw in actie te komen. 
  • Kijk welke afspraken eerder zijn gemaakt en check of deze zijn nagekomen en wat de resultaten daarvan zijn geweest. Indien de zorgen / signalen blijven: bespreek dit direct met Veilig Thuis / SAVE.
  • Wanneer de (reeds bestaande) hulp niet voldoende blijkt te zijn, of wanneer er alsnog een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld blijft bestaan, dan bespreekt u dit met de ouders en/of het kind, of de volwassen cliënt. U geeft aan dat uw zorgen blijven bestaan en u kondigt aan dat u gaat overleggen met Veilig Thuis of met SAVE.
     

Wat u moet doen indien er zorgen blijven, óók na een melding bij SAVE / Veilig Thuis:

  • Indien SAVE / Veilig Thuis een onderzoek doet naar kindermishandeling of huiselijk geweld, blijft het Wijkteam betrokken bij de hulpverlening of het contact met de betrokkenen. In goed overleg wordt na het onderzoek gezamenlijk een vervolg plan opgesteld.
  • Ook nadat u gemeld hebt, blijft u het kind of cliënt volgen. Wanneer zorgen blijven bestaan of wanneer er zich opnieuw signalen van kindermishandeling / huiselijk geweld voordoen, dan komt u opnieuw in actie.
  • Neem opnieuw contact op met Veilig thuis en bespreek met hen dat u (nog altijd / opnieuw) zorgelijke signalen opmerkt. Dit kan tot een tweede melding leiden, waarbij Veilig Thuis opnieuw de verantwoordelijkheid heeft om de zaak te onderzoeken. 

Wat u moet doen indien ouders/cliënten hulp weigeren of traineren:

  • Wanneer ouders of cliënt(en) hulp weigeren of traineren, en er is een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld dan doet u direct een melding bij Veilig Thuis.

Wat u moet doen indien de cliënt of het gezin / kind verhuist naar een andere woonplaats:

  • Bij verhuizing van een kind/gezin of cliënt over wie zorgen/vermoedens bestaan van kindermishandeling/huiselijk geweld, dient u contact op te nemen met uw collega (organisatie) in de nieuwe woonplaats van het kind en met Veilig Thuis van de betreffende regio waarnaartoe verhuisd is.
  • Indien een kind/gezin verhuist waarvan u weet dat zij (onlangs) gemeld zijn bij Veilig Thuis: check dan altijd of Veilig Thuis op de hoogte is van de verhuizing en of de verantwoordelijkheid voor de melding is overgedragen aan Veilig Thuis in de nieuwe regio waarnaartoe verhuisd is.
     

Het basismodel Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling is hier te vinden.


Belangrijke telefoonnummers


Veilig Thuis0800 2000
Politie            0900-8844 of 112



Belangrijke links naar websites

 

 

 

Manifest privacy jeugd VNG

 

Bij het signaleren van vermoedens van kindermishandeling en huiselijk geweld speelt altijd de vraag: kan ik met andere professionals mijn vermoedens bespreken en wat mag ik dan met anderen bespreken? Laat je leiden door de richtlijnen die er zijn en wees niet bang voor maatregelen zoals die van de tuchtraad.

Openheid en eerlijkheid naar ouders, kinderen, jongeren of cliënten heeft altijd de voorkeur. In sommige gevallen kan dat niet omdat de betrokkenen niet te bereiken zijn, omdat er toestemming geweigerd wordt terwijl er wel een veiligheidsrisico aanwezig is, omdat de dreiging voor een kind of cliënt vergroot zou worden.

Als je in het belang van het kind of je cliënt zorgvuldig handelt en vastlegt wat je bespreekt, met wie je dat doet en waarom je eventueel afwijkt van de regels dan ben je zorgvuldig aan het werk. Openheid betrachten is niet altijd mogelijk en niet altijd in het belang van de cliënt. Als je dat goed kunt uitleggen en goed hebt opgeschreven en bij voorkeur met collega's of Veilig Thuis overlegd, handel je zorgvuldig.        

