Toestemming cliënt

Met toestemming van de ouders, en als het kind ouder is dan 12 jaar ook van het kind, kunt u informatie over het gezin bij de huisarts, de prenatale zorg/kinderopvang/ school of de jeugdadviesteams vragen.


Bij het vragen om toestemming van de ouders/kind kan het makkelijk zijn gebruik te maken van de zin: ik ga er vanuit dat u er geen bezwaar tegen hebt dat ik de zorgen over uw kind bespreek met …
Toestemming kan mondeling en of schriftelijk gegeven worden.

Mochten ouders bezwaar maken tegen het vragen van informatie bij anderen,en u maakt zich ernstige zorgen, dan kan de informatievraag altijd nog via Veilig Thuis gesteld worden. Zij mogen  immers zonder toestemming van de ouders informatie opvragen om een vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken. Breng de ouders op de hoogte van die mogelijkheid en vertel dat het wellicht voor hen prettiger is als informatie via U wordt opgevraagd.

U kunt ook altijd een advies aan Veilig Thuis vragen. Vermoedt Veilig Thuis eermotieven achter het (dreigende) geweld dan kunnen zij zich onder andere over de veiligheidsrisico’s laten adviseren door het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld dat als zelfstandige eenheid is ondergebracht bij de politie Haaglanden.

Welke jeugdzorginstellingen mogen informatie bij U opvragen?

➜ Veilig Thuis

➜ Raad voor de Kinderbescherming Amsterdam (de Raad)

Andere jeugdzorginstellingen kunnen niet zelfstandig informatie opvragen, maar alleen via Veilig Thuis of de Raad. U ontvangt dus alleen van hen een verzoek tot informatie.

 

 Om welke informatie gaat het?

Bovengenoemde instellingen kunnen – als zij weten dat een ouder onder behandeling is bij een GGZ-instelling – behoefte hebben aan informatie. Bijvoorbeeld om in te schatten welke invloed het ziektebeeld van de ouder op de opvoedingsvaardigheden heeft.

Op basis hiervan kan een betere inschatting worden gemaakt van de thuissituatie en welke ondersteuning nodig is. Hiervoor is  genuanceerde informatie van de GGZ-volwassenenzorg nodig. Het gaat dan – afhankelijk van de casus – om onder meer:

➜ de diagnose

➜ het verloop van de behandeling

➜ de behandelingsprognose

➜ het ziektebesef en –inzicht van de ouder

➜ de positieve aspecten van het leven van de ouder (eigen netwerk, etc.)

➜ hoe de cliënt omgaat met stress en

➜ de mogelijke gevolgen van het ziektebeeld voor de sensitiviteit en emotionele beschikbaarheid voor het kind.

Het volledige Convenant Melden van Kindermishandeling/uitwisseling van gegevens kunt u hier lezen. Elke betrokken instelling heeft een aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling  (zie intranet) bij wie u te rade kunt gaan, mocht u vragen hebben over de interpretatie van de afspraken of voor casuïstiekoverleg.

Zie ook: handreiking meldcode kindermishandeling in de psychiatrie

Kindcheck

De meldcode bevat een zogeheten kindcheck. Deze kindcheck richt zich op professionals met volwassen cliënten. De kindcheck wil zeggen dat de professional in bepaalde gevallen verplicht is  om te onderzoeken of zijn volwassen cliënt minderjarige kinderen thuis heeft , waar hij voor zorgt. De kindcheck is aan de orde in alle gevallen waarin de professional meent dat door de medische situatie of door andere omstandigheden waarin zijn volwassen cliënt verkeert, een risico bestaat op ernstige schade voor kinderen waar hij zorg voor draagt . Meent de professional dat dit risico aanwezig is, dan onderzoekt hij in een gesprek met de cliënt of er kinderen bij de cliënt wonen en wie er voor hen zorgen. Op basis van deze informatie beslist hij of hij verder actie moet ondernemen door de stappen van de meldcode te zetten.

Lees hier de  handleiding kindcheck ggz en verslavingszorg 

                   handleiding kindcheck algemeen