De afspraken:

Je mag spreken met derden als je toestemming van de ouder en of het kind (vanaf 12 jaar) hebt. Dat heeft ook uitdrukkelijk de voorkeur. Daarbij geldt dat er niet meer wordt uitgewisseld dan nodig om hulpverlening op gang te brengen.

  • Als je iets deelt, doe het dan via een beveiligde omgeving
  • Het delen van info zoveel mogelijk altijd eerst bespreken met ouders en kind zelf
  • Schrijf alles op wat je besproken hebt
  • Deel alleen wat nodig is
  • Schrijf op waarom je afwijkt of waarom je ouders niet hebt ingelicht (toestemming hebt gevraagd)
  • Per keer dat je info deelt: opnieuw en weer toestemming vragen aan ouder en kind

 

 

Wanneer het niet mogelijk is die toestemming te verkrijgen of de toestemming wordt geweigerd, dan zijn er een aantal spelregels.

  • Met Veilig Thuis en SAVE mag altijd gesproken worden zonder toestemming van ouder(s) of kind. Dat geldt voor het melden van een vermoeden kindermishandeling/huiselijk geweld.Om advies te vragen hoeft u geen gegevens van het betreffende gezin te vermelden.
  • Met derden kan gesproken worden zonder de naam van het betreffende gezin te noemen. 
  • Wanneer de veiligheid van het kind/cliënt in het geding is kan besloten worden dat met anderen overlegd moet worden ook zonder de toestemming van betrokkenen. Daarbij geldt dat de overwegingen waarom dit gebeurt zorgvuldig moeten worden beschreven in het dossier van kind, gezin of cliënt. En ook hier geldt dat alleen datgene wordt besproken dat nodig is om hulpverlening op gang te brengen. Overleg met Veilig Thuis/SAVE

 

 


 

 

 

 

De Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling is sinds 2013 van kracht. Deze wet heeft als doel professionals te ondersteunen bij het signaleren, handelen en eventueel melden van vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Op basis van deze wet zijn organisaties en zelfstandig beroepsbeoefenaars verplicht een Meldcode op te stellen met een stappenplan zodat iedereen weet wat hij of zij moet doen. Uit onderzoek blijkt dat hulp- en zorgverleners en leerkrachten drie keer zo vaak ingrijpen als collega's die zo'n code niet voorhanden hebben. (www.meldcode.nl)

De volgende meldcodes en richtlijnen zijn gebruikt als bron voor www.handelingsprotocol:

 

 

 

 

 


Bijzondere blauwe plekken

Locatie is belangrijk, ga na of het waarschijnlijk is dat een kind bij gewoon spelen daar blauwe plekken krijgt.Kinderen krijgen meestal blauwe plekken op plaatsen waar het bot dicht onder de huid zit (Schenen, knieën, ellebogen, heupen, wervelkolom, voorhoofd en onder de kin).

Blauwe plekken op verdachte plaatsen:


CARE-NL Codeerblad (standaard versie)

Huisarts heeft een gescheiden moeder in de praktijk met 7-jarige dochter. Moeder is bekend met alcoholproblematiek en is al enige tijd onder behandeling bij de RIAGG.De school van het meisje heeft een melding gedaan bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling Veilig Thuis. Nu krijgt de huisarts een telefonisch verzoek van Veilig Thuis om informatie over moeder en dochter te verstrekken. Huisarts vraagt zich af of zij hierop in mag gaan.

Advies

In artikel 6 ‘Informatie op verzoek van het AMK’ van de in september 2008 verschenen Meldcode en Stappenplan ‘Artsen en kindermishandeling’ wordt een duidelijk antwoord met toelichting op deze vraag gegeven.

  1. De arts die door Veilig Thuis wordt benaderd om informatie, verstrekt – eventueel ook zonder de toestemming van betrokkenen – alle tot zijn beschikking staande informatie die noodzakelijk is om kindermishandeling te stoppen of een redelijk vermoeden daarvan te laten onderzoeken.
  2. Veilig Thuis onderbouwt haar verzoek zodanig dat de arts kan bepalen welke gegevens relevant kunnen zijn voor Veilig Thuis en welke niet.
  3. De arts kan alleen van informatieverstrekking afzien om gewichtige redenen, het belang van het kind betreffende. De arts deelt een dergelijk afwijzend besluit gemotiveerd aan Veilig Thuis mee.

Toelichting

Veilig Thuis kan naar aanleiding van een melding besluiten een onderzoek in te stellen. Veilig Thuis wint dan informatie in bij verschillende beroepskrachten in de omgeving van het gezin, zoals leerkrachten, het consultatiebureau et cetera. Ook artsen kunnen op die manier worden gevraagd om als informant van Veilig Thuis op te treden. In de regel gebeurt dit na het gesprek van Veilig Thuis met de ouders. De ouders zijn dan op de hoogte dat Veilig Thuis informanten gaat benaderen.

Indien de melding daar aanleiding toe geeft, heeft Veilig Thuis de bevoegdheid om in de beginfase vooronderzoek te doen zonder medeweten van de ouders. In die laatste situatie zal Veilig Thuis dit vermelden.

Voor iedere arts die een verzoek om informatie van Veilig Thuis krijgt, blijft uitgangspunt dat informatieverstrekking met toestemming van het kind en/of diens ouders plaatsvindt. Het meldrecht uit de Wet op de Jeugdzorg (WJz) biedt artsen echter zeker de mogelijkheid om zonder toestemming informatie aan Veilig Thuis te verstrekken. Dit is toegestaan als dat ‘noodzakelijk is om kindermishandeling te stoppen of een redelijk vermoeden te onderzoeken.’

De meldcode verlangt daarom van de arts om in beginsel (relevante) informatie te verstrekken vanuit de gedachte dat – als Veilig Thuis onderzoek heeft ingesteld – in elk geval sprake is van een redelijk vermoeden en van een noodzaak om (vermoedens van) mishandeling te onderzoeken. Wel moet Veilig Thuis de arts helpen bij diens belangenafweging en bij het bepalen welke gegevens relevant kunnen zijn voor het onderzoek en welke niet. De arts kan afzien van informatieverstrekking om ‘gewichtige redenen, het belang van het kind betreffende’. Op de arts rust dan wel een expliciete motiveringsplicht: de meldcode verlangt van hem om duidelijk te motiveren waarom hij geen informatie verstrekt.

Er rouleren diverse termen: eerwraak, eermoord, eerzuivering, eergerelateerd geweld. Meestal gebruikt men het bredere begrip eergerelateerd geweld. 

De meest gebruikte definitie van eergerelateerd geweld is:

“Eergerelateerd geweld omvat elke vorm van geestelijk of lichamelijk geweld, gepleegd vanuit een collectieve mentaliteit in reactie op een (dreiging van) schending van de eer van een man of een vrouw en daarmee van zijn of haar familie, waarvan de buitenwereld op de hoogte is of dreigt te raken” (Bureau Beke, 2005).

De meest gebruikte definitie van eergerelateerd geweld is:

“Eergerelateerd geweld omvat elke vorm van geestelijk of lichamelijk geweld, gepleegd vanuit een collectieve mentaliteit in reactie op een (dreiging van) schending van de eer van een man of een vrouw en daarmee van zijn of haar familie, waarvan de buitenwereld op de hoogte is of dreigt te raken” (Bureau Beke, 2005).

Als werkdefinitie kan er aan toe gevoegd worden: “Eergerelateerd geweld is een vorm van geweld binnen een breder scala van eergerelateerde handelingen om aantasting van de eer te beperken of te voorkomen.” (Vocas trainingen)

Deze toevoeging ondersteunt het preventieve kader waarbinnen voor eergerelateerd geweld veel hulpverleners werken. Het is zaak om in een zo vroeg mogelijk stadium zicht te krijgen of familie eer een rol speelt binnen een gezin zodat er in de begeleiding aandacht voor kan zijn en escalatie wordt voorkomen.

 

Uit de definitie kunnen 3 belangrijke elementen gehaald worden

1)     Geweld kent naast een fysieke vorm ook een geestelijke vorm, die bij eergerelateerd geweld zeer vaak ingezet wordt, bv in de vorm van onderdrukking en psychische druk tot conformeren aan de groepsnorm.

2)      De collectieve mentaliteit waarbinnen het plaatsvindt, geeft aan dat de omgeving  een zeer belangrijke factor is binnen eergerelateerd geweld. De positie van de familie is afhankelijk van de manier waarop er naar hen gekeken wordt en over hen gedacht wordt. Om schendingen en eerherstel te voorkomen is grote conformatie vaak van belang.

3)     “Iets waarvan de buitenwereld van op de hoogte dreigt te raken” verwijst wederom naar de collectieve mentaliteit maar geeft daarnaast expliciet aan dat de buitenwereld niet mag weten wat er speelt. Hierbij is het niet van belang of het gebeurde een roddel of een feit is, beide kan ernstige schade aanrichten. Het gaat tenslotte over wat men denkt en niet hetgeen er daadwerkelijk gebeurd is.

Veel inzet van de familie zal er op gericht zijn om de eventuele eerschending te verbergen.

De stappen van de meldcode zien er bij eergerelateerd geweld en huwelijksdwang zo uit.

website eergerelateerd geweld(yourright2chose)

Onderscheid met huiselijk geweld

Eergerelateerd geweld lijkt in haar uitingsvormen vaak op andere vormen van ‘geweld in afhankelijkheidsrelaties’ als huiselijk geweld en kindermishandeling. Er is echter een kenmerkend verschil:

Daar waar “regulier”huiselijk geweld vaak iets zegt over de individuele componenten van zowel het slachtoffer als de dader, denk bijvoorbeeld aan : "de dader heeft moeite met agressieregulatie".

Geweld vanuit een eermotief kent een extra dimensie. De druk vanuit de gemeenschap direct of indirect speelt bij eergerelateerd geweld een grote prominente rol. Vrij vertaald zou men eergerelateerd geweld kunnen zien als opgelegd geweld en agressie om het grotere familiebelang te beschermen. Dit is dus veel meer een geweldvorm met een externe oorzaak. Dit vraagt dus een andere begeleiding dan wanneer er sprake is van een interne oorzaak van geweld.

Zie ook signalen huiselijk geweld en kijk bij risicotaxatie instrumenten onder het kopje 4, wegen van het geweld.

Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke- of familiekring van het slachtoffer wordt gepleegd.

 

Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke- of familiekring van het slachtoffer wordt gepleegd. Hieronder vallen lichamelijke en seksuele geweldpleging, belaging en bedreiging (al dan niet door middel van, of gepaard gaand met, beschadiging van goederen in en om het huis).

Er is altijd sprake van een machtsverschil tussen dader en slachtoffer. Uit onderzoek blijkt dat plegers de meest kwetsbare personen kiezen, als slachtoffer. Een ander kenmerk van huiselijk geweld is de omstandigheid dat dader en slachtoffer (waaronder ook minderjarige slachtoffers) desondanks - en soms noodgedwongen – blijvend deel uitmaken van elkaar’s leef- en woonomgeving. Hiermee hangt samen dat huiselijk geweld vaak een stelselmatig karakter heeft en er een hoog recidiverisico is. Geweld in het gezin gaat vaak met andere problematiek gepaard, zoals spanningen tussen echtgenoten, werkloosheid of verslaving.

 

zie ook :

 

 

 

Definitie kindermishandeling

Definitie in het kort:

Kindermishandeling is het doen en laten van ouders, of anderen in soortgelijke positie ten opzichte van een kind, dat een ernstige aantasting of bedreiging vormt voor de veiligheid en het welzijn van het kind (Baartman, 2010)

Kindermishandeling betreft kinderen van 0-19 jaar. Ook  ongeboren baby’s vallen onder de definitie.

Belangrijk: de combinatie kinderen en huiselijk geweld betekent altijd kindermishandeling. De handelwijze bij huiselijk geweld is hetzelfde als bij kindermishandeling of een vermoeden daarvan.

De definitie hieronder staat in de jeugd wet  :

'Kindermishandeling is elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel'

Waar ouders staat worden ook stief-,adoptie- en pleegouders bedoeld. Kinderen kunnen ook in een relatie van afhankelijkheid ten opzichte van beroepskrachten verkeren.

De meldcode ondersteunt beroepskrachten bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling, ongeacht de verblijfsstatus van de betrokkenen. De stappen moeten dus ook worden gezet als het om vermoedens van geweld gaat waarbij mensen zijn betrokken zonder geldige verblijfspapieren, of die in een asielprocedure zitten

Schoolmaatschappelijk werk

  • Leerlingvolgsysteem van de school via registratie en rapportage
  • Dossiervorming ten behoeve van de hulpverlening, werksoortontwikkeling en ter verantwoording aan de werkgever en diens opdrachtgever.

Maatschappelijk werk

  • Dossiervorming ten behoeve van de hulpverlening, werksoortontwikkeling en ter verantwoording aan de werkgever 

 

     

 

Van elk gesprek over (vermoedens van) kindermishandeling of huiselijk geweld wordt zorgvuldig verslag gelegd in het  leerling dossier. 

 

Richtlijnen voor verslaglegging zijn:

1) U verzamelt alle aanwijzingen die uw vermoeden van kindermishandeling kunnen onderbouwen of ontkrachten en legt deze vast in het leerling dossier. Daarbij maakt u duidelijk onderscheid tussen uw eigen bevindingen en de (subjectieve) mening van anderen.

 

2) Wat u in ieder geval in het dossier vastlegt zijn: uw aantekeningen van (aanwijzingen voor) kindermishandeling, van de onderzoeken die met het oog daarop zijn gedaan, van de uitkomsten daarvan, van de inhoud van het overleg met collega's, andere beroepskrachten en/of instanties zoals Veilig Thuis, van het gegeven of voor het verstrekken van gegevens aan derden toestemming werd gevraagd en/of verkregen en van alle andere stappen die u in het kader van (het vermoeden van) kindermishandeling heeft ondernomen. Ook legt u zorgvuldig vast hoe de weging /inschatting van vermoedens van kindermishandeling heeft plaatsgevonden en of (en zo ja welk) risicosignaleringinstrument daarbij is gebruikt. Ook alle afspraken met ouders/kind, informanten, verwijzers en andere betrokken professionals/hulpverleners legt u zorgvuldig vast. Blijkt een vermoeden uiteindelijk onterecht, dan vermeld u dat ook uitdrukkelijk in het dossier.

3)Bewaartermijn (CBP)

In het algemeen geldt dat een school de gegevens van een leerling (het zogeheten leerlingdossier) twee jaar mag bewaren nadat de leerling van school is gegaan.

Langere bewaartermijn
In sommige situaties legt de wet een langere bewaartermijn op. Bijvoorbeeld:

  • In het lager en voortgezet onderwijs moeten gegevens over verzuim/afwezigheid en in- en uitschrijving vijf jaar bewaard blijven nadat de leerling is uitgeschreven.
  • Gegevens over een leerling die naar een school voor speciaal onderwijs is doorverwezen, moet een school drie jaar na het vertrek van de leerling bewaren.
  • In het Examenbesluit staat onder meer dat het centraal examen, inclusief de cijferlijsten, minstens zes maanden bewaard moet worden.

Adresgegevens (oud)leerlingen
Een school mag adresgegevens van (oud)leerlingen bewaren voor het organiseren van reünies.

Leerlingdossier
Scholen houden van elke leerling een dossier bij, het leerlingdossier genoemd. Dit dossier bevat bijvoorbeeld toetsresultaten en verslagen van gesprekken met ouders. Daarnaast zitten in een leerlingdossier administratieve gegevens, zoals gegevens over het verzuim van een leerling en over de in- en uitschrijving.

 

 

 

Subcategorieën